Gustave Doré, de bergbeklimmer

Musée d’Orsay in Parijs stelt het beeld van Gustave Doré bij. De Franse kunstenaar was niet alleen de maker van duizenden onvergetelijke boekillustraties, maar ook een adembenemende schilder en beeldhouwer.

Verrassend is zwak uitgedrukt. Gustave Doré’s schilderij Jezus verlaat het praetorium is vijf meter hoog en acht meter breed. Is dit Gustave Doré, de illustrator die we kennen van zijn duizenden gegraveerde boekillustraties in zwart-wit? Schilderde hij? En nog wel zo’n reusachtige bijbelse scène met Jezus vlak voor hij het kruis op zijn schouders krijgt.

De expositie L’imaginaire au pouvoir in Musée d’Orsay in Parijs vermorzelt bij binnenkomst meteen het vooroordeel – of gebrek aan kennis – dat Doré enkel de man was van schitterende gravures. Schilderijen, sculpturen – de Franse kunstenaar Gustave Doré (1832-1883) was op veel terreinen een onstuitbaar talent.

„De meest productieve illustrator ooit”, „de Steven Spielberg van de negentiende eeuw”. Met zulke superlatieven is deze expositie omgeven. Het enorme schilderij van Jezus aan het begin van zijn kruisweg is ook al een krachttoer. Zeker honderd toeschouwers in de mensenmassa die Christus’ vernedering gadeslaan, hebben een eigen persoonlijkheid gekregen. Met zijn klassieke tempels en een doorkijkje naar de heuvels is dit een traditioneel schilderij. Competent, maar eigenlijk een grote, kleurige schoolplaat. Zelf vond hij dit zijn meesterwerk.

Zulke kritiek zou hem trouwens bekend in de oren hebben geklonken, want exact hetzelfde verwijt kreeg hij in 1861. „Zolang meneer Doré zichzelf beperkt tot de afmetingen van een houtsnede”, schreef een recensent, „kan hij beschouwd worden als een originele kunstenaar. Maar deze originaliteit is buitengewoon afwezig als hij grote projecten onderneemt.”

Misschien zijn daarom zijn gravures het eerste waar je aan denkt: Don Quichot, de sprookjes van Perrault, de fabels van La Fontaine, Baron von Münchhausen, De gelaarsde kat, de Bijbel, Klein Duimpje, Dante’s Inferno, Roodkapje, getekende reportages over armoede in Spanje en Londen.

Musée d’Orsay toont iets totaal anders als eerste op de expositie. Doré’s beeldhouwwerken zijn zo virtuoos dat het pathetisch wordt. Die overdaad zit ook in veel van zijn schilderijen. Zoals bij de huilende moeder van een jong circusacrobaatje dat van het hoge koord is gevallen en nu stervend in haar armen ligt terwijl vader machteloos toekijkt. Picasso schilderde die scène dertig jaar later bijna exact na.

Gustave Doré was populair, verdiende uitstekend en kreeg tal van medailles en andere blijken van waardering voor zijn illustraties. Op zijn 33ste had hij al 100.000 tekeningen gemaakt, berekende hij eens. „Sorry”, liet hij op die constatering volgen, want hij wilde meer zijn dan illustrator en erkenning als kunstenaar krijgen. Dat hij het er moeilijk mee had, blijkt uit een schilderijtje waarin hij afrekent met critici die het maaiveld bewaken en eisen dat schoenmakers alleen schoenen maken. Doré schilderde op dat satirische werkje een kikker die als een vlieger hoog in de lucht zweeft, terwijl een ooievaar met opengesperde snavel op hem afkomt. „Mensen willen je vleugels afknippen”, zei Doré erover. „Ze willen je verhinderen je eigen weg te gaan.”

Schaatsende ratten

Misschien is wonderkind een te groot woord, maar Gustav Doré was als jochie van acht een begaafd tekenaar, zoals te zien is aan de tekening met schaatsende ratten. Op zijn vijftiende werd hij in Parijs aangenomen als cartoonist bij Le journal pour rire, het satirische tijdschrift van door hem bewonderde tekenaars als Daumier.

Vanaf zijn illustraties bij Gargantua en Pantagruel (1854), de avonturen van twee vriendelijke maar liederlijke reuzen, verschijnt een nieuwe laag in zijn werk. De speelse humor krijgt in de satirische roman van Rabelais een duisterder ondertoon. Die toon zal daarna nog meer ‘gothic’ worden. Het laatste boek dat Doré illustreerde was het tragische gedicht The Raven van horrorschrijver Edgar Allan Poe.

Doré is intussen een meester in enscenering, en weet met donker en licht perfect sferen te scheppen. Dieren, mensen, sprookjeswezens en landschappen geeft hij de juiste emoties. Als literair illustrator maakt hij het verhaal aantrekkelijk zonder de verbeelding van de lezer te storen.

Op zijn dertigste was Doré een beroemdheid. Ook buiten Frankrijk, want hij illustreerde niet alleen Franse klassiekers. Don Quichot en de Bijbel spraken een internationaal publiek aan. Zijn dreigende platen bij Miltons Paradise Lost, Shakespeares Macbeth en The Rime of the Ancient Mariner van Coleridge deden het goed in Victoriaans Engeland. In Londen werd hij op handen gedragen, ook door de overeenkomsten van zijn werk in onderwerp, stijl en sfeer met die van populaire prerafaëlieten als Hunt, Millais en Rossetti.

De Bijbel (1865) werd zijn grootste succes. Doré volgt in 230 tekeningen niet exact het verhaal, merkt expositiesamensteller Philippe Kaenel op in het hoofdstuk Prediker-schilder van de catalogus. „Het is een parallel visueel vervolgverhaal.” Met eigen scènes geeft Doré het verhaal volgens Kaenel nieuwe beeldende krachten.

Voor Don Quichot kon Doré terugvallen op wat hij op zijn reizen door Spanje had gezien, maar in Palestina was hij nooit geweest. Dus leende hij ideeën over de Oriënt van Michelangelo, Rembrandt, Rubens, Rafael, Poussin en Delacroix.

De eerste druk van 3.200 exemplaren was snel uitverkocht. In Rusland, waar ze Doré sinds de jaren vijftig kenden, verkocht hij nog voor de Russische vertaling uitkwam al meer dan 10.000 exemplaren van de Franse editie. Tolstoi laat Anna Karenina over Doré’s Bijbel praten.

De Bijbel was ook zijn doorbraak in Amerika. Doré’s platen waren nog lang populair op zondagscholen. Mark Twain heeft het in Tom Sawyer over „Doré’s Bible”.

Wandelaar

Als je tegen het einde van de expositie denkt dat je eindelijk Gustave Doré kent en hem nooit meer zult afdoen als ‘die briljante illustrator’, moet de grootste verrassing nog komen: Gustave Doré de landschapsschilder. De belangrijkste constante in zijn werk – mensen en dieren in dagelijkse of epische omstandigheden – is verdwenen, op soms een rustende wandelaar na. Hier gaat het alleen om de natuur.

Gustave Doré hield van reizen en was een enthousiast bergbeklimmer. Hij kwam graag in de Pyreneeën, de Sierra Nevada en de Alpen. In de Schotse Hooglanden wandelde hij vaak met vrienden. Doré ontpopt zich aan het slot van de expositie als een romanticus die zich volledig overgeeft aan de schoonheid van een ongerept landschap. Soms echoën zijn schilderijen Caspar David Friedrich, maar bij Doré is de emotie die hij wil uitdrukken en oproepen vele malen sterker. Dat zie je bijvoorbeeld aan de bijna kitscherige manier waarop hij het zonlicht op het doek zet dat langs een opening in het wolkendek op een Schots bergmeer valt: als een fel streepje verf. Goed, in zijn verlangen je te overtuigen van de schoonheid van dat meertje in de zon overdrijft Doré een beetje, maar het resultaat is adembenemend puur en mooi.

    • Dirk Limburg