De schlager slaat terug

De verguisde Duitse schlager beleeft een comeback. De redding kwam uit het buitenland

SchlagerzangeresBeatrice Egli in de Velodrom in Berlijn op 10 januari 2014 Foto Andreas Lander / dpa

Schlager – fatsoenlijke muziekliefhebbers wentelen zich in walging bij het woord alleen al. Ze gaan het nog druk krijgen, want het verguisde muziekgenre beleeft in Duitsland een comeback.

De schlager was daar met oervedettes als Andrea Berg (48) en Michelle (42) langzaamaan iets voor muzikaal zwakbegaafde vijftigplussers aan het worden, maar uit het buitenland kwam redding. Sinds vijf jaar staat het genre onder leiding van Helene Fischer (29) uit Siberië, die overigens meer kan dan schlagers (Ave Maria, You Raise Me Up). Fischer is nu met afstand de populairste zangeres van Duitsland.

De Zwitserse Beatrice Egli (25) verraste met Mein Herz in 2013 bij de Duitse versie van Idols: voor het eerst in het tienjarig bestaan van Deutschland sucht den Superstar won een schlager, tot verbazing van Egli zelf. „Ik had nooit gedacht met een schlager zo ver te komen”, zei ze. En ook: „Tieners van nu vinden schlagers uncool, maar dat vind ik er nou net cool aan.”

De meezinger ontstond tijdens de wederopbouw, toen Duitsland wel wat vrolijke geluiden kon gebruiken. De traditionele volksmuziek was besmet door de nazi’s, pop bestond nog niet.

Schlager betekent gewoon hit, maar niet iedere hit is een schlager. Een goed voorbeeld is Beatrice Egli’s Irgendwann uit 2014: één zanger(es), een opbeurende melodie met een zware orkestratie, een tekst zonder verwijzingen naar Heimat of Edelweiss, een ritme als een goederentrein en meeklappend publiek.

Even voorspelbaar als het slagwerk is het ontbreken van engagement. De eerste schlager over de ivoorhandel moet nog geschreven worden. (Nee, The Elephant Song van Kamahl uit 1975 – people kill without regret, although they fly by jumbo jet – was géén schlager.) Het gaat bij een schlager immer over Liebe en Sehnsucht, desnoods over tekort daaraan en ironisch wordt het nooit. In het tweede schlagerland, Zweden, ligt dat laatste weer anders. Jag ljuger så bra (Ik lig zo lekker), waarin Linda Bengt bezingt hoeveel ruimte ze in bed heeft sinds haar vriend is opgehoepeld, zou in Duitsland slecht vallen.

De meeste succesvolle schlagers van de laatste 25 jaar zijn trouwens allemaal het werk van slechts drie componisten, die blijkbaar het exacte recept kennen. Dieter Bohlen schrijft voor Egli, vaak mooi, maar zo gevarieerd als een rol behang. Jean Frankfurter, die nu vooral voor Fischer componeert, was eerder ook al de man achter Michelle, wier Wie Flammen im Wind (1997) doet terugverlangen naar de tijd dat de schlager nog niet zo’n eenheidsbrij was. Minstens zo goed als Frankfurter is Harald Steinhauer. Zijn Wenn I Mit Dir Tanz (1986) voor de Beierse Nicki is, met de volumeknop op negen, nog altijd een snelwerkend middel om lawaaimakende buren stil te krijgen. Je hoort ze gegarandeerd niet meer.