Opinie

    • Joël Broekaert

Iets met kaneel

Om elf uur ’s morgens nemen de Zweden traditioneel een momentje voor zichzelf, koffie en een babbeltje. Het fika-momentje. Fika betekent snack. En bij Scandinavian Embassy hebben ze daar de ideale koffiebroodjes voor: kanelbullar, ofwel kaneelbolletjes.

Het bakwerk wordt bij Scandinavian Embassy gedaan door Kristina Larsdotter. Zij is Noors en eet graag rozijntjes in haar, op z’n Noors, kanelbullo. Chef Rikard, een Zweed, vindt dat een gotspe, hij wil zijn kanelbulle met groffe suiker erover. Zo hebben ze daar allemaal hun eigen manier. Je komt ze ook wel tegen met een custardvulling. Dit recept heeft Kristina gekregen van het officiële internationale bakteam van Noorwegen.

Meng de melk, bloem, gist, het zout, de kardemom, één ei en 150 gram suiker. Kneed een kwartier in de machine (of twintig minuten met de hand). Doe na tien minuten 150 gram boter erbij. Het deeg is klaar als het even warm is als de binnenkant van je pols. Dek het af met plastic en laat een uur rijzen op een warme plek. Rol uit tot een rechthoek van 0,5 centimeter dik.

Roer de kaneel door de rest van de suiker en boter. Smeer dun uit over tweederde van het deeg. Vouw het deel zonder vulling naar binnen en de andere kant (met vulling) daar weer overheen. Verdeel het in zestien gelijke stroken.

Om Deense kanelsnegle (kaneelslakken) te maken, rol je de stroken op en leg ze op de platte kant, bij wijze van slakkenhuisje. Om Noorse kanelknuter (kaneelknopen) te maken, hou je met de linkerhand de strook vast en rol je met de muis van de rechterhand de strook tot een wokkel. Rek ’m daarbij een beetje uit. Hou een uiteinde tussen duim, wijs- en middelvinger en draai de strook er in twee slagen omheen. Duw het andere uiteinde door het gat in het midden. Dit vergt enige oefening. Of eigenlijk: best wel veel oefening.

Laat de broodjes, slakken of knopen nog een half uurtje rijzen. Bestrijk ze met losgeklopt ei met een klein beetje melk en bak ze in ongeveer een kwartier bruin op 220 graden Celsius.

    • Joël Broekaert