Volwassen mannen op een kinderfietsje om WK-titel

Grote uitdaging om races voor mondiale titel naar Ahoy te halen

WK BMX in Ahoy. Mooi affiche van een spectaculaire sport, die ook nog eens olympisch is. Maar geen garantie voor succes. Achter de schermen is het buffelen om zo’n evenement rond te krijgen. De begroting van zo’n drie miljoen euro is nu, vier maanden voor de WK, nog maar voor ruim 70 procent gedekt.

Het is tegenwoordig op z’n minst moedig om buiten voetbal een groot kampioenschap naar Nederland te halen. Zo goed is het de laatste jaren niet gegaan. Integendeel, menig organisator van toch niet de minste kampioenschappen breekt met terugwerkende kracht het angstzweet uit.

Wat te denken van het handbalverbond, dat door een tekort ‘van enkele tonnen’ bij het EK handbal onder 19 jaar (2011) in ernstige financiële problemen kwam. De bond kreeg daar overheen nog eens een boete van ruim een half miljoen euro, omdat het EK vrouwen voor 2012 financieel niet rond te breien was en noodgedwongen werd teruggegeven.

En wat te denken van de organisatie achter de WK turnen in Rotterdam (2010), die een vuiltje moest wegwerken van 650.000 euro. Of de WK tafeltennis, die een jaar later in Rotterdam werden gehouden, en met een tekort van ‘enkele honderdduizenden euro’s’ werden afgesloten. Hoe financieel kansrijk is dan de WK BMX, die van 23 tot en met 27 juli eveneens in Rotterdam worden gehouden? Komt het publiek massaal naar races van volwassen mannen en vrouwen op een kinderfietsje?

Eric Kersten, directeur van organisator BMX Holland, houdt moed. Vanzelfsprekend. Omdat de Osser consultant, aan wie de wielerbond KNWU de WK-organisatie heeft uitbesteed, veronderstelt zijn huiswerk goed te hebben gedaan. De laatste drie WK’s zijn bezocht en de organisatoren in zowel Kopenhagen (2011), Birmingham (2012) als Auckland (2013) hebben de boeken geopend, zodat de Nederlandse organisatie bij benadering weet wat haar te wachten staat. Met die kennis denkt Kersten met de WK BMX geen onverantwoorde risico’s te lopen.

Hij leerde van zijn voorgangers dat een substantieel deel van de (betalende) bezoekers gegarandeerd wordt door de familie en kennissen van de zogeheten Challenge-deelnemers. Dat zijn BMX’ers grofweg tussen de tien en 50 jaar die traditietrouw voorafgaande aan de Masters hun eigen WK afwerken. Dat is in Rotterdam op woensdag, donderdag en vrijdag. De zaterdag en zondag zijn dan gereserveerd voor de grote jongens en meisjes.

Het enige verschil, afgezien van het niveau: het startpodium voor amateurs is vijf meter hoog, die voor de professionals acht meter. Maar die 2.500 Challengers zijn voor de organisatie interessant, omdat hun aanhang een vaste schare toeschouwers garandeert. Trouwens, zegt Kersten, er is geen uitverkocht Ahoy begroot, maar er wordt uitgegaan van een bezetting van 70 procent.

Tv-exposure

Zoals bij veel sporten klaagt ook Kersten over een gebrek een tv-exposure. Voor het grote publiek is BMX eens in de vier jaar bij de Olympische Spelen zichtbaar. In de tussenliggende jaren bestaat het programma uit slechts vijf wereldbekerwedstrijden en de WK. Wat mager om de aandacht van televisiezenders te trekken. Bij het uitventen van zijn evenement ervaart Kersten dat als een groot nadeel. „Als BMX vaker in beeld zou komen, zitten de tribunes bij de WK eerder vol.”

Het geld dreef Kersten en de KNWU naar Rotterdam. De WK op het nationale sportcentrum Papendal nabij Arnhem zou meer voor de hand hebben gelegen. Daar ligt een permanente baan van olympisch niveau en wordt de laatste jaren een van de vijf wereldbekerwedstrijden, de zogeheten UCI BMX Supercross, gehouden. „Maar Papendal kon in tegenstelling tot Rotterdam geen financiële garanties geven”, verklaart Kersten.

Die steun van Rotterdam bestaat overigens niet uit een garantstelling voor het tekort, maar simpelweg uit een bijdrage aan de kosten. De Stichting Topsport Rotterdam subsidieert 50.000 euro. Maar hoeveel de gemeente uit het lokale evenementenfonds bijdraagt, blijft geheim. ‘Rotterdam’ en de organisatie willen daarover geen mededelingen doen.

Niet alleen van de financiën kreeg Kersten wel eens hoofdpijn, ook van de problemen bij de aanleg van een BMX-baan. De vloer van Ahoy is op een aantal plekken te zwak om het gewicht van zandheuvels te kunnen dragen. „Dat heeft te maken met de kelders onder die vloer”, vertelt Kersten licht verbaasd. „Wij dachten aanvankelijk dat de baan geen probleem zou opleveren. Maar ik wist toen nog niet van die kelders.”

De oplossing? Simpel. Er worden komende zomer zestien trailers met piepschuim Ahoy binnengereden. Dat lichte materiaal vormt een extra laag tussen vloer en zand. Volgens Kersten goed voor een drukvermindering met 60 procent.

    • Henk Stouwdam