Armando vindt tehuis in Oud Amelisweerd

Prinses Beatrix opent vanmiddag het nieuwe Museum Oud Amelisweerd.

Keramiek van Armando in Museum Oud Amelisweerd Foto Ernst Moritz

De houten vloeren zijn kaal gesleten, in de plafonds zitten barsten en de marmeren tegels in de hal liggen nog steeds een beetje scheef. In de afgelopen drie jaar is landgoed Oud Amelisweerd grondig gerenoveerd, maar dat betekent niet dat het huis uit 1770 strak in de lak is gezet. „We wilden de geschiedenis niet wegpoetsen”, zegt directeur Yvonne Ploum. „Dit landhuis bestaat uit een opeenstapeling van lagen, die herinneren aan de vroegere bewoners. Die willen we laten zien.”

Vanaf vandaag heeft de voormalige buitenplaats een nieuwe naam, Museum Oud Amelisweerd (MOA), en een nieuwe bewoner: de Armando Collectie. Het museum biedt voortaan onderdak aan de verzameling van het in 2007 door brand verwoeste Armando Museum in Amersfoort. Maar het is ook een van de weinige plekken in Nederland waar je historische behangsels op hun originele locatie kunt zien. Met als hoogtepunt het bijna 250 jaar oude Chinese behang op papier, dat door de VOC uit Kanton is meegenomen en dat nog steeds de twee salons van het landhuis siert.

Op het eerste gezicht is het een vreemde combinatie: de idyllische romantiek van de achttiende-eeuwse wanddecoraties met de duistere, door oorlog aangetaste landschappen op de schilderijen van Armando. „Armando’s werk wringt sterk met die arcadische landschappen”, beaamt Ploum. Toch werkt de tweeledige indeling uitstekend. Armando’s werk gaat over thema’s als melancholie en herinnering.

En ook Amelisweerd heeft een beladen geschiedenis: in de oorlog was het huis geconfisqueerd door de Duitsers, in de buurt was een fusilladeplaats. Armando’s litho van een geweer, die in een van de slaapvertrekken hangt, herinnert daaraan.

Op de begane grond, waar de historische wanddecoraties nog in tact zijn, is gekozen voor ruimtelijk werk van Armando. „De nieuwe bewoner moet zich hier schikken naar de omgeving”, zegt Ploum. Boven, in de privévertrekken, waren de behangsels in slechtere staat. Daar zijn de wanden door de interieurarchitecten van bureau Soda bespannen met linnen dat speciaal voor MOA in Zuid-België is vervaardigd. Door de grove weefsels zijn de fragmenten op de muur nog wel te zien, maar tegelijkertijd is een wat rustigere achtergrond ontstaan voor Armando’s schilderijen. Dat leidt in sommige vertrekken tot een mooi samenspel, bijvoorbeeld als de afgebladderde muur echoot in de ijle lijnen op Armando’s tekeningen. Tekstbordjes zijn nergens te vinden. „Het gaat om de esthetische ervaring”, zegt Ploum. „Bezoekers krijgen hier dus geen audiotour op hun hoofd. Ik wil dat ze zelf kijken. En voor wie meer informatie wil, is er een brochure.”

Het vernieuwde landhuis presenteert zich nadrukkelijk als een daglichtmuseum. Vanuit ieder vertrek kijk je uit op de omringende bossen en landerijen. Tot nu toe waren de luiken meestal gesloten om het kwetsbare behang tegen het zonlicht te beschermen. Maar dankzij een nieuw vernuftig systeem kunnen ze weer open. Ploum: „De lichtintensiteit wordt nu permanent gemeten en de luiken passen zich daar automatisch op aan. Het is een hoogtechnisch gebouw geworden”, zegt Ploum, „Maar het mooie is dat je daar als bezoeker niets van ziet.”

    • Sandra Smallenburg