Clubje van Pechtold is nu machtspartij

D66 verpletterde gisteren de concurrentie // Dat was absoluut geen toeval // Al lang geleden werd een uitgekiende strategie uitgedacht

En zo gebeurde het dat Alexander Pechtold zich gisteren ook electoraal tussen de grote jongens mengde. Selfieverkiezingen als doorbraak voor een partij die in haar bijna vijftig voorgaande jaren nooit verder kwam dan bijwagentje – meestal van de PvdA, soms van het CDA.

Dus voor Pechtold, D66-leider sinds 2006, was het een dag om nooit te vergeten. De rol van scherpzinnig debater in de Kamer, stem van het parlementaire tegengeluid, ging hem altijd al goed af. Maar electoraal bleef D66 onder zijn leiding steeds een relatief marginale partij – tien, twaalf zetels. Het clubje van kereltje Pechtold.

Dat het gisteren anders liep, was het gevolg van een welbewuste strategische keuze eerder dit jaar. In de campagneleiding werd vastgesteld dat het in het verleden telkens misging voor D66 als de partij in de laatste weken voor de verkiezingen werd vermalen in een tweestrijd tussen links (meestal de PvdA) en rechts (CDA of VVD). Dan liepen de peilingen, altijd goed voor D66, vlak voor verkiezingsdag ineens terug, en bleef de partij in de uiteindelijke uitslag toch weer steken op de bekende tien tot twintig Kamerzetels.

Zo ging het zelfs in 2012, na een paar maanden waarin Pechtold zich de baas van het Binnenhof waande. Na de val van Rutte I was hij de drijvende kracht achter het Lenteakkoord van VVD, CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks. Maar toen ook daarvoor de beloning in de verkiezingen van september 2012 uitbleef, herzag de partij haar strategisch concept: in plaats van zich tegen de klassieke tweestrijd te keren, de neptegenstellingen waarover partijoprichter Van Mierlo placht te klagen, besloot D66 dat ze voortaan onderdeel van die tweestrijd moest worden.

D66 profileerde zich als partij die de PvdA in de grote steden van de troon kon stoten. Niet langer een redelijk alternatief – maar een machtsalternatief. Geholpen door een uiterst zwakke PvdA-campagne wist de partij van Pechtold zich ineens op te werpen als, potentieel, een van de grote partijen. Gisteravond kwam het resultaat: met de VVD in de slag om de grootste partij van het land te worden, en een verpletterende overwinning in een stad als Utrecht (bij de deadline van deze krant waren nog geen definitieve uitslagen uit Amsterdam en Den Haag binnen).

Het succes hangt ook samen met de manier waarop Pechtold zich vorig jaar in een machtspositie in Rutte II wist te manoeuvreren. De D66-leider speelde via de media feilloos uit dat het kabinet geen meerderheid in de Eerste Kamer had, en dwong VVD en PvdA zo in onderhandelingen hun regeerakkoord te herzien. Met ChristenUnie en SGP vormt Pechtold sindsdien de constructieve oppositie van Rutte II – medeverantwoordelijkheid met een eigen geluid.

Het past bij de rol die Pechtold in de binnenkamers van het Binnenhof speelt. Op de bühne mag hij zich graag presenteren als man van het grootse gebaar. In onderhandelingen heeft hij moeite zijn medeonderhandelaars te vertrouwen, zodat die medeonderhandelaars vaak klagen dat ze nooit echt weten wat ze aan hem hebben. Vandaar ook dat zijn huidige rol Pechtold zo goed bevalt: hij hoort bij de coalitie zolang het uitkomt, hij hoort bij de oppositie als hem dat beter bevalt.

Een andere paradox van deze uitslag is dat D66 haar beste resultaat in de geschiedenis haalde (het record stond op Van Mierlo in 1994, 24 zetels) bij verkiezingen met een extreem lage opkomst. En dat uitgerekend Pechtold de man is die het belang van bestuurlijke vernieuwing voor D66 is gaan relativeren. Het referendum, de gekozen burgemeester – dat type vernieuwingen strandde steeds, en Pechtold wilde zich niet langer vereenzelvigen met dergelijke langslepende mislukkingen.

Probleem is wel dat uitgerekend de uitslag van gisteren voor een deel van zijn partij – de erfenis van Van Mierlo leeft voort – aanleiding zal zijn D66 opnieuw op het pad van bestuurlijke vernieuwing te brengen.

Zeker nu een landelijke omrekening van de uitslag laat zien dat het partijenlandschap nog verder aan het verbrokkelen is. Na gisteren zijn er vier partijen (VVD, PvdA, CDA, D66) met elk tussen de 10 en 13 procent van de stemmen. Dit betekent kort en goed dat deze ‘traditionele vier’ geen parlementaire meerderheid meer hebben. Anders gezegd: als de uitslag van gisteren landelijk omgeslagen zou worden, was het land nagenoeg onregeerbaar geworden. Onder die omstandigheden is het voor D66 vrijwel ondenkbaar niet alsnog de kaart van de bestuurlijke vernieuwing te spelen. Er komt bij dat Pechtold in de landelijke politiek weinig met deze uitslag kan. Zijn kiezers willen massaal dat hij zijn huidige rol continueert.

De gemeenteraadsverkiezingen van 2014 zullen de geschiedenis ingaan als de eerste selfieverkiezingen: de verkiezingen waarin de geïndividualiseerde liberale burger zijn eigen positie ten opzichte van de rest van de bevolking uitzonderlijk scherp markeerde. D66 past voortreffelijk bij die trend. D66 ís die trend. Maar de selfie is een relatief nieuw verschijnsel: volkomen onhelder hoelang deze trend zal beklijven.

    • Tom-Jan Meeus