opinie

    • Juurd Eijsvoogel

Afluisteren met terugwerkende kracht

Als maandagmiddag in Den Haag alle staatshoofden en regeringsleiders zijn aangeschoven voor de nucleaire top, staat er, zoals dat in het Engels heet, een olifant in de kamer. Niemand zal er over beginnen, zeker niet tijdens het officiële programma. Maar de gedachten van menige president of premier zullen er naar afdwalen, naar de jongste onthulling over de fabelachtige spionageactiviteiten van de Amerikaanse inlichtingendienst NSA. Is het mijn land, waarvan de Amerikanen álle telefoongesprekken opslaan om ze tot een maand later nog te kunnen afspelen? Of gaat dat over het land van mijn buurvrouw? Is Pakistan het doelwit? Of Rusland, China, Duitsland of Nederland? Of is het Somalië, of een ander land dat nu niet in Den Haag is?

Het intrigerende nieuws dat The Washington Post dinsdag bracht bevatte namelijk een raadsel. De krant wist op basis van informatie van klokkenluider Edward Snowden te vertellen dat de NSA een programma met de naam Mystic heeft, waarmee alle telefoongesprekken die in een land worden gevoerd opgeslagen kunnen worden. Met weer een ander programma, met de naam Retro, kunnen ze tot een maand later worden teruggeluisterd. In ten minste één land wordt zo’n massale aftapoperatie van alle inwoners ook daadwerkelijk uitgevoerd – maar de naam van dat land hield de Post (en later ook The New York Times) op dringend verzoek van de regering-Obama geheim.

Nog maar twee maanden geleden probeerde Obama Amerika en de rest van de wereld gerust te stellen dat we ons over dit soort dingen geen zorgen hoefden te maken. In zijn eerste grote speech over de NSA-affaire zei hij „dat mensen over de hele wereld, van welke nationaliteit dan ook, moeten weten dat Amerika geen gewone mensen bespioneert als ze onze nationale veiligheid niet bedreigen, en dat we rekening houden met hun zorgen over privacy”. De bevolking van zeker één land heeft dus reden om zich bedrogen te voelen. Want met Mystic zuigt de NSA in dat nog onbekende land de telefoongesprekken van iederéén op.

Hoe moet je je dat voorstellen? En hoe moet je het je voorstellen zonder meteen te denken aan een 21ste-eeuwse versie van de Stasi? Het is al duizelingwekkend om te proberen je een beeld te vormen van de telefoongesprekken die op één bepaald moment in een heel land gevoerd worden – laat staan in een hele maand. Het gaat om miljarden gesprekken, waarvan er miljoenen de langdurige opslag in gaan. Zolang er niet naar geluisterd wordt, zegt de NSA, geldt het niet als het verzamelen van informatie, laat staan als spionage. Maar als er wél naar geluisterd wordt, wat voor mensen doen dat dan, en voor hoeveel mensen is dat hun dagelijks werk?

Al ruim twee jaar geleden blijkt een Amerikaanse expert, John Villasenor, te hebben aangekondigd dat dit alles eraan zat te komen. In een studie met de huiveringwekkende naam Recording Everything liet hij zien dat de kosten van digitale opslag van informatie zó sterk gedaald zijn, dat inlichtingendiensten met programma’s als Mystic kunnen beschikken over een soort „tijdmachine, om met terugwerkende kracht mensen af te luisteren in de maanden of zelfs jaren voor ze doelwit van opsporing waren”. Dit zal „fundamenteel de dynamiek van protest, opstand en revolutie veranderen”, schreef Villasenor in zijn studie, waarvan de onheilspellende ondertitel luidt ‘Digitale opslag als steunpilaar van autoritaire regimes’.

Van de Verenigde Staten weten we nu dat ze dit instrument gebruiken. Als andere landen nog achterlopen, zullen ze deze blijkbaar zeer betaalbare instrumenten snel ook willen hebben – en inzetten. Een ideaal onderwerp voor een internationale top, zou je zeggen. Maar daar denken onze wereldleiders vast anders over.

    • Juurd Eijsvoogel