Opinie

Bitter ontwaken

Links: Ontwerp voor het Second Livestock-kippenhok met cilinders.Rechts: De virtuele wereld waarin Second Livestockkippen leven.

‘Pechtold verslaat Wilders in Den Haag”, kon ik mijn vrouw vanmorgen kort na het bittere ontwaken melden, „dat zal Wilders véél pijn doen.” „Toch nog iets”, zei ze zacht. Ik besefte dat de wonden nog te vers waren om enige blijdschap te kunnen verwachten. Het verdriet om het debacle van ‘haar’ PvdA was groot. Ik had graag een opbeurend ontbijtje voor haar gemaakt, maar mijn plicht – dit stukje – riep me.

Hoe troost je iemand die met een essentieel verlies wordt geconfronteerd? Ik vroeg het me al af toen gisteravond de eerste verkiezingsresultaten binnenkwamen. Moet je valse hoop bieden of is eerlijkheid beter? Ik besloot tot het laatste, vooral toen ik Diederik Samsom steeds weer hoorde zeggen dat „we nu door moeten gaan voor een sterk en sociaal Nederland”.

„Het is de grote vraag of dat met Diederik moet”, zei ik, „hij is een zwaar gehavende leider geworden, misschien kan hij beter aftreden, net als Agnes Kant en Jozias van Aartsen destijds na zo’n nederlaag deden.” „Wat zou het helpen?” zei ze, „en loop je dan niet het risico dat Asscher als zijn opvolger meteen onder veel te grote druk komt te staan?” „Wil je met zo’n leider doormodderen tot de volgende verkiezingen?” vroeg ik, „dat is bijna politieke zelfmoord.”

Behoedzaam probeerde ik te zeggen dat zich op deze avond misschien iets onomkeerbaars begon af te tekenen: de teloorgang van de PvdA als grote politieke partij. De vorige verkiezingen leken dat te hebben verdoezeld dankzij een kortstondig tv-succes van Samsom. De kiezers hadden nu eindelijk D66 ontdekt als een fris alternatief voor een logge bestuurderspartij. D66 zou wel eens een magneet kunnen worden voor jonge, goed opgeleide kiezers.

D66 zou ook kunnen uitgroeien tot een kweekvijver voor nieuw politiek talent. Want was de PvdA ook in dat opzicht niet tekortgeschoten? Hoe had die partij kunnen denken dat ze in de grote steden de oorlog kon winnen met zulke fletse, weinig charismatische leiders? Was er zo weinig politiek talent in de PvdA?

We vonden elkaar in de constatering dat de PvdA zichzelf te veel in belangrijke kwesties – van de strafbaarstelling van illegalen en de JSF tot de ouderenzorg – had verloochend. Dat technocratische verhaal van PvdA-staatssecretaris Van Rijn in Buitenhof over de zorg, nog maar enkele dagen voor de verkiezingen. Alsof hij geen idee had hoeveel verontrusting er onder ouderen leefde.

Sombere constateringen. Het werd dan ook een lange, lange avond. Ik besloot er maar het beste van te maken door de hilarische momenten uit te buiten. Zo riep ik elke keer als een partijleider – of hij nu gewonnen of verloren had – in beeld kwam: „Maar eerst wil ik onze vrijwilligers bedanken, al die mensen die door weer en wind de straat opgingen, dankzij hun inzet….”

Ook werd ik, merkwaardig genoeg, heel vrolijk van de PVV-bijeenkomst in Den Haag waar Wilders riep: „Willen jullie in deze stad en in Nederland meer of minder Marokkanen?”, waarop de zaal scandeerde: „Minder-minder-minder.”

Historische beelden, mijmerde ik, over vijftig jaar zullen ze nog te zien zijn in het dan nog steeds bestaande tv-programma Andere tijden. „Hij leek een winnaar”, zal het commentaar luiden, „maar hij werd een verliezer, want hij was een grens overgegaan waar geen enkele partij die zichzelf respecteerde hem nog kon volgen.”

Frits Abrahams