Ontstaan

Wie heeft ooit bedacht dat je aardappels, die onooglijke knollen uit de giftige nachtschadefamilie, kunt koken en dat ze dan ten eerste eetbaar en ten tweede best lekker zijn? Wie heeft bedacht dat je de zaden van een koffieplant kunt roosteren en malen en dat je er dan een pikzwart en verdraaid verslavend drankje van

Wie heeft ooit bedacht dat je aardappels, die onooglijke knollen uit de giftige nachtschadefamilie, kunt koken en dat ze dan ten eerste eetbaar en ten tweede best lekker zijn?

Wie heeft bedacht dat je de zaden van een koffieplant kunt roosteren en malen en dat je er dan een pikzwart en verdraaid verslavend drankje van kunt brouwen?

Dat je graankorrels kunt fijnmalen, mengen met water en er brood van kunt bakken, iemand?

Het is niet zo dat dit soort vragen mij dagelijks bezighoudt, maar soms is het leuk om over zoiets na te denken. Er bestaan ook heel aardige antwoorden trouwens. Zoals het verhaal over de keizer van China die een dutje deed naast een zekere, geurige plant en een glaasje heet water naast zijn stoel had staan waarin, stomtoevallig, een blaadje viel. Voilà, thee. Volgens de Chinezen dan, want Japanners en Indiërs hebben weer een heel andere, net zo waargebeurde, anekdote.

Dit alles ter inleiding van ‘mijn’ recept voor bloemkooltabouleh. Het is opgenomen in mijn laatste kookboek, I love groente, en in talloze interviews is me gevraagd of dit mijn eigen uitvinding was. Had ik zelf verzonnen dat je rauwe bloemkool fijn kunt malen en dat je dan een soort couscous overhoudt waar je vervolgens een salade mee kunt maken? Ik wist het werkelijk niet meer en gaf dat dan ook maar grif toe.

Maar vorige week maakte NRC-collega Ronald Hoeben er een filmpje over – zie nrc.nl/koken. En prompt meldde zich vaste kookbloglezer Debora met het bericht dat zij mij dit idee vier jaar geleden aan de hand had gedaan, in een reactie onder een van mijn columns. Nou ja zeg, was dat even toevallig. Mysterie opgelost. Ik dankte haar uiteraard hartelijk voor haar inspiratie.

Alleen zat me daarna toch nog iets dwars. Volgens Debora had zij het idee ook weer van iemand anders. En van wie had diegene het idee dan…?

Verwijder de harde stronk van de bloemkool en maal de rest in de keukenmachine tot fijne korrels.

Meng in een kom de gemalen bloemkool, groene kruiden, lente-ui en maak de salade op smaak met zout, zwarte peper, olijfolie en flink wat citroensap. Hussel de granaatappelzaden erdoor en geef de smaken minimaal een half uur om in te trekken.

Rooster vlak voor het serveren de pompoenpitten in een droge koekepan tot ze beginnen te poffen.

Strooi ze over de tabouleh.

Bloemkooltabouleh: kwart tot een halve bloemkool half bosje bladpeterselie, fijngehakt half bosje koriander, fijngehakt 10 – 12 muntblaadjes, fijngehakt 2 lente-uitjes, in dunne ringetjes sap van 1 citroen 3 el olijfolie zaden uit halve tot hele granaatappel 2 el pompoenpitten