Column

Salonpopulisme in theorie en praktijk

Ontspannen Jolande Sap in ‘Pauw & Witteman’.

Het is een interessant concept, dat salonpopulisme. Gemunt door voormalig parlementair journalist Pieter van Os, slaat de term op de neiging van sommige televisiemakers, columnisten en intellectuelen om mee te gaan in het populistische frame dat alle politici ruggengraatloze opportunisten zijn. De elite zou beter moeten weten en versterkt zo het wantrouwen in de politieke cultuur.

Als ik nu meld dat ik me bij de televisiedebatten (EénVandaag, NOS) van landelijke politici voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen, heb zitten vervelen en ergeren aan de voorspelbaarheid van hun gekissebis, is dat dan een vorm van salonpopulisme? Daar zouden dan ook de commissarissen van de koning Jorritsma (VVD, Friesland) en Tichelaar (PvdA, Drenthe) zich schuldig aan maken, want zij deelden die mening gisteren in Nieuwsuur: zo jaag je de kiezer het stemhokje uit. Tichelaar denkt dat het niet de schuld van de politici is, maar van de televisie, die altijd zoekt naar tegenstellingen en tekortkomingen.

Die debatvorm, van een circusopstelling en elkaar in de rede vallende politici, heeft zijn beste tijd gehad. Dominique van der Heyde deed het niet slecht als dompteur en de moedige poging om het debat te decentraliseren naar subdebatten van echte lijsttrekkers in Groningen, Arnhem en Rotterdam verdient alle lof. Maar het werkt gewoon niet meer, die mannetjesmakerij en opgeklopte tegenstellingen, waar Geert Wilders traditioneel het meest garen bij spint. Alsof er geen andere manieren zijn om met de kiezer over politiek te communiceren in het tijdperk van de sociale media.

Grappig genoeg waren het juist politici van een vorige generatie die bij Pauw & Witteman (VARA) wel een scherp, levendig en geestig debat voerden. Het was een goed stel: Wouter Bos (PvdA), Ed Nijpels (VVD), Jolande Sap (GroenLinks), Jan Marijnissen (SP) en Roger van Boxtel (D66), alsmede de veteraan onder de duiders, Ferry Mingelen.

Bos legde het salonpopulisme nog eens uit en stelde dat politici nu eenmaal compromissen moeten sluiten, Maar Sap, die veel sterker oogt nu de last van de politieke waan van de dag van haar schouders is gevallen, vond dat te makkelijk. Ook zij werd niet meer geboeid door het gehakketak op televisie over gebroken beloftes en andere jij-bakken.

Er is wel degelijk een probleem met de hijgerige neiging van elkaar beconcurrerende omroepen en zenders om politici tegen elkaar op te hitsen. Daarom is zo'n gesprek tussen politici in ruste, die het klappen van de zweep kennen maar er ook om kunnen lachen, veel sterker dan het elkaar beloeren door hun opvolgers.

Je ziet het gestook overal terug. Eva Jinek die in Eén op Eén (KRO-NCRV) van PvdA-voorzitter Hans Spekman wil weten of zijn intuïtie voor gebrek aan integriteit nog wel werkt. Mariëlle Tweebeeke (Nieuwsuur) is in haar gesprek met de Belgische spoorwegdirecteur Marc Descheemaecker teleurgesteld dat hij zijn verwijten aan de NS in het Fyra-debacle niet herhaalt. Maar hij zegt iets dat veel opzienbarender is: dat de afgelopen 18 maanden staatssecretaris Mansveld (PvdA) en nieuwe NS-directeur Van Vroonhoven het puin van de afgelopen decennia hebben weten te ruimen. Dat is pas een primeur.