Vissen op zee? Niet te betalen

De Urker vloot vaart sinds zondag niet uit. De kosten zijn hoger dan de opbrengst. Er is onrust in het dorp.

„Proef toch! Die sliptongetjes!” Het liefst zou schipper Klaas-Jelle Koffeman uit Urk zijn hele leven blijven vissen op het „prachtproduct”. Maar de handelsprijzen liggen te laag en de vaarkosten zijn te hoog. Samen met tweehonderd andere Urker vissers legde hij zondag het werk neer. Zijn lunch, deze maandagmiddag, bij visrestaurant De Kaap is een unicum, maar ook een noodsignaal. „Als er niets verandert, moet ik binnen een jaar mijn bedrijf sluiten.”

Er is onrust op Urk. Sinds zondag staan vissers en vishandelaren tegenover elkaar. Met een gemiddelde prijs van 1 euro voor een kilo schol („als we het al redden”) en 6 à 7 euro voor een kilo tong gaan de vissers failliet, zeggen ze. Een paar jaar terug lag de handelsprijs nog op respectievelijk 1,80 en 10 euro. Het is, zo zegt Jelle van Veen van vishandelaar DaySeaDay, „simpelweg een kwestie van vraag en aanbod”.

Er wordt maandag vooral gepraat. In het hoofdkantoor van DaySeaDay (door de vishandelaren), op de visafslag (door de vissers en ’s avonds ook met de handelaren) en in het café (door de stamgasten). In een dorp waar iedereen elkaar kent en waar visser en vishandelaar naast elkaar wonen is werk ook privé. Lastig, vindt Koffeman: „We moeten ervoor zorgen dat de groepen elkaar niet gaan mijden.”

Gisteren klapte het overleg. Handelaren willen dat de door de staking gesloten visafslag weer open gaat. Eerder willen ze niet praten. De vissers, eigenaren van de afslag, liepen daarop weg.

Het levert geen direct vistekort op. Overtollige vis van vorig jaar is ingevroren. Restaurants Het Achterhuis en Taverne kunnen een paar weken vooruit. „Maar als er een maand niet gevist wordt, komen ook wij in de problemen”, zegt de kok van Taverne.

Het laatste wat Koffeman met zijn bedrijf Geertruida heeft, is tijd. Hij, en zijn acht broers, maken zich grote zorgen. Vier jaar geleden moesten ze door lagere visquota saneren, van 7 naar 4 schepen. Nu varen ze minder ver de Noordzee op om brandstof te sparen. Ze vangen, „binnen de regels van de wet”, minder om de vraagprijs op te stuwen. Zonder effect. Nadat vrijdag een kilo schol werd afgehamerd op 0,92 euro kwamen tien vissersbedrijven bij elkaar. Er moest iets gebeuren. Dan maar een week geen inkomsten.

Volgens Koffeman zou een hogere minimumprijs een oplossing zijn. En betere afspraken. Vishandelaar Van Veen staat voor het laatste open. Maar de actie begrijpen doet hij niet. „We kunnen zo bij andere visafslagen kopen. Er is vis genoeg. In Den Helder vissen ze bijvoorbeeld gewoon door.” Afspraken maken met handelaren mag niet zomaar; prijsafspraken zijn bij wet verboden.

Volgens handelaar Evert Mazereeuw zal het uiteindelijk allemaal wel „loslopen”. Zijn kleine visbedrijf Visco werkt voornamelijk voor grotere vishandelaren. Het zal ook goed móéten komen, herhaalt Mazereeuw. „Anders raakt het hele dorp failliet.”

Mazereeuw wijst naar alle visbedrijven op het industrieterrein. Twee grote vrachtwagens met ingevroren tong rijden voorbij. De wagens worden ingehaald door drie scooters, met jonge twintigers gehuld in het jack van hun visbedrijf.

Koffeman probeert ook optimistisch te zijn, maar dat is niet makkelijk. Zonder hogere prijzen op de veiling zal het voor hem moeilijk worden het seizoen af te maken.

De komende dagen wordt er bemiddeld. Ook op verzoek van vishandelaar Van Veen. „Ik heb ook vissers in de familie. Het laatste wat wij willen is scheve gezichten in het dorp.” Tot maandag wordt er in ieder geval niet meer gevaren.