Een rijke: We leven in totale paniek

Mónica Fernández (21) werd beroofd toen ze naar school fietste. Een jongen met een pistool stapte de straat op. Ze gaf haar telefoon, horloge en geld. „Meteen”, zegt ze. „Anders riskeer je een kogel.”

Fernández zit met vriendin Andreina Vargas (20) op een terras in Chacao, een rijk deel van de Venezolaanse hoofdstad Caracas. Niet alleen zijzelf, ook vrienden, familie, studiegenoten zijn beroofd. „We leven in totale paniek”, zegt Vargas.

Vraag een Venezolaan of hij of zij een keer beroofd is, en het antwoord is meestal ‘ja’. En niet één keer, maar twee of drie keer. De malandros, straattaal voor criminelen, trekken vaak een mes of pistool.

Fernández en Vargas blijven ’s avonds binnen. Ze gaan niet alleen met de metro, dragen gemakkelijke schoenen aan om weg te kunnen rennen. Geen dure spullen mee, maar wel altijd contanten. „Je moet iets kunnen geven.”

De twee komen uit rijke gezinnen. Dat maakt ze tot doelwit, maar zorgt ook dat ze zich kunnen beschermen. Ze wonen achter hoge hekken met beveiligingscamera’s.

De meisjes hebben twee telefoons. De ene om te geven als ze beroofd worden, de andere om daarna hun ouders te bellen. „Ik sms de hele dag met mijn moeder”, vertelt Vargas. ‘Mam, ik ga nu van huis’, ‘Mam, ik ben veilig op de universiteit’.

De angst is er altijd. Zoals net, toen in de metro een man op hun afstapte. „Ik schrok me rot”, zegt Fernández, die meteen haar tas stevig vastgreep. „Bleek dat hij alleen maar de weg wilde vragen.”