Radiostilte is onze grootste oerangst

Onze dagenlange fascinatie voor het verdwenen vliegtuig onthult onze angst voor een wereld zonder vanzelfsprekendheden, schrijft Arjen van Veelen.

Van alle verhalen over de verdwenen vlucht MH370 van Malaysia Airlines is deze het huiveringwekkendst: nog dagenlang zouden familieleden de telefoons van hun geliefden hebben horen overgaan als ze belden, waarna steeds de verbinding werd verbroken.

Tuut… tuut… tuut…

Geen wredere marteling is denkbaar.

De afgelopen dagen heb ik, samen met honderdduizenden andere vrijwilligers, gezocht naar sporen van de spookvlucht op actuele beelden die satellietfirma’s beschikbaar hadden gesteld. Een internationaal Amber Alert. Een computerspelletje. Opdracht: een vliegtuig met 239 passagiers is verdwenen, zoek naar pixels in de vorm van een olievlek, wrakstuk of reddingvest.

Hoe vind je een pixel in de oceaan? Scherm na scherm zocht ik af, blauw na blauw na blauw, zwevend over de wateren van de Zuid-Chinese Zee, de Golf van Bengalen, de Grote Oceaan…. Prachtig, blauw ribbelglas, vliegvakantieblauw, met af en toe een wattendotje. Ergens hier moesten die zwijgende telefoons zijn. Heel soms kwam ik een tag tegen die iemand anders had achtergelaten bij wat vage pixels. ‘Wreckage?’

Dit was geen leuk computerspelletje. Geen Flappy Bird. Geen Where’s Wally. Zelfs op een laptopscherm is de zee duizelingwekkend groot en diep. En ze zeiden dat de wereld kleiner was geworden…

Dezelfde satelliettechniek die deze zoektocht mogelijk maakte, leek hier juist opzichtig te hebben gefaald. Want hoe kon een vliegtuig anders urenlang onopgemerkt rondvliegen? We hebben alleen één ping – een diffuus satellietcontact. En de laatste woorden uit de cockpit: „All right, good night”. Goedenacht – daarna stilte.

Aan satellietdata geen gebrek; wel aan informatie. En waar informatie ontbreekt vullen mythen het vacuüm als vanzelf aan. Alle speculaties en complotten kwamen de laatste dagen langs. Het was een meteoor. Het waren aliens. Of China, die de aandacht wil afleiden van iets ergers. De illuminati. Of nee, het vliegtuig is op een eilandje verstopt waar de lading nu wordt vervangen door bommen, mogelijk nucleair.

Die laatste theorie kwam trouwens van een serieuze journalist.

Ook kwaliteitsmedia brachten steeds nieuwe updates met steeds minder nieuwe informatie. Alsof er niets anders in de wereld gebeurt, klaagde de invloedrijke mediacolumnist Michael Wolff . Hij noemde de berichtgeving over de spookvlucht moderne anti-journalistiek. ‘Alleen maar data, geen echte feiten, eindeloos gespeculeer’, schreef hij in The Guardian. Dit was een verhaal ‘zonder duidelijke betekenis’.

‘Niets aan de hand hier, gewoon doorlopen’ – het is een gezonde journalistieke reflex, maar ik ben het er dit keer volstrekt mee oneens. Zeker, er zijn andere belangrijke zaken. Oekraïne. Of de honderden mensen die jaarlijks in Nederland alleen al vermist raken. En inderdaad: data zijn nog geen feiten. Data zijn nog geen verhaal.

Toch heeft onze obsessie met vlucht MH370 wel degelijk betekenis.

Eerst dit: we zijn niet gek als we geloven in het absurde. Niemand die nu aan Twitter gekluisterd zit, hoeft zich schuldig te voelen over ramptoerisme, of zich te schamen voor complottheorieën. Elf september was ook een complot – alleen geen theorie. Hádden we vooraf maar gespeculeerd. Er zijn absurde dingen gebeurd in onze tijd; en het is een tijd waarin absurdere dingen zullen gebeuren.

En dan: sommige ‘kleine’ gebeurtenissen overstijgen de droge feiten. In de nacht van 14 op 15 april 1912 zonk er een schip. Direct na de ramp begonnen gewone mensen gedichten op te sturen naar de kranten (vergelijkbaar met het medeleven nu op Twitter). De mythen groeiden razendsnel, als algen aan een wrak. Het schip werd symbool voor een overmoedig geloof in techniek. Er verschenen honderden boeken, studies, films over deze Titanic.

‘Schip gezonken, niets aan de hand verder’, zegt de starre journalist. Maar u zag de film en weet: deze ramp stond voor iets groters.

Er zonken destijds wel vaker schepen. Waarom raakte juist de Titanic een snaar? Daarover publiceerde de Amerikaanse schrijver Daniel Mendelsohn eens een prachtig essay in The New Yorker (‘Unsinkable: Why we can’t let go of the Titanic’, 2012). Hij geeft verschillende verklaringen. Zo speelden moderne communicatiemiddelen een rol: de Titanic was een van de eerste schepen die een SOS-bericht uitzonden; en dankzij de radio hoorde de hele wereld vrijwel gelijktijdig over de ramp.

Er verdwijnen wel vaker vliegtuigen, maar onze wereldwijde obsessie met juist vlucht MH370 onthult iets over de psychologische toestand van de wereld. Alleen daarom al zijn al die speculaties interessant; het is de wereldziel die praat op de divan.

Ook bij vlucht MH370 speelt communicatie een hoofdrol. Of beter gezegd: het falen van de communicatie.

Voor een wereld die obsessief communiceert, die met mobieltjes onder het kussen slaapt, die rekent op een nieuwscyclus van één minuut, is radiostilte de grootste oerangst.

In onze tijd is er één angst die groter is dan vliegangst: de angst dat je iemand belt, maar de ander niet direct opneemt. De angst dat je een berichtje stuurt, maar iemand niet binnen de minuut reageert. Die sociale angst zien we nu uitvergoot terug. Zo’n radiostilte is onverteerbaar. Er was toch ‘werelddekking’?

Even onverteerbaar is het om een nieuwsverhaal te horen dat niet binnen de cyclus van vierentwintig uur voltooid is. Of liever nog: binnen de minuut. Nu krijgen we wel steeds updates, maar geen clou. Dat kan toch niet?

Al die updates verhullen een stilte zo diep als de Marianentrog. Een toestand van complete incommunicado.

We leefden toch in een wereld waarin iedereen altijd bekeken werd? Waarin niemand spoorloos kon verdwijnen, laat staan een Boeing 777 met honderden passagiers ? In het vliegtuig konden we toch zelf via een stipje op de wereldkaart precies zien waar we waren – of is dat ook een leugen?

Onze tijd stond in het teken van onthullingen over een almachtige Amerikaanse overheid die meeleest met jouw mobieltje. Zoals de Titanic onmogelijk kon zinken, zo kon een mens in onze tijd onmogelijk verdwijnen. Toch is dat gebeurd – met een vliegtuig vol mensen zelfs.

Er blijkt helemaal geen superdatamachine te zijn waarin we even kunnen googlen. Geen supersatelliet. Geen Ctrl + F-zoekfunctie. Er is geen alziend oog.

Dat is een opluchting – die tegelijk beangstigt. De kooi waarin we zaten blijkt open. Niemand let op ons, maar we zijn mooi alleen, en niemand neemt op. Was er maar een almachtige Big Brother – die was nu tenminste een soort oplossing.

Een burger uit Nederland kan op z’n laptop meezoeken naar een vliegtuig in Azië. Tegelijkertijd toont deze spookvlucht juist hoe onmetelijk groot de wereld is.

Dat is een schok voor ons geloof in de informatiemaatschappij – en niet alleen daarvoor.

De ramp met de Titanic markeerde in de collectieve ervaring de overgang van een onschuldige tijd naar de Eerste Wereldoorlog, schreef Mendelsohn. Zullen we ooit zo terugkijken op vlucht MH370? Wat weerspiegelt in dit verhaal?

We dachten dat de wereld een dorp was, maar de wereld blijkt groot, onoverzichtelijk, en totaal niet gemoedelijk. Er is een wapenwedloop rond de Zuid-Chinese Zee. De VS zijn niet meer vanzelfsprekend de baas. Wie had gedacht dat Poetin zomaar onze bondgenoot Oekraïne zou binnenvallen?

Een grotere wereld, zonder opperbaas: hoe symbolisch is de zoektocht naar het vliegtuig, waar tientallen landen aan meedoen, maar duidelijke coördinatie ontbreekt.

Een van de complotverhalen die nu de ronde doen: kapers willen met het vliegtuig de wereldleiders op de nucleaire top in Den Haag aanvallen. Dat is tekenend. Complotverhalen ontstaan niet zomaar: ze komen voort uit de wens dat er überhaupt een plan is. Dat is immers nog altijd geruststellender dan het alternatief: dat niemand de baas is.

Wie klaagt dat de aandacht voor MH370 de echte wereldbrand in Oekraïne overschaduwt, ziet niet in dat beide verhalen over hetzelfde gaan: een wereld zonder vanzelfsprekendheden, waarin iedereen angstig wacht op wat komt.

Een wereld van achterblijvers op het vliegveld. Ze bellen, de telefoon gaat over, maar niemand neemt op.

Dat is overigens geen mysterie: wat je hoort is gewoon het geluid van je eigen provider, die zoekt naar het andere netwerk. Zelfs die strohalm is weg.

„All right, good night”, zei de stem uit de cockpit – en liet ons achter in de nacht.

    • Arjen van Veelen