Een leven bepaald door werk

Olaf van Paassen maakt menselijke documentaire over Het Nationale Ballet.

Danseres Victoria Ananyan van Het Nationale Ballet in de documentaire Bloed, Zweet en Blaren.

Ze schudt haar probleemkuit nog eens en concentreert zich, terwijl ze in de coulissen wacht op de muziek voor haar opkomst in The Sleeping Beauty. Dan zakt ze iets door de knieën, steekt twee handen onder haar roze tutu en trekt resoluut het broekje van haar opkruipende prinsessenkostuum uit de bilnaad. Een paar seconden later staat Igone de Jongh op het toneel, stralende glimlach, een toonbeeld van perfectie.

Het is een mooie illustratie van de twee gezichten van het leven in een balletgezelschap: het werk achter de coulissen en de illusie van moeiteloosheid op het toneel. In de nieuwe documentaireserie Bloed, Zweet en Blaren, over Het Nationale Ballet, heeft regisseur Olaf van Paassen meer van dergelijke intieme, menselijke momenten vastgelegd. In acht afleveringen maakt hij de exotische diersoort der balletdansers herkenbaar – maar daarom niet minder bewonderenswaardig. Want wie stapt, nauwelijks bekomen van een vlucht van ongeveer vijftien uur en nog niet gewend aan het hoogteverschil in de Colombiaanse stad Bogotá, het podium op om een avondvullend ballet te dansen?

Het beeld van de alle natuurwetten aan zijn laars lappende danser wordt in aflevering drie prachtig ‘genuanceerd’ door danser Alexander Zhembrovsky, die meer dood dan levend van het toneel strompelt, linea recta naar de zuurstoffles.

Bloed, Zweet en Blaren is de dansvariant van Bloed, Zweet en Snaren, de serie die Van Paassen twee jaar geleden jaar maakte over het Koninklijk Concertgebouworkest. De opzet is min of meer hetzelfde, maar het werkproces allerminst, zegt Van Paassen. Toen hij aan de tweede documentaireserie begon, wist hij hoegenaamd niets over ballet. Blinde vlek. Dus ook niet dat dansers, anders dan de musici van het Koninklijk Concertgebouworkest, niet elke middag vrij zijn, maar de hele dag lessen en repetities hebben, en vaak ’s avonds nog een voorstelling. Evenmin wist hij dat bij een gezelschap als Het Nationale Ballet de planning elk moment gewijzigd kan worden – en die van zijn cameraploeg dus ook. Omdat er altijd wel iemand geblesseerd raakt of een extra repetitie nodig is.

Van Paassen, van huis uit politicoloog, nam het tekort aan kennis als uitgangspunt voor zijn serie. Geen onlogische keuze: veruit de meerderheid van het Nederlandse publiek weet weinig over de balletwereld. De teksten van Cornald Maas, die de serie presenteert, zijn soms wat kinderachtig en simpel, maar gelukkig is zijn rol beperkt. Het merendeel wordt via beeld of door de dansers zelf verteld. Door Igone de Jongh bijvoorbeeld, die we thuis met man en kind aan de ontbijttafel treffen, of in een gelukzalige giechel horen uitbarsten als haar pijnlijke nek door de fysiotherapeut is gekraakt. Ook zien we De Jongh als ze na een uitputtende variatie in Sleeping Beauty buiten adem en uitbundig zwetend haar tutu laat zakken voor een haastverkleding naast het toneel. De danseres raakte zo gewend aan de camera’s dat ze soms vergat dat ze werd gefilmd. „Natuurlijk had ik kunnen zeggen dat ik het niet in de documentaire wilde”, zegt De Jongh achteraf. „Maar ik vind het juist belangrijk. Dan zien de mensen hoe het echt is.”

Hoe dat is? Een leven dat wordt bepaald door werk. Neem de Russische Victoria Ananyan en Isaac Hernandez uit Mexico. Zij kan mogelijk gaan dansen bij een gezelschap in Moskou. Wat betekent dat voor hun relatie? „Nou”, relativeren zij, terugkijkend op de opnames, „die kwestie krijgt in de film meer nadruk dan nodig is. Deze dingen gebeuren gewoon in een dansersleven. Daar zijn wij niet bijzonder in.” Isaac hoopt dat er iets van de essentie van zijn beroep wordt overgebracht in de serie. „Dus niet dat we worden geportretteerd als speciale mensen, maar als professionele kunstenaars.” Het Nationale Ballet, onder leiding van Ted Brandsen, is aanmerkelijk harmonieuzer dan ruim tien jaar geleden. In 2002 portretteerde regisseur Roel van Dalen het gezelschap in een tweeluik. Daarin werden veel gefrustreerde mensen getoond, niet in de laatste plaats de toenmalig artistiek directeur Wayne Eagling. Van Paassen toont nu een gezelschap waar de rust is wedergekeerd. Zelf heeft hij in de montage terughoudendheid betracht. Ook bij de kleine ramp in Bogotá, waar alle witte tutu’s voor het corps de ballet in Giselle grijs uit de reiscontainers kwamen. „Als televisiemaker ben je natuurlijk blij dat zoiets erin zit, maar we maken er geen So You Think You Can Dance van.”

Bloed, Zweet en Blaren is niet de radicaal andere documentaireserie geworden die Van Paassen zich had gedroomd. Technische middelen als een highspeed camera ontbraken daarvoor. Wel laat de serie, voor zover mogelijk, zien hoe het écht is dus. Igone, Alexander, Isaac en Victoria missen dat vaak in documentaires over ballet. Alexander, die met een voetblessure kampt en na volgend seizoen zijn podiumcarrière beëindigt – en daar niet dramatisch over doet – hoopt op een positieve uitwerking van de serie. „Als je een Zwitsers horloge openmaakt en kijkt hoe het in elkaar steekt, begrijp je waarom het zeldzaam en kostbaar is. Ik hoop dat dat de kijker zal bijblijven.” Het beeld van de ineengestorte Alexander met zijn zuurstofmasker zullen ze in elk geval niet gauw vergeten.