Lekker en verrassend: hoppa, het palet staat weer op scherp

Ik vind het ronduit belachelijk als een restaurant geen kraanwater schenkt. Ik kom (vaak veel) geld uitgeven aan eten en wijn, dan moet je me niet dwingen om ook nog eens mineraalwater voor 6 euro per fles te kopen. Onzin. Pik het niet hoor!

Bij restaurant Beulings hébben ze niet eens mineraalwater. Ze filteren zelf het kraanwater. Je betaalt eenmalig een bedrag van 3,50, daarvoor kun je de hele avond doordrinken. Toegegeven, als platwaterdrinker ben je dan toch duurder uit dan met ‘gewoon kraanwater’, maar ze voegen er ook hun eigen koolzuur aan toe. Dus als u van een bubbeltje houdt is dat weer zeer voordelig. Ik vind dat een charmante oplossing.

Ook charmant zijn classy diepgroene designstoelen en het feit dat er slechts één vriendelijke dame in de bediening staat – zij doet de wijnen en de bestelling, de koks komen zelf de grote open keuken uit om de gerechten op te dienen.

Bij Beulings eet je een drie-, vier- of vijfgangenmenu (37,50/45,-/52,50) of een ‘chef’s tastingmenu’ van zeven gangen voor 65,-. Er is geen papieren kaart, het menu wordt aan tafel verteld. We krijgen alvast wat hertensalami en een bundeltje krokante spiering ‘face down’ in peterseliemayo. En daarna nog een zuurkoolsoep met rookworstschuim (ja echt) en anderhalve kubieke centimeter roggebrood met zure zult ernaast. Dit is een goede amuse: het is lekker maar ook curieus, dat prikkelt en wekt de eetlust op. Dan komen er vier soorten brood op tafel: focaccia, zoethoutbrood, spek-ui-brood en brioche met reuzenzwampoeder (allemaal lekker en verrassend, alleen de focaccia is wel erg vet). Het wordt geserveerd met olijfolie en een beurre noisette.

We nemen beiden een vijfgangenmenu en proeven acht verschillende gerechten. Echte minpunten zijn er eigenlijk niet. De ‘cosmopoon’ (rode poon geserveerd met wodka, cranberry en limoen; de ingrediënten van de cocktail ‘cosmopolitan’) zijn een beetje uit balans: de wodkamarinade is eigenlijk te sterk voor het dunne rauwe visvlees. De knapperige (rauwe) stukjes cranberry en okra zijn verrassend, maar het komt niet helemaal samen. Ook de boekweitpolenta is later wat te sterk voor de koolvis en coquille.

Hoogtepunten zijn er wel. De appel-palingstroop bij de eendenlever is echt heel gaaf. Net als een verrassend simpele, maar doeltreffende spaghetti met oester, koolrabi en peperoncini. Het chipje van de huid van de kwartel en de heerlijk zachte prei daarbij: in het eigen vocht gestoofd met een beetje grillsmaak van de verkoolde bladeren waarin ze gegaard zijn. De combinatie van palmkool, truffel en Japanse artisjok bij de koolvis. Ik ben met name onder de indruk van de zachte procureur (varkensnek) met witte parelboontjes, rode kool, bloedworst en een flan van kliswortel. Een mooi gecomponeerd gerecht waarbij zowel de heerlijke bloedworst als de rode kool goed in de specerijen zitten, maar elkaar desalniettemin aanvullen en versterken.

De wijnen zijn goed, we mogen een arrangement (35,-) delen. Bij een fijne selectie kaas worden we verrast met een prunello, Italiaanse wijn, aangelengd met sleedoornsap. Dat is zoetig maar zet daar tegelijkertijd een mooi wrang zuurtje en tannines tegenover. Dan weer een rake amuse: warme chocolademousse met dropijs en mintganache. Hoppa, het palet staat weer op scherp.

Ook de toetjes zijn echt gerechten. Niet te zoet, dat is fijn. Het is de eerste keer dat ik mochi (dat Japanse rijstglutenvel dat smaakt naar behangplaksel) te eten vind en dat zegt wat! De rozenmochi is gevuld met lychee-ijs, geserveerd met jonge kokos in kokoswater en een grove riz-au-lait. Ook het mandarijntoetje met yuzu-macaron valt in de smaak.

In tegenstelling tot Tracy Metz kom ik op het bord wel degelijk tierelantijntjes tegen, maar ze zijn bijna allemaal doeltreffend. We eten hier goed, we worden verrast, allemaal voor een niet heel kleine, maar zeker schappelijke prijs. Bij de rekening liggen kleine gele druppelvormige dragees van berkensap, getapt in de tuin van de moeder van de chef.