Tv’s? Zó 1999. Philips maakt liever CT-scans

Er zijn ongelooflijk veel technologische innovaties die doktoren én patiënten helpen // Door middel van robots, apps en games // Dat levert heel veel werk op

Foto’s Mieke Meesen

Maarten Steinbuch, hoogleraar regeltechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven, vraagt het publiek te reageren op de stelling die boven zijn hoofd staat geprojecteerd. ‘De robot is je allerbeste vriend.’

Gehoorzaam pakken de mensen in de zaal hun telefoon om te stemmen via de speciale app die ze zojuist hebben geïnstalleerd. Met de uitslag die even later op het scherm verschijnt, is Steinbuch niet ontevreden – 44 procent is het met zijn stelling eens. „Heel goed”, zegt de hoogleraar lachend. „Dan is het nu misschien tijd om Amigo het podium op te roepen.”

Vanuit de coulissen komt Amigo aangereden. Anderhalve meter hoog, knipperende led-lampjes en een onderstel op wieltjes – een robot zoals een robot eruit hoort te zien. In een van zijn gestrekte armen heeft de robot een flesje Spa geklemd. „Ik heb ’m hoor Amigo, laat maar los”, zegt Steinbuch. Hij richt zich weer tot de zaal. „Dit is de zorgrobot die wij aan de TU Eindhoven hebben ontwikkeld. U ziet dat het allemaal nog wat langzaam gaat.”

Vandaag, donderdag 13 maart, op het Health Valley Event in Nijmegen krijgen de aanwezigen een kijkje in de toekomst van de gezondheidszorg. Ze houden zich niet alleen bezig met het produceren van geavanceerde medische apparatuur, maar de laatste jaren ook steeds meer met toepassingen van ICT. Daardoor wordt het bijvoorbeeld mogelijk online een afspraak te maken in het ziekenhuis of met behulp van ‘telemonitoring’ een chronische aandoening in de gaten te houden. Samen zetten deze bedrijven naar schatting jaarlijks 10 miljard euro om.

Medische technologie valt onder ‘health & life sciences’, een van de negen topsectoren waarin de overheid sinds 2011 extra investeert. Dat is niet verrassend: de sector was in dat jaar met een omzetgroei van ruim 6 procent een van de snelst groeiende takken van industrie. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek omvat de sector 39.000 banen, verdeeld over 2.290 bedrijven.

Eerst Philips, dan hele tijd niets

Het merendeel van die bedrijven behoort tot het midden- en kleinbedrijf. Ongeveer 90 procent van alle bedrijven in de sector heeft minder dan vijftig werknemers. „Je krijgt eerst Philips, en dan een hele tijd niks”, zo laat een woordvoerder van werkgeversorganisatie FME-CWM, weten. Dat Philips een steeds grotere speler wordt op het gebied van medische technologie bleek onlangs nog. In januari werd bekend dat het bedrijf op de ranglijst van het Europees Octrooibureau de grootste internationale aanvrager is in de categorieën medische technologie en instrumentmetingen. De gezondheidstak van Philips beslaat inmiddels 42 procent van de bedrijfsactiviteiten, aanzienlijk meer dan verlichting (34 procent) en consumentenelektronica (21 procent).

In zijn praatje bij de opening van het Health Valley-congres gaat Hans de Jong, directeur van Philips Benelux, in op deze ontwikkelingen. „We merken dat het huidige stelsel vraagt om veranderingen.” Hij ziet een aantal trends in de gezondheidszorg. We kunnen continu alles meten en uit allerlei verschillende bronnen informatie te verkrijgen, en die ‘big data’ stellen ons in staat gezondheidszorg te personaliseren. Daarnaast vindt zorg steeds vaker plaats buiten de muren van het ziekenhuis en staat iedereen dankzij internet altijd in verbinding. De techniek is volgens De Jong dan ook niet meer het grootste struikelblok. „Het succes van innovatie in de zorg wordt niet langer bepaald door technologische mogelijkheden, maar door het gedrag van de patiënt en betaalmodellen.”

Naar die betaalmodellen wordt steeds kritischer gekeken. Volgens zorgverzekeraars is technologische innovatie een van de belangrijkste redenen dat de kosten van de zorg in Nederland nog altijd stijgen, en inmiddels het astronomische bedrag hebben bereikt van 93 miljard euro per jaar. Zo is er veel kritiek op de door zeventien Nederlandse ziekenhuizen aangeschafte Da Vincirobot, een gevaarte van 550 kilo dat zo’n 2 miljoen euro moet kosten. De operatierobot wordt met name ingezet voor verrichtingen die even secuur en veel goedkoper door een mens verricht kunnen worden. Er zijn wel alternatieven ontwikkeld, maar die kunnen vanwege patenten voorlopig niet worden ingezet.

Maar er klinkt ook andere kritiek op het congres in Nijmegen. Hebben zieke of oude mensen niet een ‘warme hand’ nodig in plaats van een kille robotarm? Hoogleraar Maarten Steinbuch beantwoordt deze vraag met een wedervraag: „Stelt u zich eens voor dat het 2040 is. Dan is 25 procent van de mensen in Nederland ouder dan tachtig. Wat moeten we dan doen? Deze mensen laten vereenzamen, of zorgen dat er in hun huiskamers robots zijn die meelopen en extra zorg en communicatie mogelijk maken? Ik denk dat we geen keuze hebben. We knuffelen straks met aangeklede elektronica.”

En als hij de keuze wel zou hebben? Dan heeft hij natuurlijk liever een mens, bekent de hoogleraar. „Mag ik dan ook kiezen wat voor mens? Dat lijkt me wel belangrijk.” De zaal stemt toe. Steinbuch: „Dan kies ik voor een blonde. Met mooie lippenstift.”

    • Anne-Martijn van der Kaaden