Aangifte doen

De woede van Hajiba Wijbenga (64) klonk onbedoeld lief, toen ze brieste: „WILDERS SCHEERT IEDEREEN OVER ÉÉN KAMMETJE!” Dat krijg je dus na 37 jaar Marokkaanse zijn in Nederland, waarvan de eerste 25 jaar als schoonmaakster, in een tijd dat er nauwelijks geschikte taalcursussen waren. In Marokko werkte ze in een ziekenhuis. Haar Nederlandse man Pieter was daar na een verkeersongeluk binnengebracht, toen ze verliefd werden. Hij zat bij Philips. Zij heeft haar ouders nooit durven vertellen dat ze hier schoonmaakte om haar reizen naar huis te kunnen betalen.

Verstaanbaar maken kan ze zich uitstekend. Tegen de tijd dat ze haar taalcursus vond, had ze drie Nederlandse kinderen.

Een halve minuut met Hajiba aan de telefoon bleek voldoende om in de auto te springen en naar Eindhoven te rijden. Aanleiding was een tweet van Ibrahim Wijbenga, die liet weten dat zijn moeder aangifte wilde doen: „En ik ga het haar niet uit haar hoofd praten.”

Ik moest even horen of het klonk als haar eigen idee – Ibrahim Wijbenga is bekend als het half Marokkaanse raadslid voor het CDA in Eindhoven en van zijn no-nonsense aanpak van de top-600 van veelplegers in Amsterdam, waar hij werkt voor Streetcornerwork.

„MAAR ALS IK BEN KWAAD DAN BEN IK KWAAD!”, riep Hajiba, op een toon die je hart doet janken.

Ze woont in de wijk Vaartbroek, een buurt van nette rijtjeswoningen, waar nu zwarte vrouwen in gekleurde hoofddoeken bij de bushalte staan. Zij is een gelovige moslim met kortgeknipt haar, een blauwe bodywarmer, in broek en pantoffeltjes met een tijgerprint.

Twee kleinkinderen scharrelden rond, allebei bijna twee. Een jongetje met de naam Julian en blauwe ogen. En de dochter van Ibrahim, die Manar Benthe heet, omdat haar moeder eveneens half Marokkaans en half Nederlands is. Daarmee was de waanzin van Wilders nieuwste plannen wel weer samengevat.

Hajiba weet al lang dat Nederland niet het paradijs is waarop ze hoopte: „Ik had hier altijd een schort aan.” Zonder hoofddoek mag je meegenieten wanneer Nederlanders over buitenlanders klagen. Ze leggen daarbij hun hand op je arm en zeggen ‘Maar voor jou geldt dat niet’, en dat moet je dan als een compliment opvatten.

Aan haar muur hangt Delfts blauw en haar pronkkast staat vol Marokkaans heimweeservies. Zij geeft breiles in het buurthuis. En borduurles. Ze leert Nederlandse minima zelf hun kleding naaien. Ze haakt boodschappentassen met hipsterallure, zomaar uit het plastic van zeven Albert Heijn-tasjes.

En op het raam van haar woonkamer hangt een poster die reclame maakt voor fietsles voor volwassenen. Daar is ze acht jaar geleden zelf mee begonnen. In kleine stapjes haalt ze sindsdien vrouwen uit Soedan, Polen, Algerije, Egypte over het te komen leren: toe, het is niet eng, het zal jouw wereld openen.

Zoals Hajiba erover vertelt, lijkt fietsen nuttiger dan Nederlands leren. Als je niet meer voor alles van je man afhankelijk bent, als je met je kinderen zelf lente kan gaan ruiken, dan komt de rest ook wel.

Maar de jeugd, maar de jeugd, bleef Hajiba herhalen. Met hun diploma’s en hun vloeiend Nederlands. Tóch verlamd in de hoek waar ze steeds weer worden ingetrapt.

Daarom stapte Hajiba Wijbenga naar het politiebureau.

Ging ze regelen.

    • Margriet Oostveen