Namens niet-stemmers: over vier jaar in de meerderheid

Tenenkrommend, de manier waarop mensen werden overgehaald toch te gaan stemmen, aldus Joop van Holsteyn.

Illustratie Hajo

Spannend dat het gisteren was! In de ochtend lag de gepeilde opkomst een fractie hoger dan vier jaar terug. In de loop der dag kantelde het beeld. Tegen het einde van de middag bleef het opkomstpercentage achter op 2010. We weten het nu: de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen 2014 gaat de boeken in als historisch laag, dus dramatisch laag. Omdat de teruggang gering bleek weliswaar dramatisch met een kleine d, maar toch.

Daarmee hebben niet-stemmers zichzelf wel wat aangedaan. De Amsterdamse burgervader Van der Laan, die op verkiezingsdag opkomstbevorderend eieren bakte, zag iets in de slogan ‘Niet stemmen, niet zeiken’. Die positie is populair. In peilingen stemde driekwart in met de stelling dat wie niet stemt daarmee het recht verspeelt om kritiek uit te oefenen. Ik heb keurig gestemd en mag dus blijven zeiken. Namens de niet-stemmers.

De thuisblijvers hebben immers misschien goede argumenten. Ik noem er vier. Ten eerste zetten ook dit keer de landelijke politiek en politici de toon. In het recente verleden vonden raadsverkiezingen soms plaats in de directe aanloop van Kamerverkiezingen, wat landelijke politici een excuus gaf om alvast warm te draaien. Dit jaar zijn er – of weten Samsom en Rutte meer? – geen Kamerverkiezingen aanstaande. Even zo goed werd het lokale karakter van de gemeenteraadsverkiezingen ernstig en hinderlijk verstoord door landelijke mannen en manoeuvres. Door mannen die niet verkiesbaar waren, van partijen die deels niet meededen.

Maar toch, vanwege de overdracht van belangrijke taken van het landelijke naar het lokale niveau waren deze raadsverkiezingen extra belangrijk. Zorg en zo. Dat is waar, maar als tal van politici, landelijk en lokaal, roepen dat die gemeenten niet klaar zijn voor die taken, kan ik er maar moeilijk voor naar het stemlokaal. Over vier jaar wellicht. Maar nu? Ik weet dat er iets belangrijks op mijn gemeente afkomt, maar wat en hoe is onbekend, vaag, te weinig gepolariseerd en gepolitiseerd om electoraal mee te wegen.

Trouwens, laat ik niet-stemmers zeggen, ik maak als kiesgerechtigde van mijn stemrecht gebruik op een manier die mij goeddunkt. Thuisblijven dit keer. Wie heeft het recht om mij de democratische maat te meten? Waarop baseren die politici die schande roepen hun hoge morele gelijk? Waarom ‘moet’ er worden gestemd?

Tot slot dit. De manier waarop her en der getracht is mensen over te halen toch te gaan stemmen is tenenkrommend. De trivialisering en banalisering van het hoogtepunt der electorale democratie nam schrikwekkende vormen aan. Koffie met een koekje, stemmen in ludieke locaties, voorrang in de rij bij het theater voor stemmers en gratis slippers in de sauna. Had ik eieren bakken al genoemd? Als het zo moet, hoor ik niet-stemmers denken, dan liever niet. Ik kom naar het stemlokaal als ik weet waar het om gaat, als er iets te kiezen valt, als ik serieus genomen wordt, en niet uit de hoogte wordt toegesproken. En anders, tja, vormen niet-stemmers over vier jaar de meerderheid, al dan niet zwijgend.