Opleiding advocaat moet breder

Schrap de wettelijke eis dat alleen bachelors in de rechten tot de advocatenopleiding mogen worden toegelaten, betogen Martijn Snoep en andere bestuursvoorzitters van grote advocatenkantoren.

Illustratie Hajo

‘Waarom experts vinden dat u een T-shaped client loving lawpreneur moet worden’, kopte het Advocatenblad onlangs. Hiermee wordt bedoeld dat advocaten diepgaande kennis (de staander in de T) moeten combineren met meer algemene kennis en vaardigheden (de ligger in de T).

Een terechte oproep, die net zo goed geldt voor rechters en andere juristen. Met uitsluitend kennis van het recht kunnen zij complexe problemen niet langer oplossen. Een echtscheidingsadvocaat moet begrijpen wat de psychologische impact is van een scheiding. Een rechter moet gevoel hebben voor de maatschappelijke effecten van zijn beslissing. En een bedrijfsjurist moet weten wat de financiële gevolgen zijn van een contractbreuk. Basiskennis van psychologie, sociologie, politicologie en economie is onontbeerlijk. Alsmede academische vaardigheden als analytisch denken, argumenteren en interpreteren.

Helaas biedt de universitaire studie daarvoor nauwelijks nog ruimte. In de bachelorfase wordt overwegend aandacht besteed aan juridische techniek, zoals het stelsel van Nederlandse en Europese wetgeving, jurisprudentie en doctrine. Dat is geen vrijwillige keuze van de universiteiten. De wetgever dwingt hen daartoe door eisen te stellen aan het curriculum. Die bachelor, aangevuld met een eenjarige master, geeft toegang tot de advocatenopleiding. Zonder bachelor rechten kom je er niet tussen.

Noodgrepen zijn op komst

Een aantal universiteiten heeft oog voor de maatschappelijke vraag naar breder opgeleide juristen en probeert hierin te voorzien binnen het wettelijke kader. University College van de Universiteit Utrecht biedt een ‘liberal arts & sciences’- bachelor aan, waarmee studenten zowel een bachelor rechten als social sciences kunnen halen. Ook de UvA en VU overwegen iets vergelijkbaars aan te bieden. De Erasmus Universiteit kent een zesjarig programma waarin een bachelor en master voor zowel economie als rechten te behalen is.

Helaas betreft het hier allemaal kleinschalige, selectieve opleidingen waarvoor studenten al op hun achttiende moeten kiezen. Studenten die na een niet-juridische bachelor een juridisch beroep willen, kunnen praktisch niet meer instromen. Noodgrepen zijn wel op komst: UvA en VU denken aan een tweejarige vervolgopleiding voor deze groep. Dat zou een goede ontwikkeling zijn.

Een meerderheid van de rechtenstudenten blijft echter nog steeds verstoken van andere kennis dan de juridische. En zelfs die blijft niet hangen. In de driejarige parttime advocatenopleiding die volgt op de verplichte master moeten belangrijke juridisch-technische vakken worden overgedaan. Bovendien is juridische kennis snel achterhaald. Deze praktijk gaat allemaal ten koste van een bredere academische opleiding. Dat is zonde, want meer dan de helft van bachelor-juristen gaat uiteindelijk helemaal geen traditioneel juridisch beroep uitoefenen. Juist voor deze groep is een bredere opleiding zinnig.

Eenjarige juridische master

Hier ligt een taak voor de wetgever. Schrap de eis dat alleen bachelors in de rechten tot de advocatenopleiding mogen worden toegelaten. Een master rechten, zonder bachelor vooraf, zou voldoende moeten zijn. Voor juristen in spe kunnen dan brede bachelorprogramma’s opgezet worden, met sociaal-wetenschappelijke vakken. Om toegang te krijgen tot de advocatenopleiding hoeft vervolgens alleen een eenjarige, op Nederlands recht gerichte juridische master te worden afgerond. Die master is alleen toegankelijk voor studenten met basale juridische kennis, opgedaan tijdens een bachelor rechten, een bachelor social sciences met een juridische major of voor studenten zonder enige juridische voorkennis, na het volgen van een eenjarig schakelprogramma dat universiteiten kunnen gaan aanbieden. Effectief is er dan sprake van minimaal twee jaar juridisch-technisch onderwijs voordat men de advocatenopleiding instroomt.

Internationale aansluiting

De Nederlandse situatie komt zo meer in lijn met die in de Verenigde Staten, waar inmiddels ook een tweejarige juridische master overwogen wordt die voor iedere bachelor toegankelijk is. Tevens zullen we aansluiting vinden bij het Verenigd Koninkrijk, waar iedere academicus, ongeacht de gevolgde master, na het afronden van een eenjarige conversion course kan worden toegelaten tot de relatief wat zwaardere advocatenopleiding. Men kan veel zeggen over juristen uit beide landen, maar niet dat zij minder goed zijn opgeleid dan de Nederlandse.

Uiteraard staat het Nederlandse universiteiten vrij om de juridisch-technische bachelor te handhaven, maar om de brede opleiding voor de ‘T-shaped lawyers’ mogelijk te maken is het van belang de wet te wijzigen. De Tweede Kamer is nu aan zet.

    • Martijn Snoep
    • andere bestuursvoorzitters