Een dader: Wie zich verzet, schiet ik in zijn been

Yossmy (28) pleegde op zijn veertiende zijn eerste beroving, samen met twee vrienden. Hun slachtoffer beefde toen ze een mes voor zijn gezicht hielden. „We hebben ons rotgelachen.” Sindsdien heeft Yossmy honderden mensen beroofd. Met een bende van vijftien jongens controleert hij een deel van hun sloppenwijk.

Yossmy’s bende doet ook korte ontvoeringen. Ze schaduwen rijken tot ze hun routines kennen. „We stappen met een pistool bij ze in de auto en dwingen ze om al hun geld te pinnen.” Na een goede vangst vieren ze dagen feest. De buit gaat helemaal op aan kleding, drank en drugs. „Wat je makkelijk krijgt, verlies je ook makkelijk.”

Soms gebruikt hij geweld. „Als ze niet meteen hun spullen geven, sla ik ze met de kolf van mijn pistool. Als ze dan nog zo dom zijn zich te verzetten schiet ik ze in hun been.” Angst kent hij niet. In zijn wijk weet iedereen dat ze zijn dochtertjes van vijf en zeven met rust moeten laten.

Hij weet niet precies hoeveel mensen hij heeft gedood, maar „minder dan tien”. Schuldig voelt hij zich niet. Het waren andere criminelen die omkwamen bij vuurgevechten met zijn bende. Bij een zo’n gevecht raakte een verdwaalde kogel een jonge vrouw. Weer haalt Yossmy zijn schouders op. „Blijkbaar was het haar lot om die dag te sterven.” Hij is ook weleens zelf beroofd, in het centrum van hoofdstad Caracas. Een jongen liep op hem af en trok een pistool. Yossmy wist: niet tegenspartelen en snel geld geven. „Wat ik had verloren, had ik snel genoeg terug.”