Ceci n’est pas een bank

Van de stadsbank naar een lijk onder plastic lijkt een grote stap, maar vanuit een Zuid-Afrikaanse blik is die zo gemaakt.

David Goldblatt, Vrouw op bankje in Joubert Park, Johannesburg (1975)

Het is op een zwoele avond in 1959 wanneer fotograaf Ed van der Elsken in Durban langs het strand wandelt. Hij ziet vier oudere vrouwen op een bankje zitten. Op de rug van het bankje staat ‘Europeans – Blankes’. The chosen race heeft bepaald dat alleen witten op het bankje mogen zitten, noteert Van der Elsken als bijschrift.

Later zou die tekst aangepast worden. Dat gebeurde toen Zuid-Afrika de koloniale mentaliteit enigszins van zich afschudde, niet zozeer uit emancipatie, maar omdat de regerende macht zichzelf als steeds unieker en steeds meer uitverkoren beschouwde. Er mochten niet alleen maar Europeanen op het bankje zitten, de zitmogelijkheden werden ingeperkt (of juist uitgebreid, dat is maar hoe je het bekijkt) tot een plek voor ‘slegs vir blankes’. De foto is als een soort motto afgebeeld in Apartheid &After, waarin dertien Zuid-Afrikaanse fotografen de geschiedenis van hun land neerzetten.

Vondelpark

Stadsbankjes: ze zijn moeilijk te onderschatten voor wie een samenleving wil portretteren. Goed, een bankje in het Vondelpark is weliswaar minder beladen dan eentje in het Joubertpark in Johannesburg, maar toch, het zou mogelijk kunnen zijn om de geschiedenis van een land te beschrijven vanaf een stadsbankje.

De Zuid-Afrikaan David Goldblatt deed dat al in 1975, en op een schitterende manier. Hij fotografeerde de verschillende posities van de handen in de schoot van iemand op een stadsbankje. Wringende handen, handen tegen kapotte kleren, onmachtige handen, wanhopige handen – ze zaten er allemaal. Elke schoot heeft iets unieks, en toch zijn ze in zekere zin identiek. Alleen aan de kleur van de arm zie je of het om een zwart of blank iemand gaat. Soms was het bankje zelf verboden terrein, dus was de enige optie om er maar naast te gaan liggen.

Het is op een middag in 2012 wanneer de fotograaf Sabelo Mlangeni door het Joubertpark loopt. De bankjes zijn inmiddels van ijzer, het tafereel is even rustig als bij Goldblatt, alleen is er geen blanke meer op een bankje te vinden.

Wie het bankje eenmaal als iets politieks beschouwt, kan niet meer om de beschadigde bank van Pieter Hugo heen. Hij fotografeerde hem in een bejaardentehuis. En dat weerspiegelt de opzet van dit boek. Het heden wordt ingekleurd door het verleden. En zelfs als het verhaal bekend is, in dit boek gebeurt dat heel erg fraai.

Want niet alleen komen de bankjes van Hugo en Mlangeni in een ander daglicht te staan, van het zitten op een bankje kom je vanzelf terecht bij liggende mensen. Van daaruit is de stap te maken naar de foto’s van Zanele Muholi met lesbische vrouwen die in een park een zogenaamd geneeskrachtige verkrachting met dodelijke afloop hebben ondergaan. ‘Crime Scene’ heet de reeks eenvoudigweg. De slachtoffers blijven zonder gezicht omdat daar plastic overheen ligt.

Sigaretten

Anders is dat bij de foto’s van Goldblatt die ex-criminelen portretteert. Hier staan de blanke oud-agent die martelingen op zijn geweten heeft en de volwassen man die als scholier ooit een klasgenootje brandde met sigaretten even fier overeind. Iets minder fier is de jongen in het hoge gras die een politieagent neerschoot.

Goldblatts foto’s steken schril af tegen de bijna staatsieportretten van Hugh Exton, die tussen 1892 en 1945 iedereen, ongeacht huidskleur, op de glasplaat vastlegde, zolang er maar betaald werd. Opgedoft hebben ze zich allemaal – sommige kinderen op blote voeten, een andere foto toont een witte kleuter met zijn huisbediende. Minder opgedoft zijn dan weer ‘democratische portretten’ van Paul Alberts. Vlak vóór 1994 bleek dat veel Zuid-Afrikanen geen identiteit hadden, in de letterlijke zin: niet geregistreerd. Omdat het de eerste vrije verkiezingen waren, werd daar niet al te moeilijk over gedaan: als je oma je bestaan kon bevestigen dan mocht je stemmen. Maar het werd wel duidelijk dat er werk aan de winkel was. Paul Albert maakte een soort pasfoto’s waarop mensen een lei vasthouden waarop ze met krijt een naam met nummer krijgen toebedeeld. Bij elk gezicht hoort vanaf nu een naam. En dat geldt ook voor de bediende van de ouders van Pieter Hugo, die voor een belangrijk deel de opvoeding van Hugo deed. Ann Sallies heet ze. Bijna veertig jaar later zit ze een tikkeltje ongemakkelijk met haar handen op haar schoot.