Voorspelbaar onvoorspelbaar

De kiezer heeft zich van zijn consequente kant laten zien. Er was wederom sprake van wispelturig stemgedrag. De in de jaren negentig begonnen extreme volatiliteit is inmiddels een gegeven. Meer dan ooit geldt in het huidige electorale klimaat dat de winnaar van vandaag de verliezer van morgen is. Dit maakt elke analyse van deze uitslag voor de nationale politieke gevolgen tot een hachelijke.

Vertaald naar landelijke verhoudingen bevestigt de uitslag van gisteren de trend die al waarneembaar was in de peilingen. Maar hiermee is dan ook alles gezegd. Omgerekend zou de coalitie van VVD en PvdA nog 42 zetels over hebben van de huidige 79 zetels. Dat is wel degelijk een signaal. Maar getuige de rest van de uitslag is het ook een onduidelijk signaal. Want als de kiezers het kabinetsbeleid hadden willen afwijzen, waarom is dan D66 – de partij die het kabinet grotendeels ad hoc steunt – als grote winnaar uit de bus gekomen?

Zo bezien is het dan ook verstandig dat vanuit de coalitie beheerst is gereageerd op de voor VVD en PvdA desastreuze uitslag. Het kabinet regeert pas kort. Het paradoxale effect van deze verkiezingsuitslag is dat VVD en PvdA geen enkel belang hebben bij vervroegde verkiezingen en dus tot elkaar veroordeeld blijven. Tot de volgende Tweede Kamerverkiezingen is nog drie jaar te gaan. In het licht van het onvoorspelbare gedrag van de ‘ontrouwe’ kiezer is dit een eeuwigheid, waarin de krachtsverhoudingen weer totaal kunnen veranderen. Doorgaan met het uitvoeren van het regeerprogramma is de meest voor de hand liggende weg.

Wat wel tot nadenken stemt, is de opnieuw lagere opkomst bij de verkiezingen. Weliswaar is het opkomstpercentage van 53,8 minder dramatisch dan waarmee rekening werd gehouden (opnieuw een bewijs dat terughoudend moet worden omgegaan met voorspellingen), maar als nog maar net één op de twee kiezers het de moeite vindt te gaan stemmen is er toch sprake van een legitimiteitsprobleem. Dit is des te zorgwekkender daar de rol van de gemeente in het openbaar bestuur bij de uitvoering van allerlei taken groter wordt. Hier ligt zeker een taak voor D66, de partij die in 1966 werd opgericht uit onvrede met het ‘vermolmde’ politiek bestel en die nu de grootste is in veel grote steden.

Een smet op deze verkiezingen is het gedrag van PVV-leider Wilders. Met het mobiliseren van een zaal voor ‘minder Marokkanen’ , roept hij een sfeer op van deportatie: „Dan gaan we dat regelen.” Andere partijen, maar ook andere PVV’ers, moeten onder ogen zien met wat voor verwerpelijke, haat en verdeeldheid zaaiende praktijken ze zich inlaten.