Column

Wilders, nep en echt ineen

Op de dag dat Geert Wilders op zijn immer eigen wijze won, verscheen ergens op Twitter ook een ander bericht. Ene Gemma zou na een schipbreuk zeven jaar op een onbewoond eiland hebben overleefd. Pas toen ze in al haar primaire behoeften had voorzien, kon ze aan een noodkreet beginnen. Met gesprokkelde takken tekende ze een flatgebouwgrote SOS in het zand. Wat een bevrijding moet het zijn geweest om voor het eerst in tijden aan een woord te werken dat niet aan jezelf is gericht.

Natuurlijk bleek het verhaal een hoax, Gemma bestaat niet. Maar het SOS-teken op de foto is niet nep. Het heeft ergens anders in het zand gestaan, namelijk in Kirgizië, waar door geweld geteisterde burgers de hulp van de buitenwereld vroegen.

Die misbruikte foto is als Wilders: nep en echt ineen. Hij plakt een noodkreet op het verkeerde probleem. Hij schreeuwt een Marokkanenoverschot in het leven, kondigt een tsunami moslims aan en bedekt zo een existentieel ongemak dat alle mensen treft – een eilandgevoel à la Gemma, alleen en niet gehoord.

Volgens het piramidemodel van de bekende psycholoog Abraham Maslow ontstaat na het vervullen van basisbehoeften als eten, drinken en onderdak een sterk verlangen naar zelfontplooiing. In die top bevinden wij ons. De piramidevorm verbeeldt echter ook wat daar moeilijk aan is: we bevinden ons in een piek; een gebied van vernauwing.

Vanuit die samengeknepen top is het gemakkelijk om een naar binnen gekeerde blik aan te nemen. Opgegroeid in een ik-gecentreerde tijd, zoek ik een manier om mij maatschappelijk te engageren zonder mijn persoonlijke wensen te verliezen. Individuele mobiliteit is de eerste prioriteit. Collectieve beweging vind ik daarom bedreigend. Aan een column of krantenartikel wil ik me nog wel verbinden, dat is binnen een dag van mijn timeline verdwenen – vlug genoeg weggezakt om niet wezenlijk te bepalen wie ik ben. Ik wil geen volger zijn, maar bevind mij onder hen die ook geen volgers zijn en daarom ontbreekt een voortrekker. Ik schrijf in de ik-vorm uit angst dat ‘Wij’ te betuttelend of generaliserend is.

Maar wanneer ik mensen ‘minder minder’ hoor scanderen, lijkt het alsof ‘zij’ wel degelijk een ‘wij’ zijn. Een wij dat een ruggesteun in harde woorden zoekt. Een wij dat bereid is als geknakte takken in het zand te liggen, zich laat kneden tot een noodkreet over gevaarlijke Marokkanen, terwijl er iets anders aan ten grondslag ligt. Zij, wij – we missen allemaal wat menselijk is: ergens aan bijdragen én in een groter geheel opgaan.

De website die over Gemma berichtte, schreef dat ze gered werd door een vliegtuigje dat eropuit was gestuurd, omdat een whizzkid uit Minnesota haar noodkreet op Google Earth had gezien.

Nogmaals, het verhaal bleek nep. Hulp komt niet van bovenaf.

Zij, wij – we zullen zelf een antwoord op SOS moeten formuleren.