Eurolanden bereiken akkoord over bankunie

Na zestien uur onderhandelen stemden de eurolanden vannacht alsnog in met een kleinere rol voor zichzelf in de Europese bankenunie. Die moet een volgende eurocrisis voorkomen.

In Brussel is vanochtend vroeg met hangen en wurgen een akkoord tussen het Europees Parlement en de EU-lidstaten bereikt over de bankenunie, een omvangrijke hervorming die een volgende eurocrisis moet voorkomen.

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën, die als voorzitter van de Eurogroep was uitgenodigd aan de onderhandelingen deel te nemen, zei in een eerste reactie „blij” te zijn. „Met de komst van de bankenunie leggen we risico’s daar waar ze horen, bij diegenen die risico’s nemen en profiteren van de risico’s: bij de financiële sector, en niet bij de belastingbetaler. Gezonde banken dragen bij aan economisch herstel”, aldus Dijsselbloem.

Volgens Europarlementariër Corien Wortmann (CDA) zal het bereikte compromis het vertrouwen in en tussen banken herstellen. „Het is belangrijk voor de kredietverlening.”

Na zestien uur onderhandelen stemden de Europese lidstaten alsnog in met een kleinere rol voor zichzelf in die bankenunie. Voor het Europees Parlement, dat medebeslissingsrecht heeft, was dat een belangrijk punt: tijdens de eurocrisis concurreerden landen elkaar kapot door eigen banken voor te trekken. Het parlement wil politieke koehandel in de toekomst voorkomen.

Eerder was al afgesproken dat er een Europese toezichthouder komt; dat banken grotere buffers moeten aanleggen; en dat voortaan aandeelhouders – en niet overheden – de grootste klappen opvangen in geval van crisis.

De discussie van afgelopen nacht ging over het laatste, moeilijkste bouwsteen van de bankenunie: een mechanisme om falende banken snel en geruisloos te saneren (resolutie).

Een van de struikelblokken was de vraag wie bepaalt dat een bank reddeloos verloren is. Lidstaten wilden hierin een rol spelen, maar vannacht werd afgesproken dat de Europese Centrale Bank (ECB) in principe de trekker overhaalt. Als de ECB om wat voor reden ook aarzelt, dan kan het agentschap dat de resolutie moet uitvoeren zelf besluiten om tot actie over te gaan. Nationale resolutie-autoriteiten beslissen niet mee.

Wortmann prijst de rol van minister Jeroen Dijsselbloem (PvdA), die tevens voorzitter van de groep eurolanden is. Toen de onderhandelingen, die drie maanden hebben geduurd, dreigden te mislukken, toog hij vorige week persoonlijk naar Straatsburg om het gesprek vlot te trekken. Ook vannacht was hij er weer bij. Vanochtend om 6 uur had hij nog contact met de Duitse minister Wolfgang Schaüble, de grootste dwarsligger in dit dossier.

Een ander struikelblok: het resolutiefonds, een stroppenpot van 55 miljard euro die banken zelf moeten vullen. Lidstaten wilden hierin de komende tien jaar ‘nationale compartimenten’ aanbrengen. Het parlement eiste dat het fonds meteen gemeenschappelijk zou worden. Nu is afgesproken dat het fonds na acht jaar geheel ‘Europees’ is, maar na drie jaar is het dat al voor 70 procent.

Lidstaten wilden ook dat zij automatisch meer te zeggen zouden krijgen als er in één jaar meer dan 5 miljard euro van de stroppenpot zou worden gebruikt. „Die beperking is er nu uit”, aldus Wortmann. „Voor de geloofwaardigheid is dat heel belangrijk.” Financiële markten moeten niet de indruk krijgen dat het saneren van banken een lijdensweg wordt door uiteenlopende nationale belangen. Dat zou paniek veroorzaken.

    • Stéphane Alonso