Waarom ik niet stem

Volgens peilingen stemt ruim de helft van de kiezers niet. „Het maakt niks uit.”

Vier van de tien kiezers blijven thuis bij gemeenteraadsverkiezingen, al sinds begin jaren 90. Als de peilingen uitkomen, doet dit keer meer dan de helft van de stemgerechtigden niet mee. Waarom niet? Gesprekken op straat, met willekeurig aangesproken kiezers, die wonen in tien gemeenten door het land, geven een gemengd beeld, met drie hoofdlijnen.

‘De politiek breekt alleen maar af.’ De economische stagnatie heeft onzekerheid gebracht. „Er is veel te veel afgebroken”, zegt Janine Blokzijl (40) uit Hoogeveen, teamleider in de kinderopvang. „Overal zie je die negatieve spiraal: in de jeugdzorg, thuiszorg, ouderenzorg, psychiatrie. Door alle bezuinigingen hebben we een samenleving gekregen waarin alleen geld telt en niemand tijd heeft voor de ander.”

Werkloosheid, zorgen over AOW- en pensioenuitkering, hogere zorgpremies, dure benzine, een terugtredende overheid die de zwakkeren niet langer lijkt te beschermen – het borrelt spontaan op in de gesprekken.

„De mensen die elke dag vroeg opstaan om naar hun werk te gaan, zijn het hardste gepakt”, meent Johan Brons (44) uit Lelystad, gemeenteambtenaar in Almere. „Het leven is te duur geworden om te kunnen rondkomen met een gewoon inkomentje. Daardoor komt het economisch herstel niet op gang. De politiek maakt de crisis erger. Daarom krijgen ze deze keer m’n stem niet.”

Politici zijn geen probleemoplosssers, ze máken problemen – zo luidt een veelgehoorde klacht. En politici komen hun beloften niet na. „Ik zit nog steeds te wachten op die duizend euro extra die Mark Rutte bij de vorige verkiezingen beloofd had”, zegt A. Bomhof (76) uit Deventer.

‘We weten niet waar de partijen voor staan.’ Ooit had Nederland drie grote partijen: het CDA, de PvdA en de VVD. Het politieke landschap is verkruimeld – en zeker in gemeenten, waar enkele honderden lokale lijsten bij elkaar opgeteld ‘de grootste partij van Nederland’ werden in 2010 (samen 24 procent van de stemmen; met 16 procent voor zowel VVD als PvdA en 15 procent voor het CDA).

„Vier jaar geleden organiseerde ik nog een debat voor lijsttrekkers van lokale partijen”, zegt Alexander Mullenders (41), horeca-bedrijfsleider in Den Haag. „Toen zijn veel dingen gezegd en beloofd, en daar is niets van terechtgekomen. Ik ben altijd heel erg vóór stemmen geweest. Maar ik zou dit keer echt niet weten welke lokale partij ik moet kiezen.”

Peter de Bie (27), medewerker bij een reisbureau in Zierikzee, vindt dat hij „te slecht geïnformeerd” is om een goede keuze te kunnen maken. „En als ik me erin verdiep, zie ik dat ze afspraken niet nakomen. Ik heb weleens lokaal gestemd, maar ik weet niet eens meer op welke partij.”

‘De politiek interesseert ons niet.’ Het blijkt al zeker twee decennia uit allerlei onderzoek: de meeste Nederlanders zijn tevreden over hun persoonlijk leven (huis, inkomen, familie en vrienden, hun hobby’s en vakantie). Over het publieke domein denken velen nogal zuur: de zorg wordt minder, de kwaliteit van het onderwijs daalt, op straat wordt het gevaarlijker, de files worden langer.

„De televisie voedt een negatieve sfeer in Nederland”, meent Joyce Luysterburg (41) uit Assendelft. „Daarop wordt alleen maar geklaagd en mensen gaan dat napraten. En politici gaan daarop in door te zeggen dat ze de problemen van de mensen gaan oplossen. Maar dat kunnen ze helemaal niet. En daar raken mensen dan weer gefrustreerd over. Daarom houd ik me verre van de politiek.”

Linda Beeres (34) uit Heiloo heeft nooit gestemd en is niet van plan dit ooit te doen. „Ik gooi mijn stemkaart altijd meteen weg. Volgens mij maakt het niks uit of ik wel of niet stem. Wat zou het veranderen?”

    • Gijsbert van Es