Nederlaag PvdA in de steden heeft structurele oorzaak

Een ooit vanzelfsprekend hoofdstuk is afgesloten: de PvdA is geen stadspartij meer. Slechts in één van de vijftien grootste steden van Nederland is de PvdA gisteren bij de gemeenteraadsverkiezingen de grootste partij gebleven: Eindhoven. In alle andere is de PvdA op haar nummer gezet door vooral D66 en, in mindere mate, Leefbaar, PVV, SP en VVD.

Deze afstraffing is niet alleen het gevolg van electorale onvrede over de regeringscoalitie van VVD en PvdA. De VVD, die ook veel raadszetels heeft ingeleverd, kan haar slechte uitslag wijten aan de resonans van het kabinetsbeleid. Maar de PvdA kampt met diepere problemen. De uitslag in Amsterdam is daarvoor illustratief.

Voor het eerst in haar bestaan is de PvdA met 10 zetels niet meer de grootste partij in Amsterdam. Nooit heeft ze minder raadsleden in de stad gehad. Zoals de PvdA in Rotterdam in 2002 werd opgerold door het Leefbaar van Pim Fortuyn – en gisteren weer – zo is ze nu in Amsterdam vernederd door D66. Ook in andere grotere steden moest de PvdA het hoofd buigen voor D66. Zelfs in Groningen dat, met Amsterdam, tot gisteren het enige bolwerk was waar de PvdA afgelopen decennium juist wel standhield.

Het is aantrekkelijk om de ommekeer in Amsterdam te wijten aan één man: lijsttrekker Pieter Hilhorst, die de leiding in Amsterdam eind 2012 overnam van de huidige vicepremier Lodewijk Asscher en vandaag al weer is teruggetreden. De keuze voor een columnist in de politiek was inderdaad geen gelukkige. Hilhorst had onvoldoende bestuurlijke ervaring en bleek de listen en lagen van de (hoofd)stedelijke politiek niet onder de knie te hebben. Bovendien oogde hij eerder als een vrijzinnige GroenLinkser dan als klassieke PvdA’er. Een grootscheepse ‘desertie’ van met name kiezers van niet-Hollandse origine in Amsterdam was een van de consequenties van deze ‘handicaps’.

Toch komt de nederlaag van de PvdA niet alleen door Hilhorst. Er is sprake van een patroon dat Amsterdam overstijgt. Overal verliest de PvdA aanhang onder de kiezersblokken die ze vroeger wel wist te mobiliseren. Dat afhaken is op te vatten als vorm van etnische ontzuiling. Links heeft niet meer het monopolie op emancipatie.

Juist deze structurele problemen bieden D66, VVD en SP komende jaren veel kansen zich als nieuwe grootstedelijke machtspartijen te ontplooien. VVD en SP hebben intussen al voldoende ervaring op lokaal niveau. Nu moet ook D66 de kansen grijpen om te laten zien dat sociaal-liberaal beleid een antwoord is op de immense taken die de grote steden er door de vergaande decentralisatie bij krijgen. De electorale coup van gisteren mag geen toevalstreffer worden.