‘Voor zo’n lage prijs kun je niet uitvaren’

Stakende vissers op Urk in diverse media

De aanleiding

De tien kotters op Urk zijn vanwege de lage visprijzen deze week niet uitgevaren. Nadat vrijdag een kilo schol werd afgehamerd op 0,92 euro besloten de vissersbedrijven tot een staking van een week. Ze moeten hun schol en tong tegen veel te lage prijzen verkopen, vinden ze. Met de staking hopen ze handelaren te bewegen tot een hogere prijs.

De handelaren zeggen weinig te kunnen doen. Oorzaak is volgens hen de grote concurrentie op de internationale vismarkt – zo’n 85 procent van de Urker vis gaat naar het buitenland. Maar de handelaren begrijpen de vissers wel. In diverse media, waaronder NOS en de Volkskrant, zeiden zowel handelaren als vissers dat de prijzen voor schol en tong momenteel zo laag zijn, „daar kun je niet voor uitvaren”.

Als de prijzen zo laag zijn, waarom staken de vissers in Vlissingen of IJmuiden dan niet? Willen de Urkers gewoon méér, of zijn de prijzen echt zo laag? We checken of uitvaren met de huidige prijzen inderdaad niet zinvol is.

En, klopt het?

Eerst waarom ze op andere visafslagen niet staken. Dat is goed verklaarbaar, zegt visserijeconoom Kees Taal van LEI Wageningen. „In Vlissingen of IJmuiden vissen ze vooral op tong, terwijl de Urker vissers het vanwege de locatie van hun visgronden echt moeten hebben van schol.” Van zowel tong als schol is de veilingprijs recent gedaald. Maar alleen voor tong geldt dat ook de prijs om een kilo te vangen de laatste jaren flink is gedaald.

Tongvissers vangen tegen lagere kosten, omdat een groot deel van de kotters is overgegaan op pulsvisserij: stroomdraden met elektrische pulsen slepen over de bodem waardoor vissen opschrikken en worden gevangen. De nieuwe methode scheelt vooral aan brandstofkosten.

Voor schol is pulsvisserij minder geschikt omdat schol minder gevoelig blijkt voor zulke pulsen. „De Urker visvloot heeft die innovatieslag daarom nog niet gemaakt”, zegt Taal.

En dus vissen de meeste Urkers nog met zware kettingen slepend over de bodem. Dat kost vanwege de hogere weerstand meer dan 50 procent meer brandstof dan pulsvisserij. Daarnaast ligt schol meer verspreid op de zeebodem dan tong, waardoor je een groter areaal moet afleggen en dus meer brandstof gebruikt. Ook moeten de Urkers met hun zware kotter (2.000 pk) volgens Taal flink wat vaart (6 tot 6,5 zeemijl per uur) maken om een schol te kunnen vangen. „Anders zwemt-ie zo voor je netten weg.”

Om kostendekkend te zijn moet een kotter voor het vangen van schol na vier zeedagen (etmalen) minimaal 32.000 euro hebben verdiend. Zelf heeft de kottereigenaar dan nog niets verdiend. Het bedrag is genoeg om te blijven varen zonder dat het hem direct geld kost.

Taal rekent ruwweg voor: één zeedag kost minimaal 8.000 euro. Daarvan gaat zo’n 4.000 euro naar brandstof: gasolie. De prijs daarvan stijgt al jaren. Op een kotter zitten zes mensen. Zij krijgen ieder een percentage (6 tot 7 procent) van de opbrengt min de gasoliekosten. Uitgaand van 8.000 euro bruto omzet per zeedag gaat dan rond 1.600 euro per dag op aan bemanningskosten: maximaal 260 euro bruto per man per dag. De overige 2.400 euro gaat onder meer op aan vistuig, reparatie, onderhoud, rente- en aflossingskosten, verzekeringen, veiling- en nog vele andere kosten.

Die 32.000 euro is het minimumbedrag dat vissers per week aan omzet moeten halen. Maar de afgelopen weken kwam het voor dat de vangst na vier zeedagen veel minder opbracht: 28.000 euro, 21.000 euro.

Je kunt als visser pech hebben en weinig vangen: minder dan 20.000 kilo. Zo’n 25.000 tot 30.000 kilo is „behoorlijk”, zegt Taal. Daarvan is zeker 80 tot 95 procent schol – de rest is wat tarbot en tong. Maar ook als je weinig vangt, is dat niet altijd een ramp: het gaat om de prijs die je ervoor krijgt.

Tien jaar geleden was de prijs voor een kilo schol 1,80 euro. Met een goeie vangst leverden vier zeedagen al gauw 50.000 euro op. Maar in 2008 daalde de prijs naar 1,40 euro. Oorzaak: meer concurrentie in Zuid-Europa, de grootste afzetmarkt voor schol. „Ook daar zijn ze, net als in Nederland, meer kweekvis uit Zuidoost-Azië gaan eten”, zegt Taal. Het Urker scholletje dat Italiaanse schoolkinderen tussen de middag aten maakte plaats voor pangasius. Taal wijt de wereldwijde opmars van ‘gemaksvis’ als zalm en pangasius aan „smaakvervlakking” en lagere inkomens door de crisis. „Ook in Italië weten ze steeds minder goed een vis te fileren.”

Bijkomend probleem van de schol is dat de vis niet goed wordt vermarkt. „Niemand voelt zich verantwoordelijk om de schol te promoten. Vissers wijzen naar de handelaren, maar die zien er het belang niet zo van in.”

De prijs voor schol daalde verder. In 2014 leverde een kilo schol gemiddeld nog 1,10 euro op. Dus stel je vangt 25.000 kilo schol à 1,10 euro. Dat is 27.500 euro in totaal. Voor de kottereigenaar is dat te weinig om rendabel te zijn. En de bemanningsleden – mannen tussen de achttien en vijftig jaar oud – verdienen dan elk zo’n 200 euro bruto per dag. Uitgaande van de gemiddelde 16-urige werkdag op een kotter is dat 12,50 euro bruto per uur. Daar gaan kosten voor een extra verzekeringen, belasting en pensioen nog af. Dat is niet veel boven het wettelijk minimumloon (8,53 euro bruto) voor 23 jaar en ouder.

Conclusie

Een vangst moet gemiddeld meer dan 32.000 euro opbrengen om rendabel te zijn. Bij de huidige prijs voor schol zullen sommige vangsten dat bedrag wel opbrengen en andere niet. We beoordelen de stelling daarom als half waar.