De dood maakt van reuzen muizen

Eindelijk is nu het familie-epos Les Thilbault vertaald, geschreven door de Franse ‘achterneef’ van Tolstoj. Beiden schreven pageturners met grote psychologische diepgang, over tirannieke vaders, liefde, verzet, afscheid, dood, en meer.

Illustratie Nanette Hoogslag

Roger Martin du Gard is de zoon van Lev Tolstoj. In literair opzicht wel te verstaan, want bij geen andere schrijver uit de wereldliteratuur zijn Tolstojs vertelgenen zo overduidelijk aanwezig als bij zijn Franse fan en volgeling. Net als Martin du Gard staat Tolstoj bekend om zijn bescheiden woordenschat, zijn eenvoudige en heldere stijl, zijn klifhangers, zijn voorkeur voor het epische, zijn neiging om de psychologie van zijn personages uitvoerig en bijna klinisch te analyseren. Ook is Roger Martin du Gard, telg uit een geslacht van grondbezitters en magistraten, net als de schatrijke aristocraat Tolstoj geobsedeerd door de tegenstelling tussen de hoogstaande idealen van zijn personages en hun duistere, minder mooie kanten.

Het bijzondere aan hun beider werk is dat het dankzij die verzameling eigenschappen nog altijd leest alsof het gisteren geschreven is. Achthonderd bladzijden of meer, hun romans zijn zonder uitzondering pageturners met grote psychologische diepgang, die in een eenvoudige, heldere en mooie taal zijn geschreven. Als je het Russisch en het Frans redelijk beheerst, heb je er zelfs geen woordenboek bij nodig om het in het origineel te kunnen lezen.

Misschien verklaart dat laatste wel waarom Les Thibault slechts voor de helft in het Nederlands werd vertaald (in 1929) en al meer dan zeventig jaar niet meer leverbaar is: de echte liefhebbers lezen het toch wel, kan het niet in het Nederlands dan maar in het Frans.

Dat Roger Martin du Gard in 1937 de Nobelprijs voor Literatuur mede voor dit epos kreeg, mocht evenmin bijdragen aan het in druk houden van dit beroemde werk. Dat die literaire schaarste nu door uitgeverij Meulenhoff wordt opgeheven door het hele boek in twee dikke delen (deel 2 verschijnt volgend jaar) uit te geven, is daarom extra bijzonder.

Net als Oorlog en Vrede is De Thibaults een familie-epos. De equivalenten van Tolstojs Rostovs heten de Thibaults: de patriarchale, schatrijke weduwnaar en katholieke weldoener Oscar en zijn twee zoons, de kinderarts Antoine en de overgevoelige, negen jaar jongere Jacques, die literaire ambities heeft.

Weglopen

Deel 1 van deze roman fleuve, dat in de sublieme vertaling van Anneke Alderlieste even soepel en makkelijk leest als in het elegante Frans van Roger Martin du Gard, omvat de eerste zes boeken van het epos, die de periode 1904-1913 beslaan en tussen 1922 en 1929 verschenen. Het begint met het weglopen van de 15-jarige Jacques uit het ouderlijk huis in Parijs. Samen met zijn klasgenoot en grote liefde Daniël de Fontanin, wiens overspelige vader Jerôme en begripvolle moeder vermakelijke bijrollen in dit epos spelen, vlucht hij naar Genua om daar te proberen op een boot naar Afrika aan te monsteren. Beide jongens willen ontsnappen aan de grootburgerlijke wereld waarin ze zijn opgegroeid en hopen op een spannend leven in den vreemde. Maar op last van een woedende Oscar Thibault, die de halve Franse politiemacht heeft ingeschakeld, worden ze in hun kraag gevat en terug naar Parijs gebracht. Oscar Thibault, een tiran die niet begrijpt waarom zijn eigen zoons niet zo zijn als hij, stopt Jacques voor straf in een door hemzelf opgericht verbeteringsgesticht. ‘We moeten zijn wil breken!’ zegt hij tegen zijn biechtvader. Dat breken van die wil en het door die bazige vader ontkennen van Jacques’ overgevoelige aard zijn twee van de vernietigende constanten in dit magistrale boek.

Niet alleen de emotioneel labiele Jacques is in opstand tegen zijn dominante vader, maar ook de nuchtere, logisch denkende, ambitieuze Antoine. Maar waar Jacques zich laat leiden door impulsen, gaat bij Antoine alles er veel cerebraler aan toe. Nadat hij heeft gehoord over de misstanden in het verbeteringsgesticht, besluit hij zijn broer daar weg te halen, zonder vooraf toestemming te vragen aan hun vader. En dan schrijft Roger Martin du Gard: ‘in feite kwam Antoine in opstand tegen zijn vader, tegen de stichting die door hem was opgericht en door hem werd bestuurd. Dit gevoel van verzet tegen zijn vader was zo nieuw voor hem dat hij eerst een soort gêne voelde, en daarna trots.’

Het is de reactie van een man die de grillen van een tirannieke vader jarenlang over zich heen heeft laten komen zonder daar tegenwicht aan te bieden. Pas nu hij medelijden heeft met zijn broer, komt hij in actie. Maar net als zijn vader denkt ook Antoine bevoogdend over Jacques, die altijd dingen overkomen die niemand anders overkomen. En dan lees je: ‘maar hij voelde vooral een diepe vreugde om Antoine te zijn, die evenwichtige Antoine, voorbestemd om gelukkig te zijn, om een groot man te worden, een beroemd arts!’

En met die zin zet Roger Martin du Gard Antoine behalve als een medelevende broer ook neer als een eigentijdse ambitieuze individualist, voor wie alles in de wereld bereikbaar is en die in de eerste plaats aan zichzelf en aan zijn eigen ijdelheid denkt. Dat blijkt ook uit Antoines liefdesleven. De jonge arts wil zich niet binden aan een vrouw en neemt genoegen met vriendinnen voor een nacht. Maar als hij tijdens een improvisorische spoedoperatie, die tot in de kleinste medische details wordt beschreven, de mooie Rachel ontmoet, wankelt hij in dat voornemen.

In de aanloop naar hun verhouding beschrijft Roger Martin du Gard hoe Rachel zich, als ze na de operatie beiden op een bank in slaap zijn gevallen, tegen hem aan vlijt: ‘Hij werd helemaal wakker. Het contact van de twee dijen voltrok zich door de kleding heen via een oppervlakte van nog geen hand breed, waarop alle gevoelens van Antoine op dit moment geconcentreerd waren. Hij bleef doodstil zitten, zonder adem te halen, wonderbaarlijk helder, en putte uit de vermenging van zijn warmte met de hare een opwindender genot dan uit de langste kus.’

Hier manifesteert Roger Martin du Gard zich als een meester in het beschrijven van erotische passages, opnieuw op een uiterst gedetailleerde wijze. Het echte liefdesspel, dat later volgt, wordt alleen maar nog rijker beschreven.

De spanning wordt beklemmend als Antoine Rachel zo aantrekkelijk vindt (behalve een volmaakte minnares heeft hij voor het eerst het gevoel een kameraad te hebben), dat hij haar tot zijn officiële maîtresse wil maken. Ook hier overheerst Antoines egoïsme, want hij denkt er niet aan met haar te trouwen, waarmee hij haar voor altijd aan zich had kunnen binden. Groot is echter zijn verdriet als Rachel op een gegeven moment voor zekerheid kiest door terug te gaan naar de rijke man met wie ze eerder was, ook al houdt ze niet van hem. Pas door haar vertrek laat Antoine ineens zijn masker vallen van succesvolle dokter die nooit aan zichzelf twijfelt. Door het verlies van Rachel ontdekt hij zwakte in zichzelf, wat hem verbaast.

Ook vader Thibault krijgt een menselijk gezicht, zeker als hij zichzelf ineens op zijn doodsbed ziet liggen. ‘Hij klampte zich wanhopig vast aan de mening van anderen over hem. “Ik ben toch een rechtschapen man?” herhaalde hij maar steeds, maar de toon bleef vragend; hij kon zich niet langer tevredenstellen met loze woorden, het was een van die zeldzame momenten waarop de mens in zijn eigen innerlijk afdaalt naar diepten die nooit eerder zijn belicht.’

Bange muis

Oscar Thibault beseft nu dat geen enkele daad in zijn bestaan zuiver is geweest en hij helemaal niet zo nobel is als hij zichzelf en de wereld heeft wijsgemaakt. Het leidt tot een schitterend beschreven introspectie, waardoor de reus ineens in een bange muis verandert.

Maar je kunt ook al eerder ontroerd raken door die boze vader. Zoals op het moment dat hij Jacques laat merken wel degelijk van hem te houden door bij een afscheid met een hand over het haar en de nek van zijn zoon te strijken. De jongen is er zo door van slag dat hij zijn vaders hand pakt en die kust. Het is geen verzoening, maar wel een ingehouden blijk van wederzijdse liefde, die zich door de koppigheid van beiden niet in woorden laat uitdrukken. Niet voor niets zegt Antoine op een gegeven moment dat hij en zijn broer Thibaults zijn, met dezelfde drift en hetzelfde temperament van hun voorvaderen, lees: van hun vader. De erfelijke factor als iets waar je nooit vanaf komt, hoezeer je er ook voor op de vlucht wilt slaan. In het beschrijven daarvan is Roger Martin du Gard groots.

Over de onontkoombaarheid van je afkomst, over het egoïsme van je naasten, over grenzeloze ambitie, over de zelfingenomenheid die je nodig hebt om echt te kunnen slagen in het leven, over het je afzetten tegen een tirannieke vader gaat dit boek. En het eindigt bij de grote desillusie van ieders leven: de dood, die je overvalt voor je goed beseft dat het leven en dus het succes betrekkelijk zijn.

Als Oscar Thibaults laatste dagen zijn aangebroken is Roger Martin du Gard opnieuw op zijn best. Vooral als hij de koele Antoine bij zichzelf ineens ‘een verwarrende, niet te ontkennen genegenheid’ voor zijn vader laat bespeuren, om die meteen weer uit te vlakken en te vervangen door het nuchtere besef dat er eerder sprake was van een ‘heel oude affectie die door het naderen van het onherstelbare slechts was aangewakkerd’. Niets liefde dus. Antoines emoties zijn hoogstens aangewakkerd door de familieband, die zich zelfs niet door de naderende dood van zijn verwekker laat doorsnijden.

In zijn beschrijving van het sterfbed van de aan kanker lijdende Oscar Thibault evenaart Roger Martin du Gard Tolstojs De dood van Ivan Iljitsj op de millimeter. Het gekreun van de stervende patriarch, het verzet van diens lichaam tegen het naderend einde, zijn van pijn uitpuilende ogen, het biologisch gestuurde mededogen van zijn zoons, het wordt allemaal zo aangrijpend beschreven dat je ineens enorm begint op te zien tegen je eigen dood.

Dat beide grote schrijvers familie van elkaar zijn, valt na het lezen van die overweldigende bladzijden dan ook door niemand meer te ontkennen.

    • Michel Krielaars