Hoe weet Australië dit?

Geheime radars van Australië hebben misschien brokstukken van de verdwenen Boeing gezien // De radars zien meer dan Australië wil prijsgeven // Vliegtuigen hebben intussen nog niets gevonden

Gespecialiseerde Amerikaanse en Australische Poseidon- en Orionvliegtuigen haastten zich gisterochtend naar een afgelegen deel van de Indische Oceaan, 2.350 kilometer ten zuidwesten van Perth. Satellietgegevens die in handen zijn gekomen van de Australische kustwacht tonen dobberende brokstukken van 24 meter groot. Ook zouden er kleinere objecten in het water drijven.

Van Indonesië tot China en van Maleisië tot Australië wordt gespannen afgewacht: is dit het eerste teken van vlucht MH370 van Malaysia Airlines, die dertien dagen geleden spoorloos verdween boven de Straat van Malakka, ruim 6.500 kilometer van de plaats waar een internationale zee- en luchtmacht nu op afstevent?

De Australische premier Abbott maakte de mogelijke doorbraak ’s ochtends bekend in het parlement. „Nieuwe en geloofwaardige informatie is aan het licht gekomen”, zei Abbott. „Specialistische analyse van satellietbeelden toont twee objecten die mogelijk gerelateerd zijn aan de zoektocht.” Of de objecten inderdaad afkomstig zijn van MH370 moet onderzoek nu uitwijzen. In totaal achttien schepen, 29 vliegtuigen en zes helikopters zijn op zoek. Op de nieuwe locatie hebben vier vliegtuigen gisteren tot het vallen van de avond tevergeefs naar de brokstukken gezocht. Het zicht was niet goed. Mochten piloten de brokstukken vinden, dan zullen ze sonarboeien in het water laten vallen. Die kunnen op zoek gaan naar de zwarte doos – respons kan tot 48 uur duren.

Gevoelige radargegevens

Hoe de Australiërs opeens beelden hebben gevonden is nog onbekend, maar zeker is dat het land over twee systemen beschikt die de Indische Oceaan nauwlettend in de gaten kunnen houden: het Jindalee Operational Radar Network en de Joint Defence Facility at Pine Gap. Beide systemen zouden in staat zijn een Boeing 777 te spotten. Maar de systemen zijn omgeven met geheimzinnigheid. Informatie openbaren zou ongewild een inkijk kunnen geven in het vermogen van Australië om inlichtingen te winnen.

Andrew Davies, onderzoeker voor het Australian Strategic Policy Institute, zegt dat het onwaarschijnlijk is dat Australië bewust informatie achterhield. „Er zijn altijd methodes om de informatie bekend te maken zonder je capaciteiten prijs te geven.” Bijvoorbeeld, als Jindalee zeer nauwkeurig het vliegtuig had waargenomen inclusief exacte route, dan kon Australië altijd zeggen dat de informatie afkomstig was van een surveillerend marineschip.

Dat is precies wat nu gaande lijkt. Volgens premier Abbott heeft de kustwacht nieuwe satellietgegevens ontvangen. Waar die informatie vandaan komt, liet hij handig onvermeld.

De achterdocht is groot

De afgelopen dagen leidde de constatering dat er simpelweg niks bekend was tot ophef en ongeloof in Azië. In het tijdperk van permanente connectivity, waarin alles van telefoongesprekken tot internetfora toegankelijk is voor veiligheidsdiensten, is het moeilijk te bevatten dat er nog ‘donkere’ plekken op aarde zijn. Davies: „Toch is het zo. Niet iedere vierkante centimeter van de aarde wordt continu bekeken, zeker niet oneindig lege oceanen.”

De afgelopen dagen is duidelijk geworden dat de achterdocht nog groot is in Zuidoost-Azië, wat de zoektocht naar MH370 belemmerde. Thailand erkende dat de luchtmacht tien dagen geleden op radarbeelden inderdaad een onbekend vliegtuig had waargenomen dat rechtsomkeert maakte boven de Golf van Thailand. Volgens Thailand is de informatie nooit aan Maleisische onderzoekers gemeld omdat „niemand een specifiek verzoek daartoe” had ingediend. Indonesië hield woensdag de zoektocht op door het luchtruim gesloten te houden voor vliegtuigen die vanuit Kuala Lumpur een zoektocht in de Indische Oceaan wilden uitvoeren. Volgens Indonesië moeten er procedures worden gevolgd. Welke dat zijn, is niet duidelijk.

De families van de passagiers aan boord van MH370 zijn de onzekerheid, onkunde en het geruzie beu. Enkele Chinese familieleden dreigden in hongerstaking te gaan. Op de dagelijkse persconferentie van transportminister Hishammudin hield een Chinese moeder een spandoek omhoog. Hysterisch en huilend werd ze door veiligheidsmannen ruw vastgepakt en afgevoerd. „Waarom zeggen jullie niks”, vroeg de vrouw tussen haar tranen door. „Waar is mijn zoon?” Misschien is een antwoord nu nabij.