Top met verkeerde agenda

Peer de Rijk keert zich tegen de inhoud van de nucleaire top in Den Haag. Kwinten Keesmaat ziet de top vooral als kostenverspilling.

Een bulldozer aan het werk bij een kolenmijn in Kentucky. 40 procent van de uitstoot van CO2 in de VS komt door kolen. Het is de meest vervuilende energiebron. Foto AFP

De ogen van de wereld zijn begin volgende week op Den Haag gericht wegens het door president Obama bijeengeroepen spoedoverleg van de G7 over Oekraïne. Maar laten we niet vergeten waar het óók om draait tijdens de Nuclear Security Summit: ruim vijftig regeringsleiders proberen maandag en dinsdag afspraken te maken over het verminderen en beter beveiligen van nucleair materiaal.

De conferentie concentreert zich op ‘terroristen’; grosso modo kan de wereld het nog weleens worden over het uitgangspunt dat alles gedaan moet worden om te voorkomen dat zij de beschikking krijgen over radioactief materiaal.

Als er nou een mooi resultaat viel te verwachten, zou het misschien allemaal niet zo erg zijn. Maar dat is nu juist het probleem; de top heeft de verkeerde agenda, bespreekt de werkelijke oorzaken en problemen niet en zal dus ook niets oplossen.

De belangrijkste bron van nucleair materiaal is de civiele nucleaire industrie: de bijna 450 kerncentrales en de bijbehorende infrastructuur, van uraniummijn tot verrijkingsfabriek, van opwerkingsinstallaties tot afvalopslagplaats. En, niet te vergeten, de duizenden transporten die nodig zijn om deze hele nucleaire keten aan de gang te houden. Maar over de industrie zelf wordt nu juist niet gepraat. Alleen de beveiliging van het materiaal dat deze industrie voortbrengt, staat ter discussie.

Alle voor ‘vuile bommen’ bruikbare materialen ontstaan in die civiele nucleaire industrie. Hoog verrijkt uranium bijvoorbeeld. Dat is natuurlijk uranium, dat is verrijkt in een verrijkingsfabriek als die van Urenco in Almelo. Of neem plutonium. In tegenstelling tot wat de nucleaire industrie beweert, is het plutonium uit kerncentrales wel degelijk ook geschikt voor atoombommen. Voor een ruwe atoombom is slechts vier tot vijf kilo reactor-grade plutonium nodig. Vele kilo’s plutonium worden over aanzienlijke afstanden via de openbare weg vervoerd.

Tel daarbij op dat gevoelige nucleaire technologie makkelijk wordt verkocht aan wie maar zegt het ‘vreedzaam te gaan toepassen’ voor het opwekken van energie. Hierdoor neemt het risico dat nucleair materiaal in verkeerde handen valt alleen maar toe.

Terwijl we kerncentrales blijven bouwen, splijtstof over de hele wereld heen- en weer blijven vervoeren en geen idee hebben wat we met het kernafval aan moeten, gaan de regeringsleiders praten over end-of- pipe-oplossingen: met steeds duurdere en ingewikkelder methoden de troep die we zelf hebben gecreëerd proberen te beveiligen.

Een illusie. Wie zoveel mogelijk landen wil stimuleren nucleaire technologie toe te passen en daaraan veel geld wil blijven verdienen, moet niet raar opkijken als het af en toe vreselijk misgaat.

Maar daar gaat het niet over in Den Haag.