Het kaakje kwam uit Luns’ koker

Na meer dan twintig jaar werk is de vijfdelige biografie van ‘Vadertje Drees’ (1886-1988) eindelijk af. Een hele reeks misverstanden wordt uit de weg geruimd: Drees bleek een mild eurosceptische visionair.

Minister-president Willem Drees op 16 april 1953 op Vliegveld Valkenburg bij de helikopter waarmee hij boven Schouwen- Duiveland de schade zal opnemen van de overstromingen Foto Spaarnestad

Een staatsman. Het is de op het eerste gezicht weinig spectaculaire slotconclusie van de over vijf delen verspreide en niet minder dan 2640 pagina’s tellende biografie van Willem Drees. Oftewel: ‘vadertje’ Drees, de PvdA-politicus die vanaf 1948 tien jaar lang premier was van Nederland, als naoorlogs minister van Sociale Zaken aan de wieg stond van de AOW, voor de oorlog veertien jaar lang wethouder was in Den Haag en zijn hele, lange leven zo gewoon en zo zuinig bleef.

Twintig jaar werkte de inmiddels 86-jarige politicoloog Hans Daalder samen met historicus Jelle Gaemers aan het ‘project Drees’, want een biografie kan het met een dergelijke omvang en tijdsinvestering toch nauwelijks meer worden genoemd. Deze week verscheen het slotdeel waarin de laatste veertig jaar van de in 1988 op 101-jarige leeftijd overleden Drees zijn beschreven.

Het lijkt opmerkelijk dat de toch niet onbelangrijke tien jaar dat Drees premier was slechts één van de vijf boekdelen bevat. Maar dit komt doordat Daalder twee belangrijke episodes uit Drees’ premierschap apart heeft behandeld in twee al eerder verschenen delen. Het betreft de ‘Indonesische kwestie’, door Drees zelf betiteld als ‘een nachtmerrie’, en de relatie tussen Drees en het koningshuis die danig op de proef werd gesteld door de Greet Hofmans-affaire in 1956.

Met het nu verschenen laatste deel dat Daalder en Gaemers weer samen voor hun rekening hebben genomen, is het beeld van Drees dan toch echt compleet. Het beeld dat eigenlijk al zo bekend leek. Want behalve dat Drees zelf het nodige heeft geschreven, waaronder zijn in 1962 verschenen autobiografie Zestig jaar levenservaring is er ook al veel over hem geschreven. Daalder en Gaemers zijn er desondanks in geslaagd een boeiend verhaal te schrijven, met ruim aandacht voor serieuze politiek maar tevens voor talloze faits divers. Zij hebben de ‘uitgekauwde’ figuur Drees opnieuw weten te schetsen. Dat is een prestatie van formaat.

De boekenplank met Drees mag dan wel al aardig vol zijn, zoals een recensent enkele jaren geleden verzuchtte, maar het jongste boek heeft duidelijk toegevoegde waarde. Het verhaal over Drees wordt niet alleen opnieuw verteld, het bestaande beeld wordt op belangrijke en minder belangrijke onderdelen gecorrigeerd dan wel bijgestuurd. In het ene geval gebeurt dat overtuigender dan in het andere geval.

In de categorie correcties allereerst een trivialiteit, maar wel de bekendste: het legendarische Mariakaakje. Het is de anekdote over de hoge Amerikaanse Marshallplan-functionaris die door Drees thuis in zijn woning aan de Haagse Beeklaan werd ontvangen en daar een kopje thee met een Mariakaakje kreeg voorgeschoteld. Hij was dermate onder de indruk van Drees zijn eenvoud dat hij concludeerde dat diens land de Amerikaanse steun volop verdiende.

De bron is minister Luns van Buitenlandse Zaken. ‘Luns wist als geen ander hoe je een verhaal op smaak moest brengen en wij mogen hem dan ook verantwoordelijk houden voor veel van de kleurrijke details, het Mariakaakje voorop’, schrijven Daalder en Gaemers. Vervolgens zijn zij voor eens en voor altijd gaan uitzoeken – het typeert hun grondigheid – hoe het nu werkelijk zat. Ze belandden uiteindelijk bij het Roosevelt Study Centre in Middelburg.

Het blijkt een typisch ‘klok-en-klepel-verhaal’ te zijn. Ja, in 1949 is op een zondagmiddag de speciale Amerikaanse gezant W. Averell Harriman bij Drees thuis langsgegaan omdat het departement dicht was. Maar Nederland had toen al een jaar lang Marshall-hulp. En de zuinige ontvangst? Daalder, die Drees’ vrouw To persoonlijk heeft gekend, zegt dat zij ‘een veel te goede huisvrouw was om zich te laten verrassen door onverwacht bezoek’ en daarom ‘heus wel wat beters in huis gehad zal hebben dan een karig kaakje.’ Maar bovendien had Harriman dezelfde zondagavond met Drees en nog acht andere ministers een diner in Den Haag. De volgende dag ontving koningin Juliana de Amerikaan op paleis Soestdijk en daar kreeg hij door de regering een banket aangeboden waar 200 genodigden aanzaten. Zuinig en sober?

Serieuzer voor de hervertelling van Drees is het ‘valse historisch beeld’ dat volgens de auteurs is ontstaan rondom zijn gebrek aan engagement met het buitenland. Het verwijt komt onder andere van Marinus van der Goes van Naters, ten tijde van Drees’ premierschap enkele jaren fractievoorzitter van de PvdA. Hij had het over de ‘anti-Europeaan’ of ‘de provincialerige Drees die altijd sprak over die Fransen en die Belgen’. Volgens een andere PvdA-coryfee uit die tijd, Sicco Mansholt, kwam Drees ‘op een andere planeet’ wanneer hij het Belgische Albertkanaal overstak. ‘Extreme diskwalificaties’ van ‘overtuigde Europeanen’, oordelen Daalder en Gaemers. Een enthousiaste Europeaan was Drees zeker niet. Hij koos liever voor remmen, en zag meer in samenwerking tussen Europese landen dan het creëren van overkoepelende Europese instituten, maar dat maakte hem geen anti-Europeaan. Met een knipoog naar het heden merken zij op dat men achteraf moet erkennen dat Drees ‘een realistischer kijk had op de processen die in Europa speelden (en spelen) dan velen van zijn critici’.

Achteraf gelijk krijgen. Drees kreeg er vaker mee te maken. Het staat prachtig beschreven in het bij vlagen ontroerende hoofdstuk over Drees’ worsteling eind jaren zestig met zijn lidmaatschap van de zijns inziens onder invloed van Nieuw Links radicaliserende PvdA. ‘Het is in één woord vreselijk. Het is net alsof je met idioten te maken hebt’, liet hij zich in die tijd ontvallen. Hij zou de partij uiteindelijk in 1971, samen met zijn vrouw, verlaten. ‘Een tragische vergissing’, liet het partijbestuur in een reactie weten. Maar van wie was die vergissing nu echt, is de vraag die ruim veertig jaar later gesteld kan worden. Vergiste Drees zich of het partijbestuur van de PvdA? De biografie laat hier in elk geval geen enkel misverstand over bestaan. Drees had gelijk en kreeg dat met terugwerkende kracht steeds meer. Een staatsman vergist zich niet.