‘Wij maken jazz, op een popmanier’

Het eigengereide jazztrio Kapok bereikte in korte tijd een breed publiek. Hoornist Morris Kliphuis legt uit hoe. „De kunst is alle autoriteit uit je toon te halen.”

Foto Marleen Kuipers

Hoorntonen langs gitaarklanken met aansporende, steeds weer prikkelende percussie; dat is ‘the unusual jazz trio’ Kapok. Een buitelend frisse versmelting van ruimte en fantasie met een bijzonder instrumentarium. Het samenspel van hoorn, gitaar en drums is in melodie verbonden met ritmische luciditeit.

Het gaat goed met het Amsterdamse trio Kapok van hoornist Morris Kliphuis (27), gitarist Timon Koomen (24) en drummer/percussionist Remco Menting (27). Ze hebben een nieuwe cd, Kapok genaamd; de band zit midden in zijn tournee; vrijdag treden ze voor het eerst als headliner op in het BIMhuis, Amsterdam. En in april kan Kapok zich met drie andere Nederlandse groepen voor het voetlicht spelen op het grote Europese showcasefestival Jazz Ahead in Bremen.

Zoveel nieuwe bandjes proberen een breed publiek te bereiken. Opvallend is wanneer het ze in korte tijd ook lukt. Kapok won de Dutch Jazz Competition in 2012. In datzelfde jaar kwam het eerste album Flatlands uit, onder de vleugels van Kytemans studio Kytopia. Hoornist Morris Kliphuis maakte jaren deel uit van The Kyteman Orchestra. Het trio met zijn eigengereide jazz kreeg er, gestuurd langs diverse popmedia, meteen veel aandacht door. Kliphuis verliet het orkest om zich volledig te richten op Kapok en zijn compositiewerk.

Van Kyteman leerde Kliphuis het concert als ervaring te zien – „Kyte gaat ver als hij een idee heeft.” Ook Kapok heeft zijn muziek op een slagvaardige popmanier willen aanpakken, zegt Kliphuis in een Amsterdams café, niet ver van hun repetitieruimte. „Van het hoesontwerp tot de cd-opnames waaraan, zoals in de pop, veel prerecordings te pas kwamen. In de jazz worden in korte tijd plaatopnames gemaakt en uitgebracht, met daarna een kleine tournee. We willen meer impact. Ons decor en de lichtshow met een woud van vijftig gloeilampen maakt de muziek nu nog meer voelbaar.” Bij het aankomende concert doen de blazers van Kyteman, K.O. Brass, ook mee.

Nee, Kapok is niet per se loyaal aan de jazz, onderstreept hij. Het trio heeft duidelijk voor ogen wat het wil maken. „En waar onze muziek landt, maakt ons niet uit. Zolang de mensen het maar horen, en dan het liefst nog jonge mensen.” Dan helpt het dat het nieuwe Kapok-album ook bijvoorbeeld in de 3voor12 Luisterpaal stond, een plek voor de nieuwste alternatieve muziek. En zie de gemêleerde tourlijst nu eens: van poppodia, theaters, jazzclubs en zelfs het Utrechtse wereldpodium RASA.

Voor de opnames van de vorige maand verschenen cd zochten de musici een ruimte met uitzonderlijke akoestiek. „Zoals de Red Hot Chili Peppers hun Blood Sugar Sex Magik-plaat opnamen in het roemruchte landhuis The Mansion in Californië, met veel verschillende kamers.” Het werd het dertiende-eeuwse Beverweerd kasteel bij Werkhoven, waar het trio kamers uitzocht op klank en waar nodig ruimtes werden afgehangen met gordijntjes.

Dat was onder andere ten faveure van de klank van zijn hoorn, vertelt Kliphuis. De hoorn, die je bar weinig in de geïmproviseerde muziek tegenkomt, klinkt in de meeste ‘droge’ studioruimtes gewoon niet goed. „Een klassiek instrument als dit heeft reflecties van de muren en het plafond nodig, akoestiek om goed te klinken, afstand om het hoorngeluid op te laten bloeien”, zegt Kliphuis. „De meeste pop- en jazzstudio’s zijn klein, geluid wordt er gecompenseerd met galm. Dat werkt niet goed voor de hoorn. Een mooie hoorntoon moet indirect. In een concertzaal gaat de hoorn eerst naar achter, de zaal in om dan pas je oor in te kruipen. Daardoor heeft het iets melancholieks.”

Vaak moet hij uitleggen waarom hij met zijn hoorn jazz speelt, lacht de klassiek geschoolde Kliphuis, die ook cornet speelt. De hoorn is een tricky, moeilijk beheersbaar instrument. Een klein mondstuk, een lange buis. „Je valt makkelijk van de noot af. Controle van lucht is belangrijk, met de juiste lipspanning.”

Om met die klassieke sound jazz te spelen, steeds weer reagerend op wat er ontstaat in samenspel, is „eigenlijk moeilijk verenigbaar”, stelt hij laconiek. En toch lukt het Kliphuis om naast mooie melodielijnen ook echt in de fraaie en subtiele grooves te kruipen die Koomen en Menting op gitaar en drums produceren.

Tevreden is hij met zijn nieuwe ‘uitvinding’, twee freezepedalen achter elkaar die verbonden zijn met zijn hoorn. Ze ‘bevriezen’ en stapelen noten zodat hij akkoorden van vier tonen kan spelen. „Dat kun je normaal als blazer nooit, en het is nog heel intuïtief te besturen ook. Voordien kon ik slechts één noot spelen. Daarmee kon ik slechts een richting suggereren. Nu heeft de band ook ‘lange klanken’, die me ook niet al te veel adem kosten.”

Het trio had eerst een andere akoestische gitarist. De samenwerking liep stuk op de wens vrijer te musiceren. Kliphuis ontmoette gitarist Koomen op een improvisatiefestival bij Utrecht. „Zonder dat we elkaar hadden gesproken voelden we elkaar direct aan in een improvisatie. Het was meteen muziek. Fascinerend.”

Na een aantal jaren sleutelen aan de muziek slagen ze er steeds beter in om hun muzikale keuzes bij een concert niet te laten leiden door ego, ongeduld en de angst dat het saai wordt. „Dan ben je de muziek aan het uithollen.”

In stukken als Day of the Tentacle, Americana en ook Lesotho, stukken met een buitengewone vrolijke gemoedsstemming, buitelen hoorn en gitaar harmonisch en melodieus over elkaar heen. Als gitarist Koomen kiest voor melodie, kruipt Kliphuis eronder met lage hoorntonen en kleine lijntjes zonder vibrato, al voel het voor een koperblazer natuurlijker om „erboven te zitten”.

Ieder van de drie kan sturen binnen de stukken. „Timon en ik duiken allebei graag op de melodie”, zegt Kliphuis. „Maar ik word er steeds beter in om hem te begeleiden. Dan ga je bewust veel vlakker spelen. De kunst is dan juist alle identiteit, al het autoritaire, uit je toon te halen.”