Hoe Baltimore veranderde in Groningen-Stad

De NRC-wedstrijd Nederland Vertaalt leverde 538 inzendingen op. De meeste lezers waagden zich aan het lied ‘The Streets of Baltimore’.

Foto Getty Images

Op haar aandringen verkocht hij de boerderij en verkasten ze naar Baltimore. Zij bleek meer van de stad te houden dan van hem. In zijn eentje keerde hij weer terug naar Tennessee.

Daar komt het in het kort op neer, The Streets of Baltimore. Tompall Glaser en Harlan Howard schreven het lied in 1966, maar het werd vooral bekend in de uitvoering van Gram Parsons. Dit jaar was het de opdracht Engels-Nederlands voor Nederland vertaalt, en 163 NRC-lezers namen de uitdaging aan.

Bij de beoordeling hechtte de jury zeer aan behoud van zingbaarheid en respect voor rijm en metrum, waardoor vertalingen in proza meteen afvielen, hoe zorgvuldig en gewetensvol sommige inzenders hierbij ook te werk waren gegaan.

Een ander criterium was originaliteit. De verhuizing van het platteland naar de stad werd door een groot aantal inzenders verplaatst naar een Nederlandse omgeving. De jury werd geconfronteerd met een breed scala aan verhuisbewegingen: van Beetsterzwaag naar Den Haag, van Lemmer naar Emmeloord en van Eerste Exloërmond naar Groningen-stad. De populairste binnenlandse bestemmingen waren Rotterdam en Amsterdam. Waarbij volgens de jury Rotterdam de vergelijking met Baltimore beter doorstond dan Amsterdam. Baltimore is tenslotte geen hoofdstad, maar een havenstad.

Het begin bleek al meteen lastig. Het kostte de inzenders veel moeite om alle informatie die het eerste couplet bevatte in een soepele vertaling onder te brengen. Vooral die twee enkele reizen die de verteller aanschaft, bleken lastig. Sommige inzenders lieten die treinkaartjes gewoon weg, wat kan omdat uit de context blijkt dat het hier om een enkele reis gaat, en niet om een toeristisch stedentripje.

Een andere hobbel vormden de baan en de woning die de verteller in het derde couplet vindt. De ‘factory job’ kreeg in het Nederlands vele gedaanten. Betonvlechter, bootsman en zelfs als „voetveeg in een dierenartsenpraktijk”. Om redenen van rijm en ritme werd het huis dat de verteller en zijn vriendin vinden uitgerust met eigenschappen die in het origineel ontbreken, zoals ‘nette buren’ en een ‘ellenlange gang’. Vaak ging het om inventieve oplossingen, die toch storend werkten omdat ze de aandacht verlegden naar details die er eigenlijk niet toe doen.

Onder de inzenders die het lied verplaatsten naar Nederland, waren er die de verteller geen huisje lieten kopen (zoals in het origineel), maar huren. Dat wist de jury te waarderen: wanneer iemand in een Nederlandse stad een baantje in een fabriek vindt, ligt een gehuurde etage meer voor de hand dan een koophuis.

Niet alle inzenders hadden oog voor de dubbelzinnige boodschap van de laatste regel van het lied. De uitsmijter „While my baby walks the streets of Baltimore” kan erop wijzen dat de vriendin nog steeds vol bewondering door de straten dwaalt, maar gezien de tragische stemming van het lied lijkt het waarschijnlijker dat zij zich heeft overgegeven aan het oudste beroep ter wereld. Niet iedereen ontging dat gelukkig, en verscheidene inzenders losten dit op door gebruik te maken van het woord ‘tippelen’. Er werd getippeld „in ’t hart van Baltimore”, op „De Kaap in Rotterdam” en zelfs in de straten van Nieuwegein.

In geen van de vijf nominaties (op deze pagina vindt u drie, de rest op nederlandvertaalt.nl/wedstrijd) die uit de bus kwamen wordt overigens getippeld, wat er op wijst dat één mooie oplossing nog niet tot een goede vertaling hoeft te leiden.

Onbedoeld bieden de nominaties een mooie dwarsdoorsnede. Twee vertalers (Visser en het trio Laura-Ramer-Weeda) bleven Baltimore trouw, Maes koos voor ‘de stad’, Tazelaar voor Parijs en Van Zon voor het Franse stadje Lectoure. Die laatste vertaling is veruit de meest vrije; niet alleen worden de rol van man en vrouw omgedraaid, maar ook die van stad en platteland. Toch bleef volgens de jury de centrale idee behouden. Maes komt met zijn laatste regel nog het dichtst bij het getippel in de buurt, en zijn keuze voor een anonieme stad versterkt in feite de boodschap van het lied. Visser weet de enkele reis in het eerste couplet te behouden zonder dat het wringt, en eigenlijk geldt voor alle genomineerden dat ze een soepel eerste couplet produceren – waarbij Tazelaar en Laura-Ramer-Weeda op een bijna identieke eerste regel uitkomen. Deze twee weten, samen met Visser, ook erg goed de manier weer te geven waarop de verteller in de laatste regel van het tweede couplet zich toegeeflijk maar niet zonder zelfbedrog neerlegt bij de voorkeur van zijn vriendin.

Helaas kan er zaterdag maar één winnen – maar dat is nog altijd een betere score dan in het lied zelf, dat enkel verliezers telt.