Minder te dikke kinderen in Haaglanden, wel grote etnische verschillen

Aftrap van het lesprogramma 'ik lekker fit', hier in het Sportpaleis Alkmaar. Het doel is om kinderen bewust te maken van een gezonde leefstijl. ANP / Paul Vreeker

Het aantal te dikke kinderen in Den Haag neemt gestaag af, maar er zijn grote etnische verschillen. Dat schrijven onderzoekers onder leiding van jeugdarts Jeroen de Wilde van GGD Haaglanden in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

In de periode 1999 tot 2011 nam het aantal Nederlandse kinderen met overgewicht af van 13 naar 11 procent. Bij Marokkaanse en Surinaams-Hindoestaanse kinderen bleef het percentage overgewicht stabiel. Bij Turkse kinderen nam het toe van 25 naar 33 procent, maar ook die opvallende stijging vlakte in de laatste jaren af. Dat is goed nieuws, zegt De Wilde.

“Het laat zien dat de obesitasepidemie bij de jeugd in de grote steden stabiliseert. Er is nog wel een wereld te winnen, want veel te veel kinderen zijn nog te zwaar.”

Vermoedelijk effect campagnes tegen overgewicht

De Wilde denkt dat de vastgestelde afname in de Haagse studie representatief is voor de situatie in de andere grote steden. In de laatste landelijke studie (2009) bleek al dat de toename van overgewicht in de steden gestabiliseerd was. Campagnes tegen overgewicht hebben geholpen, vermoedt De Wilde, maar dat is niet onderzocht.

De grote verschillen in overgewicht tussen diverse etnische groepen in de stad Den Haag zijn volgens De Wilde niet geheel te verklaren uit sociaal-economische verschillen. Cultuur speelt ook een rol zegt hij.

“Mensen hebben een ander schoonheidsideaal; onder Turken bijvoorbeeld geldt een vollere baby als gezonder. In een groepscultuur wordt altijd wat meer gekookt dan nodig, want er kan bezoek komen. En de kliekjes worden meestal niet ingevroren zoals Nederlanders doen, maar diezelfde avond nog opgegeten.”

(NRC)