Muzikaal staat deze ‘Arthur’ als een huis

Een meisje in een skelettenpak helpt een blinde Afrikaanse vrouw (sopraan Claron McFadden) naar haar kruk. De vrouw vertelt dat ze haar man komt zoeken, die is vertrokken voor strijd op vreemde bodem en nooit is teruggekeerd. Het meisje, een macaber zinnebeeld van de dood, trekt soldatenlaarzen aan en gaat met een grote teddybeer zitten luisteren.

Het immense ‘kleine’ leed van oorlog wilden de makers van Arthur voor het voetlicht brengen. In deze openingsscène werkte de vervreemding heel goed en de voorstelling kende verschillende prachtige momenten, maar die opzet is toch slechts ten dele geslaagd.

Barokorkest B’ Rock en Muziektheater Transparant besloten het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, die in hun thuisland België zulke diepe wonden heeft geslagen, honderd jaar na dato te herdenken met een voorstelling over de zinsbegoochelende verwoesting die oorlogsgeweld achterlaat. Daarvoor namen ze regisseur Paul Koek van de Veenfabriek in de arm, die voor Arthur uitging van de krijgshaftige King Arthur van Henry Purcell.

In King Arthur, met een libretto van dichter John Dryden, moet koning Arthur zijn geliefde redden uit handen van de vijand. Het is een semiopera, een mengvorm van opera en toneel die erg populair was tijdens de Engelse Restauratie. Die mengvorm is in de bewerking in stand gehouden: er zijn vier acteurs en vier zangers, met McFadden in een dubbelrol. Als muziektheater heeft Arthur echter nauwelijks nog iets met Purcells werk te maken – diens muziek heeft er weliswaar een prominente plek in, maar niet in de oorspronkelijke samenhang, en Drydens tekst is op de aria’s na verdwenen.

Dat is een interessante benadering. Schrijver Peter Verhelst, met wie Koek eerder samenwerkte aan onder meer de succesvolle Medea van de Veenfabriek, heeft een nieuwe tekst geschreven, waarin van het ridderverhaal eigenlijk alleen de titel is overgebleven. Het is een mozaïek van vier persoonlijke verhalen die zich afspelen ná de strijd, iedere strijd, als het stof neerdaalt en de oude wereld verdwenen blijkt.

Verhelst heeft die verhalen opgetekend in poëtische monologen, waarbij zijn extreem beeldende, zoekende stijl regelmatig vóór zijn personages komt te staan. Plaats en tijd zijn ambigu en doordat er op het toneel weinig interactie en helemaal geen dialoog plaatsvindt, ontstaat er een schetsmatige, weliswaar vaak intrigerende schemerwereld van woorden waartoe men zich niet gemakkelijk emotioneel verhoudt. Ook het mooie toneelbeeld met staaflampen en een uitkijktoren biedt weinig houvast, en in die overdaad van suggestie en associatie delft de zeggingskracht ten slotte het onderspit.

Muzikaal stond Arthur als een huis. De avontuurlijke specialisten van B’Rock speelden onder leiding van George Petrou strak en soepel in op het ritme van de voorstelling, de solisten brachten Purcells aria’s met verve. Het intieme herderinnenduet van McFadden met sopraan Elizabeth Cragg was schitterend. Ook Cappella Amsterdam zong voortreffelijk: de koorscènes waren zonder uitzondering hoogtepunten. Die welluidendheid was voldoende voor een plezierige avond, maar niet om de al te kruimige collage van beelden op te tillen tot het beoogde oorlogsmonument.