Column

Kiest u nu de nieuwe privatiseringsflop?

De wereld wordt tegelijk groter en kleiner. Mondialisering is economische vervlechting, immigratiestromen, prijsdaling van goederen uit lagelonenlanden en twijfel aan de houdbaarheid van nationale staten die kampen met mobiel kapitaal en mobiele ondernemers.

Maar vandaag staat lokalisering centraal. Kies de gemeenteraad. Het eerste oordeel over een ongekende schaalvergroting van lokale taken in ouderen- en jeugdzorg, werk en arbeid. Zelfs met de korting die het Rijk toepast is nog steeds sprake van een toename van de begrotingen van gemeenten met zo’n 40 procent.

Zo mogelijk nog verbluffender is het feit dat de ideologie van noodzaak én nut van decentralisatie inmiddels meer dan dertig jaar oud is. Eén citaat: „Door gemeenten meer taken en bevoegdheden te geven, moeten zij in staat worden gesteld politieke afwegingen te maken voor die zaken die het meest direct met de burgers te maken hebben.” Herkomst? Het Sociaal en Cultureel Rapport van denktank SCP uit 1984. Toen ging het over welzijnsbeleid.

Twee vragen zijn actueel gebleven, schreven twee SCP-medewerkers zeven jaar geleden. Toen. En nu. Hoeveel beleidsvrijheid hebben gemeenten om de taken écht naar eigen opvatting uit te voeren en hoe participeert de burger voor wie de beleidsmakers dit bedacht hebben? De antwoorden zijn schimmig. De vrijheid van gemeenten blijft miniem. Burgers zitten niet te wachten op gemeenten die duidelijk uiteenlopen in hun voorzieningenniveau. Maar wellicht geldt hier ook: wat de burger niet kent, wil ’ie niet.

Het is verleidelijk om de lokalisering in te delen in het rijtje verzelfstandigingen en privatisering van overheidsdiensten (energie, posterijen, NS, KPN) waar de Eerste Kamer anderhalf jaar geleden een fijn onderzoeksrapport over geschreven heeft. De conclusie in één zin: de rijksoverheid streefde wel vereenvoudiging en een kleinere rijksdienst na, maar de bestuurlijke complexiteit is juist toegenomen.

Het glas is natuurlijk ook half vol. De lokalisering biedt bestuurders kansen die decennia niet bestonden: de omvorming van de gemeente in een stadstaat. Een nieuw politiek-economisch centrum, conform het credo van de Amerikaanse volksvertegenwoordiger Tip O’Neill (1912 -1994). All politics is local.

Ambitieuze politici concentreren zich op:

1. Leegstand. Twee trends versterken elkaar: minder winkels (crisis en meer internetverkoop) en minder uniforme kantoren (crisis en meer thuis-/internetwerkers). Oplossing: meer minikantoren in stadscentra. Zzp’ers en koffietentjes weten waar ze moeten zijn.

2. Grond. Zie ook punt 1. Geld steken in stenen en diensten is prima, maar pas op voor eigendom. Want eigendom is exploitatie en exploitatieverliezen zijn hardnekkige kostenposten die andere gemeente-uitgaven verdringen.

3. Wonen. Corporaties zoeken (op last van het kabinet) lokale binding. Uw lokale corporatie is uw beste bondgenoot.

4. Gezondheidszorg. Leef- en werkklimaat en zorg gaan hand in hand. Vergeet twintig jaar conventionele wijsheid en begin uw eigen gemeentelijke zorgbedrijfjes. Goed voor banen en voor burgerbinding. Wees daarom ook niet bang om het lokale ziekenhuis te steunen. Levert meer op dan subsidiëring van een betaaldvoetbalclub.

5. Financiering. Steek een deel van de reserves uit de verkoop van Nuon, Essent en (wellicht nog?) Bouwfonds in lokale investeringsfondsen, die nieuwe projecten financieren. Terugbetalingen op leningen gaan weer naar het fonds. Zo blijft het fonds steeds opnieuw ondernemerschap aanjagen. Financiering is voor kleine bedrijven een structureel manco dat de rijksoverheid landelijk niet oplost. Leve de gemeentebank in de stadstaat.