Een arme: Iedereen in mijn familie is al beroofd

Odaly Chávez (56) werd beroofd in de bus. Een jongen zette een pistool op het hoofd van een vrouw voorin. Een andere ging met een mes langs de passagiers. Ze moesten hun geld en telefoons in een zak gooien. De huisvrouw is nog altijd getraumatiseerd, zegt ze. ’s Avonds gaat ze niet naar buiten. Ze leest een boek of kijkt televisie.

Chávez woont in Antímano, een arme wijk in het westen van Caracas. Haar verhaal is typerend voor arme Venezolanen, die nog vaker dan hun rijke stadsgenoten worden beroofd. Ze zijn een magere, maar makkelijke prooi.

Neem de dochters van Chávez, Alejandra (28) en Glecy (19). De oudste werd beroofd toen ze de metro nam, de jongste toen ze bij een vriend achterop de motor zat.

Binnen blijven is geen optie. Alejandra werkt in een bioscoop, Glecy in een schoenenwinkel. ’s Avonds nemen ze de metro, al is het gevaarlijk. Geld voor een taxi hebben ze niet. „Ik heb geen andere keus”, zegt Alejandra.