Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Ik stemde, want Ronald zei dat het moest

Bij het laatste Hard Gras Diner, een jaarlijks etentje voor sportjournalisten, zat ik schuin achter eregast Ronald de Boer, die de aandacht trok doordat hij zich door zijn tafelgenoten op het hoofd liet kijken. Hij zal toch geen hoofdluis hebben, dacht ik nog. Dat gelukkig niet, later hoorde ik dat hij voor 8.400 euro een haartransplantatie had ondergaan en hij had ook wat prikjes botox tegen rimpeltjes gehad. Het resultaat mocht er zijn, Ronald kon het iedereen aanraden.

Ik begon er meteen over na te denken, in alle eerlijkheid: ik kon ook wel wat prikjes gebruiken.

En als Ronald zegt dat het geen kwaad kan…

Een jaar eerder had Ronald campagne gevoerd om het wereldkampioenschap voetbal naar Quatar te krijgen, gewoon omdat hij dat vond, dat was ook goed uitgepakt.

Gisterochtend ging ik stemmen, niet omdat ik het wilde, maar omdat Ronald twitterde dat ik ‘mijn democratische plicht’ moest doen. Samen met twintig andere BN’ers vormde hij de stembrigade. Op internet zag ik foto’s die genomen waren in de keuken van de Amsterdamse burgemeester. De burgemeester bakte een eitje voor zijn BN’ers, die schaterlachend om hem heen stonden toen hij met een scheut cognac de vlam in de pan liet slaan.

Allemaal vonden ze het heel belangrijk dat ik ging stemmen.

Arie Boomsma, door wie ik een koffie van Douwe Egberts ging drinken omdat hij daar vloekend in een commercial om vroeg.

Abdelkader Benali, de hardlopende schrijfvriend van Badr Hari.

Daley Blind, de Ajax-voetballer die ook al vond dat ik moest stoppen met roken.

Halina Reijn natuurlijk, die iedere avond op televisie van alles vindt en me elke keer weet te overtuigen.

Barbara, de hoofdredactrice van Het Parool, stond tevreden in een groen jurkje tegen het aanrecht geleund. Bij haar stembureau was ze de allereerste geweest, twitterde ze. Een bijgevoegde foto waarop ze wapperde met haar stembiljet bewees het.

In haar krant las ik dat de burgemeester van Amsterdam tussen twee eitjes door had gezegd: „Het gaat er niet om op wie je gaat stemmen, maar dat je gaat stemmen.”

Ronald de Boer vond „het goed dat dat eens werd aangezwengeld”.

Alle twijfel was weg.

Ik hoefde niet meer na te denken over moeilijke vragen als ‘hoezo?’ of ‘op wie?’ Ik hoefde alleen maar te gaan opdat de opkomst hoog was. Waarom Ronald, Arie en Halina dat zo belangrijk vonden bleef onduidelijk. Gelukkig hoefde ik dat niet te weten.

    • Marcel van Roosmalen