Terrorist kan zo een vuile bom met kernmateriaal maken

Op kennisgebied is Nederland een kernmacht. Neem het voortouw op de Nuclear Security Summit, betogen Maarten Gehem en Tim Sweijs.

Als je begin jaren tachtig zou zijn ingevroren en deze week werd ontdooid, dan zou je zomaar kunnen denken dat er al die tijd niets is veranderd. Russische troepen staan in Oost-Europa aan de grens, Westerse economieën balanceren op de rand van crisis, en wereldleiders spreken over de nucleaire dreiging. Maar schijn bedriegt. Onze welvaart is verdubbeld en het aantal conflicten gehalveerd. Tegelijkertijd steken andere dreigingen de kop op, variërend van klimaatverandering tot cyberaanvallen. En met de aanstaande Nuclear Security Summit (23-26 maart) in Den Haag kunnen we ook nucleair terrorisme aan dat lijstje toevoegen. Maar hoe reëel is de kans dat terroristen nucleair materiaal in handen krijgen?

Het schrikbeeld van een nucleaire aanslag komt niet uit de lucht vallen. In de jaren negentig knutselde Aum Shinrikyo, de Japanse sekte later verantwoordelijk voor de mosterdgasaanslag in de metro van Tokyo, aan een nucleaire bom. Na 9/11 staken geruchten de kop op dat Al-Qaeda nucleair materiaal naar de Afghaanse woestijn probeerde te smokkelen. En in voormalige Sovjet-republieken rollen geheime diensten nog steeds bendes op met nucleaire waar op zak. Voor experts was het dan ook niet de vraag óf, maar wanneer de eerste aanslag met nucleaire middelen plaats zou vinden. Een kernbom zou waarschijnlijk te complex zijn. Een geïmproviseerde ‘vuile bom’, waarbij een explosie radiologisch materiaal rondslingert, is echter vrij eenvoudig te maken. Maar ook zo’n aanslag heeft tot op de dag van vandaag niet plaatsgevonden. Analoog aan het sprookje van Iwan en de Wolf, lopen we door alle doemverhalen het gevaar murw te worden voor deze dreiging.

Want hoe klein de kans ook mag zijn van een nucleaire aanslag, dit is geen reden om achterover te leunen. Eén nucleair incident kan desastreuze gevolgen hebben. Vraag dat maar aan de voormalige inwoners van Fukushima. Als terroristen een bom met vergelijkbare impact in Den Haag zouden laten afgaan, kan het gros van de Hofstad de koffers pakken.

Vooral de Amerikanen zijn bang voor dergelijke scenario’s. Al na de val van de Muur zetten zij grootscheepse samenwerkingsprogramma’s op met de Russen om verdwaald nucleair materiaal op te sporen en te beveiligen. Veel internationale maatregelen volgden, waaronder de UN International Convention for the Suppression of Acts of Nuclear Terrorism in 2005. En toen president Obama aantrad sprak hij in één van zijn eerste speeches de ambitie uit om binnen vier jaar de veiligheid van al het nucleair materiaal te verzekeren. Dat was ook het startschot voor de Nuclear Security Summits, die na Washington DC (2010) en Seoul (2012), komende week in Den Haag plaatsvindt.

In Nederland lijkt het nucleair materiaal in de kernreactoren, verrijkingsfaciliteiten, onderzoeksinstellingen en academische ziekenhuizen relatief goed te zijn beveiligd. Verschillende controlerende instanties met overlappende verantwoordelijkheden zien toe op de beveiliging, gefaciliteerd door een hecht netwerk van persoonlijke contacten. Maar dat ook hier werk aan de winkel blijft, bleek deze week uit de brief van drie Amerikaanse nucleaire experts die Nederland op de vingers tikten over vertraagde implementatie van afspraken omtrent gebruik van hoogverrijkt uranium voor medisch materiaal. Dat is echter kinderspel vergeleken met de situatie in andere landen, waar veel nucleair materiaal nog altijd slecht is beveiligd. Beperkt bewustzijn, ontoereikende regelgeving en gebrekkig toezicht zijn hier debet aan. Een recente ranking van nucleaire veiligheid van de NGO Nuclear Threat Initiative laat zien dat dit niet alleen speelt in usual suspects Iran, Pakistan en Noord-Korea, maar ook in landen als India, Israël en Oezbekistan.

Het is een cliché, maar daarom niet minder waar: in deze gemondialiseerde wereld is veiligheid een ketting die zo sterk is als haar zwakste schakel. En in sommige gevallen zijn wij die zwakke schakel zelf. De grootste spil in het web van smokkel van nucleaire kennis en technologie was de Pakistaan A.Q. Khan. Deze leerde jarenlang op de uraniumverrijkingsfaciliteit van Urenco in Almelo hoe je nucleaire centrifuges in elkaar sleutelt - kennis waar later ook (voor zover wij weten tevergeefs) terroristen op aasden. Bovendien vergroten de handelsroutes die Nederland doorkruisen de kwetsbaarheid voor een terroristische aanval – hier én elders.

De Summit van volgende week is ook belangrijk omdat het een van de weinige nucleaire dossiers is waarop Nederland een rol van betekenis kan spelen. In discussies over ontwapening en non-proliferatie houden de kernmogendheden, Rusland en de VS voorop, de touwtjes stevig in handen. Nederland, als klein land met een civiele nucleaire energiesector, kan hier juist wel het voortouw nemen.

Zoals dreigingen komen en gaan, heeft ook de beleving van hun urgentie een beperkte halfwaardetijd. De laatste top vindt waarschijnlijk plaats in Washington DC in 2016. De Summit in Den Haag moet dus over meer gaan dan alleen het dichten van de belangrijkste gaten in de beveiliging. Het zal ook de weg moeten bereiden voor het inpassen van nuclear security governance in bestaande internationale regimes. Hier kan en moet Nederland haar pijlen op richten, zodat wij, anders dan Iwan, deze wolf temmen voordat onze aandacht wordt opgeslokt door een volgende dreiging.