Web is té volwassen geworden

Het world wide web bestaat 25 jaar, maar er is weinig reden voor feest, vindt een actiegroep

Het internet is kapot. Want het wordt misbruikt door aftappende overheden en geheime diensten. En het is kwalijk dat we zo afhankelijk zijn van een paar superplatforms en dat privacy niet meer bestaat. Dat vindt althans een bonte groep internetters van het eerste uur, activisten en wetenschappers. Zelfs Tim Berners-Lee, de bedenker van het world wide web, maakt zich zorgen.

‘Kapot’ is natuurlijk een relatief begrip. Het internet is sneller dan ooit en wereldwijd hebben steeds meer mensen toegang. Dat is fijn. Wat is daar nou kapot aan?

Maar ooit bestond het hele internet uit slechts vijf computers, verspreid over universiteiten in de Verenigde Staten. Er werden wetenschappelijke gegevens over en weer gestuurd.

Inmiddels bestaat het world wide web 25 jaar en 2,7 miljard mensen hebben toegang. Een groot deel van de economie is ervan afhankelijk. Vreemd genoeg werkt het internet nog grotendeels hetzelfde als in de begindagen. Maar er moeten nu andere eisen aan gesteld worden, vindt de groep die het internet wil ‘fixen’.

Afgelopen zomer in Berlijn kwam de beweging van de grond. Een groepje internetactivisten waaronder Jacob Appelbaum van WikiLeaks hield een presentatie met als thema: You broke the internet. Wereldwijd kreeg het navolging. Er wordt gewerkt aan veiliger software en hardware, betere protocollen en aan publieke bewustwording.

In Nederland heeft zich een groep gevormd onder de noemer Let’s fix the internet. Internet-enthousiasten en actievoerders van Bits of Freedom, de Internet Society, Greenhost en diverse onderzoekers van de UvA en de HvA organiseren sinds begin dit jaar op initiatief van de Waag Society bijeenkomsten om na te denken over hoe het internet beter kan.

Wat is ‘het internet’ eigenlijk?

Als je twintig jaar geleden aan iemand had gevraagd wat ‘het internet’ is, had je een ander antwoord gekregen dan nu.

Ooit werd het gezien als een aantal computers die met behulp van kabels een netwerk vormen en onbelemmerd data naar elkaar kunnen overbrengen, vertelt Cees de Laat, hoogleraar system and network engineering aan de UvA en onderdeel van de Nederlandse fix the internet-beweging.

Stel het je voor in lego, en het internet is de groene onderplaat die je nodig hebt om je bouwwerk op te maken. „Als mensen het nu over internet hebben, dan hebben ze het over de bouwwerken op die grondplaat: e-mail, de browser, apps en Facebook.”

Om te begrijpen waarom het internet ‘kapot’ is volgens de groep, moet je aan het internet op de oorspronkelijke manier denken: computers verbonden met kabels.

Internetverkeer neemt door die kabels willekeurig de snelste route van A naar B. Als er op de ene kabel al veel verkeer is dan neemt het verkeer gewoon een andere route. Maar een aantal diensten wordt door zo veel mensen gebruikt, dat het internetverkeer niet langer willekeurig zijn weg zoekt, maar vrijwel altijd langs een van de reuzen moet. De e-mails die tegenwoordig niet via de servers van Google, Yahoo of Microsoft gaan zijn schaars. En mensen gaan tegenwoordig niet meer ‘internetten’, ze gaan ‘Facebooken’.

Door die belangrijke knopen in het netwerk is het internet steeds centraler georganiseerd.

En wat is er dan kapot aan?

Dat centrale karakter is een probleem, zeggen de fixers. Want het is nu eenmaal makkelijker om vrijwel alle communicatie te onderscheppen als je een paar belangrijke plekken kan aftappen. De groep ziet meer problemen: er kan makkelijk misbruik worden gemaakt van verouderde protocollen. En het ene internetverkeer krijgt steeds vaker voorrang op het andere.

Weeffouten zitten ook in hoe het internet gebruikt wordt. „Heel lang was het internet gratis. Totdat het zo populair werd dat het eigenlijk bekostigd zou moeten worden, maar geen hond er meer voor wilde betalen”, zegt De Laat. Het is normaal geworden om dan maar massaal gebruikersgegevens te verzamelen en daar munt uit te slaan.

Op het internet zijn geen centrale regels, het is open en ‘van niemand’. Zo is het althans bedacht. Maar overheden eigenen zich het internet nu toe, zegt Marleen Stikker, initiatiefneemster van Let’s fix the internet in Nederland. „Als alles altijd opgeslagen kan worden en ooit tegen je gebruikt kan worden, dan is het internet een ‘vliegveld’ geworden, waar je permanent je gedrag aanpast aan een onzichtbare gedragscode.”

Naar deze ontwikkeling kijkt ook uitvinder van het web Tim Berners-Lee (58) met lede ogen. Hij grijpt de 25ste verjaardag van het web aan om op te roepen tot een open internet zonder permanente surveillance. We moeten kiezen, zei hij in een interview met de BBC: „Gaan we door op de weg waar we zitten en staan we toe dat het internet onder controle van overheden komt te staan? Of zeggen we, het internet is zo’n belangrijk deel van ons leven, er moeten een soort van grondrechten voor geschreven worden?”

Maar is er wel echt een probleem? Je kunt ook betogen dat het nou eenmaal bij een volwassen markt hoort dat er grote spelers opereren. En toezicht, dat is nodig. De online-wereld is geen idyllische speelplaats meer. De klachten over een kapot internet lijken vooral te komen van een groep die al actief was op het internet in de begindagen, met nostalgische gevoelens naar toen het internet nog een gemoedelijk dorp was. Die tijd is voorbij.

Kan het anders?

Al praten ze met een twinkeling in hun ogen over de eerste ‘digitale stad’ die de internetpioniers in Nederland bevolkten, Stikker en De Laat snappen heel goed dat het internet volwassen is. Maar juist omdat het zo’n centrale pijler is geworden, moeten gebruikers het internet kunnen vertrouwen. Niemand weet nu écht wat er met zijn gegevens gebeurt. „Dat is misschien wel de allertreurigste constatering bij de viering van het 25-jarig bestaan van het web”, zegt Stikker.

De fix the internetters zijn daarom hard op zoek naar hun ‘plofkip’. De Laat: „In de vleesindustrie heeft dat woord voor een trend gezorgd. We moeten nog een goede term vinden om wat er hier aan de hand is te framen.” Want al krijgt de beweging navolging van de grote namen in de internetwereld, de grote meerderheid van de samenleving ziet geen probleem. Ook zoeken ze naar concrete technologische verbeteringen, samen met vergelijkbare groepen in het buitenland. Eén oplossing is er niet.

Stikker hoopt dat het internet op een dag veel meer peer-to-peer werkt. Verkeer van de ene gebruiker naar de andere gebruiker, zonder langs grote centrale knopen te gaan. Volgens De Laat is ook al een groot deel van het probleem opgelost als communicatie standaard versleuteld is. „Nu moet je internetdiensten maar vertrouwen met jouw gegevens, maar je hebt er geen grip op.” E-mail versleutelen moet zo eenvoudig en standaard zijn, dat het voor de gebruiker net zo makkelijk is als een mailtje sturen met Gmail. Het zal nog wel jaren gaan duren voor het zover is, denkt De Laat. „Op dit moment is het vooral nog een nerdy subject.”

    • Laura Wismans