Waarom ik wel stem

Velen vieren vandaag het feest der democratie. „Ik ben trots dat ik dit mag doen.”

Zaal 3 in de Haagse DCR, broedplaats voor startende kunstenaars, vanmorgen. Foto David van Dam

Door en Anne Vegterlo

Frank van Rooij (45), forens op Utrecht Centraal vanochtend, stemt het liefst op het stembureau in de eigen wijk. Zijn kinderen neemt hij mee. „Stemmen is een plechtig ritueel”, zegt hij. Vanochtend stemde hij bij uitzondering op het station. Gebruik maken van het „democratisch voorrecht” dat stemmen heet. „Ik ben trots dat ik dit mag doen.” Zijn stempas hangt hij na ontvangst altijd meteen op zijn prikbord: je zou dé democratische dag – D-day – maar vergeten.

Over wantrouwen onder kiezers is veel gezegd en geschreven, in de aanloop naar vandaag. Over politici: ze komen hun beloftes niet na. Ook desinteresse onder het electoraat is bezig aan een indrukwekkende opmars: lokaal bestuur, nou én?

‘Het uitoefenen van je belangrijkste recht’ Je zou bijna vergeten dat stemmen voor velen een bijzondere daad is. Voor dertiger Inge Verburg bijvoorbeeld. Ze twijfelde enorm tussen GroenLinks en D66, maar over het stemmen zelf aarzelde ze geen moment. Stemmen: gewoon doen. „Nederlanders klagen zoveel. Dit is het moment dat je iets kunt betekenen”, aldus Verburg vanochtend in Utrecht. Bij het stembureau sloot ze aan bij een lange rij wachtenden. „Dan denk ik: wauw, samen bezig met het uitoefenen van je belangrijkste recht.”

‘Mijn stem heeft invloed’ Of luister naar Saco van der Ploeg, twintiger die in zijn korte loopbaan als stemgerechtigde nog geen verkiezingsdag aan zich voorbij heeft laten gaan. De teller staat op vier verkiezingen. „Stemmen heb ik van huis uit meegekregen. Het was altijd onderwerp van discussie: wat ga je stemmen en waarom.” Vanochtend stemde hij op een bureau in Rotterdam-West. „Ik stem omdat ik het belangrijk vind hoe mijn gemeente wordt bestuurd.” Gedesillusioneerd over de politiek is hij allerminst: „Ik heb het gevoel dat mijn stem invloed heeft. Zeker als de opkomst laag is!” Rotterdammer Theo Suiker op datzelfde bureau: „Als je niet kan stemmen, leef je in een dictatuur. En als je niet gaat stemmen, heb je als kleine man niets te vertellen.” Hij kleurde een SP-cirkeltje rood. „Ja, schrijf dat maar op!”

‘Burgerplicht’

Twintiger Dorine Vijfvinkel, ook in Rotterdam: „Dit is een bijzondere dag. Ik ben blij dat we mogen stemmen. En dat we vrij zijn te stemmen wat we willen. Er zijn veel plekken waar dat anders is.” Stemmen is, aldus Vijfvinkel, een „burgerplicht”.

Alissa de Jonge, 23, stemt ook steevast. Vallende kabinetten regen zich de afgelopen jaren aaneen, dus heeft ze ruime kieservaring voor haar leeftijd. Ze debuteerde op haar achttiende, vertelt ze op Utrecht Centraal. „Ik voelde me heel belangrijk. En het was spannend. Straks doe ik het verkeerd, dacht ik. Ik wist wel wat de bedoeling was, maar het voelde ineens zo echt.” Niet stemmen is geen optie, zegt ook zij: dan verspeel je je kans op invloed en je recht om te klagen.

‘Minst slechte bestuursvorm’

Rotterdammer Martijn Boterman stemde vanochtend deels uit plichtsbesef. „Als niemand ging stemmen, zou de ultieme consequentie zijn dat de democratie niet meer werkt.” Terwijl democratie, laten we wel wezen, de „minst slechte bestuursvorm” is. Hij kijkt dan ook sip naar de twee volmachten in zijn hand. Ai, de volmachtgevers hebben vergeten hun identiteitsbewijs aan hem te geven. „Deze stemmen gaan nu verloren!” En dus moet Boterman de dalende opkomst vandaag in zijn eentje bestrijden. Wegblijven vandaag, kán toch eigenlijk niet. „Wat mij betreft voeren ze de stemplicht weer in.” M.m.v. Ingmar Vriesema

    • Anne Vegterlo
    • Elsje Jorritsma