Geweld kan hier overal en op ieder willekeurig moment toeslaan

De huidige protesten in Venezuela begonnen uit woede over de enorme criminaliteit // Nu gaat het vooral om het geweld bij de protesten zelf // Het resultaat: meer doden, meer angst

De eerste tekenen van het aanhoudende protest tegen de regering van Venezuela waren eind januari al te zien. Op lantaarnpalen in Altamira, een rijke wijk van Caracas, hingen kleine briefjes. Kom naar de mars tegen de onveiligheid, stond erop.

Twee maanden later zijn de kleine marsen tegen de toenemende criminaliteit in Venezuela uitgegroeid tot massaprotesten. Venezolanen uiten nu allerlei grieven, die samenkomen in de roep om het aftreden van de linkse president Nicolás Maduro.

De aanvankelijke reden van de marsen – woede over het torenhoge moordcijfer – is ondergesneeuwd geraakt. Het gaat nu over een ander soort geweld: het bloedvergieten bij de demonstraties. Daarbij zijn tot nu toe 29 doden gevallen en ruim 300 gewonden.

Wie zijn de daders? De demonstranten wijzen op de ordetroepen van de regering, die met harde hand de protesten onderdrukken. President Maduro legt de schuld bij gewapende radicalen onder de betogers tegen de regering.

De verantwoordelijkheid wordt misschien nooit opgehelderd, maar het is zeker dat er in zowel het pro- als antiregeringskamp slachtoffers zijn gevallen. De meest recente dode was een militair. Hij werd zondag in zijn hoofd geschoten bij een wegblokkade van demonstranten en overleed maandag.

Elk nieuw slachtoffer verkleint de kans op een toenadering tussen Maduro en de demonstranten, die worden geleid door studenten en leden van de gevestigde politieke partijen. De protesten hebben de politieke polarisatie verscherpt. Daarmee lijkt een dialoog over de onveiligheid, het oorspronkelijke thema van de protesten, uitgesloten.

Vlak voor het uitbreken van de demonstraties leek Maduro juist stappen te nemen om de criminaliteit aan te pakken. Nadat een schoonheidskoningin was omgekomen bij een roofoverval riep hij gouverneurs en burgemeesters – inclusief die van de oppositie – bijeen om een plan op te stellen.

De maatregelen die Maduro vervolgens voorstelde waren weinig substantieel; het verbieden van gewelddadige televisieseries bijvoorbeeld. Maar even zat er beweging in een onderwerp dat lange tijd werd genegeerd door zijn voorganger, Hugo Chávez.

Onder Chávez, die regeerde van 1999 tot zijn dood in 2013, is Venezuela afgegleden. Het is nu een van de gevaarlijkste landen ter wereld. Vorig jaar waren er bijna 80 moorden per 100.000 inwoners, volgens het Venezolaans Observatorium van Geweld, dat de cijfers van mortuaria verzamelt. Ter vergelijking: in Nederland is dat 1 tot 2.

Het aantal diefstallen, berovingen en ontvoeringen is een veelvoud daarvan. Het geweld is zo wijdverbreid dat sommigen het vergelijken met terreur: het kan overal toeslaan, op ieder moment van de dag.

De oppositie maakte veiligheid tot een belangrijk campagnethema bij de verkiezingen na de dood van Chávez. Oppositieleider Henrique Capriles hoopte zo de stem van de armen weg te trekken bij de socialisten.

Hoewel de rijken in de villawijken luider klagen, hebben sloppenwijkbewoners veel meer te lijden onder de criminaliteit. De malandros, zoals criminelen worden genoemd in Venezuela, wonen in hun midden.

Capriles had gedetailleerde plannen om de politie te hervormen en de gevangenissen te verbeteren. Maar dit sloeg onvoldoende aan bij de armen. Uit onderzoek blijkt dat ze de criminaliteit niet wijten aan onjuist beleid van de regerende socialisten.

De lagere sociale klassen hebben de retoriek van Chávez overgenomen; criminaliteit is een soort gewapend bedelen, het komt door armoede en gebroken gezinnen. Door henzelf, in zekere zin.

Met het verkiezingsverlies van Capriles verloor ook het gematigde kamp binnen de oppositie aan kracht. De oppositie is sindsdien geradicaliseerd. Gemaskerde radicalen gooien met stenen en molotovcocktails. Zolang Maduro niet aftreedt – en dat ligt volgens analisten niet in het verschiet – schaadt dit de reputatie van de oppositie.

Wie wint? Niemand, concludeerde de Venezolaanse analist Luis Vicente León deze week in een opinieartikel. Maduro’s populariteit is gedaald door het geweld tegen demonstranten. De oppositie, die onder Capriles hard werkte aan het bereiken van linkse kiezers, is overgenomen door radicalen.

De burgers zijn het slechtste af, volgens de analist. Want sinds de protesten zijn uitgebroken is het geweld in Venezuela alleen maar toegenomen. León: „Als we niet worden vermoord door een ontvoerder, dan wel door een radicaal of een politieagent.”

    • Ykje Vriesinga