In 3 dagen 3,5 ton ophalen voor kunstschat

Jarenlang werd er zonder succes gezocht naar bronnenmateriaal over schilder Kees van Dongen. Tot er plots een rijk gevuld archief van hem op de markt kwam.

‘Ik had onmiddellijk het idee: dit is uniek”, vertelt Anita Hopmans, hoofd Collecties en Onderzoek bij het RKD, Nederlands instituut voor kunstgeschiedenis. Eind 2013 hoorde ze dat bij het Parijse veilinghuis Ader/ Nordmann op 17 december een bijzondere collectie brieven en foto’s van de Nederlandse schilder Kees van Dongen (1877-1968) onder de hamer zou komen. De dozen en mappen waren een paar maanden eerder in een huis in Parijs aangetroffen en de opkoper van die inboedel bood de kunsthistorische schat te koop aan. Hopmans, die in 2010 de grote Van Dongen-tentoonstelling in Museum Boijmans samenstelde, wist meteen hoe zeldzaam de vondst was. „Ik heb jarenlang gezocht naar bronnenmateriaal over Van Dongen, maar dat is er nauwelijks.”

Het risico bestond dat de brieven en foto’s, die door het veilinghuis over tientallen lots verdeeld waren, door verschillende verzamelaars zouden worden gekocht. „Ik was doodsbang dat het archief uiteen zouden vallen”, zegt Hopmans. „Dan zijn het losse snippers en vertelt het geen verhaal meer.”

Maar over aankoopbudget beschikte Hopmans niet, en de veiling vond al vier dagen later plaats. „Ik heb alle bedragen in de veilingcatalogus bij elkaar opgeteld en concludeerde dat ik minstens twee ton nodig zou hebben.”

Vervolgens belde Hopmans naar fondsen en particulieren om het bedrag bijeen te krijgen, ook onderweg naar het veilinghuis nog, „tot mijn telefoon leeg was”. Het Mondriaan Fonds, het VSB Fonds en de Stichting Gifted Art zegden snel aanzienlijke bedragen toe. Kunsthandelaren wilden „duizendjes” bijdragen en zelfs de zoon van Van Dongen schonk een bedrag. In totaal haalde Hopmans in drie dagen tijd zo’n 350.000 euro op.

De kijkdag in Parijs overtrof al haar verwachtingen. Er waren honderden foto’s en negatieven, tientallen door Van Dongen geïllustreerde brieven en schetsboekjes, maar ook reisverslagen, tentoonstellingsaankondigingen en een doos vol agenda’s. De meeste documenten stammen uit de periode 1916-1928, de tijd dat de schilder in Parijs tussen zijn twee huwelijken in samenleefde met zijn vriendin Léa Jacob, een joodse ontwerpster die beter bekend was onder haar artiestennaam Jasmy.

Ook trof Hopmans een tot nu toe onbekend biografisch manuscript aan dat Jasmy over Van Dongen had geschreven. „Daarin typeert ze onder meer Van Dongens modellen. Tot nu toe was daar vrijwel niets over bekend.”

Op de veiling zelf bleek er veel internationale belangstelling te zijn. „Er werd geanimeerd geboden”, aldus Hopmans. „Brieven die op 10.000 euro geschat waren, gingen voor 52.000 euro weg. We konden dus niet overal op meebieden.” Hopmans schat dat ze ruim driekwart van het archief heeft kunnen aankopen voor het RKD. Met de andere kopers hoopt ze nog in contact te komen, zodat de inhoud van hun aankoop wellicht ook nog geopenbaard kan worden.

Deze week kwamen de dozen uit Parijs aan op het Haagse RKD-kantoor. Op tafel liggen tientallen mappen vol met zwart-witfoto’s van Parijse feesten, van kunstenaarsvrienden, van de schilder en zijn vriendin in badkleding op het strand. Eén doos is gevuld met kleine agenda’s, waarin Jasmy hun afspraken noteerde – veel vernissages en bezoekjes aan de opera, maar ook de sessies met Van Dongens modellen. „Je duikt een leven in dat je nog niet kent”, zegt Hopmans. „In het begin van de correspondentie spat de passie er nog vanaf, maar op een gegeven moment zie je toch problemen ontstaan. Van Dongen heeft enorm veel succes in Parijs en in hun monumentale huis op de Rue Juliette-Lamber wordt iedere week gefeest door de beau monde. Op een gegeven moment eist Jasmy meer tijd voor zichzelf op, en gaat ze ook weer zelf aan de slag als ontwerper en kunstenaar. Ik dacht altijd dat Jasmy het zoveelste Parijse sterretje was, maar uit deze brieven blijkt dat ze een heel zelfstandige vrouw was. Die ontdekking maakt Van Dongen ook leuker, vind ik. Ze waren echt aan elkaar gewaagd.”

Ze heeft nog lang niet al het materiaal kunnen bestuderen. „Maar”, zegt Hopmans, „ik kan al zeggen dat het leven van Jasmy iets toevoegt aan wat we weten over Van Dongen. Dit archief geeft hem een menselijk gezicht.”

Ze pakt een brief van een stapel, geschreven op briefpapier dat de kunstenaar zelf heeft laten drukken. „Moet je zien hoe grappig: Van Dongen schreef aan Jasmy dat hij nu nog veel mooier is, omdat hij veel is afgevallen. En hij illustreerde dat met twee mannetjes, één dikke en een dunne, en de woorden ‘Avant’ en ‘Apres’.”

Het is de bedoeling dat het materiaal in de toekomst digitaal ontsloten worden. Hopmans: „Voor Nederlandse musea die werk van Van Dongen in de collectie hebben, is dit archief een waardevolle aanvulling.”