Je moet van haar houden

‘What would you do” zingt Joan Wasser, die in haar eentje de verpersoonlijking is van de band Joan As Police Woman, „if you saw me dying?” Als zij hem stelt, is dat geen vrijblijvende vraag. De muziek is gejaagd, met een hakkend ritme en het herhaalde zinnetje ‘what would you do’ van een achtergrondmannenkoortje klinkt als een spookachtig mantra.

Ja, wat zou je dan doen? Als er iemand sterft, je in de rouw raakt en nog lang geplaagd wordt door die demonen? In het geval van een artiest zou zo’n gebeurtenis zomaar een goudmijntje kunnen zijn. Want wat een singer-songwriter kan doen is die demonen dresseren. Dus: diep doorvoelde muziek maken, waarin je in contact komt met de duistere kanten van het bestaan.

Je vermoedt dat dat inderdaad is gebeurd, als je de eerste minuten van ‘What Would You Do?’ hoort, op het nieuwe album The Classic van Joan As Police Woman. Want met een klein beetje voorkennis interpreteer je de tekst van dat nummer gemakkelijk als een verwerking van die oude demon van zangeres Joan Wasser – ze was de geliefde van de legendarische zanger Jeff Buckley (die misschien wel de allermooiste vertolking maakte van het nummer ‘Hallelujah’ van Leonard Cohen). Hij verongelukte, verdronk. De rouw pijnigde Joan nog jaren.

Dat wetend hoor je in de tekst van ‘What Would You Do?’ een plaaggeest, sprekend vanuit zijn graf – en Joan is zijn spreekbuis.

Zeg, houd je sores voor jezelf

Mooi, als een muzikant dat doet. Toch? Of niet? Dit verhaal kan ook de tegenovergestelde reflex triggeren die je kunt krijgen van een gepijnigde singer-songwriter: houd je sores lekker voor jezelf, want wat heb ik daaraan?

Nou, mij kan het schelen, want ik ben liefhebber van Joan. Ik houd al jaren van alle muziek die ze maakt – en vanwege mijn liefdevolle houding is dit verhaal ook meer bedoeld als liefdesverklaring aan een artiest dan als recensie van één album. Ik kan het iedereen aanraden liefhebber te worden. Als liefhebber hoor je meer.

Vroeger, toen ik de gepijnigde Joan van de albums Real Life en To Survive hoorde, dacht ik dat ik haar beter voor mezelf kon houden: soms heb je met een artiest iets persoonlijks. Als ik anderen de muziek liet horen waren zij niet zo verliefd enthousiast en konden ze ook wel beargumenteren waarom niet. Tja, ach. Sommige nummers waren inderdaad wat minder. Voor mij was het genoeg dat ik voelde hoe haar leed muziek werd. Hoe ze in het nummer ‘To Be Lonely’ deze hartverscheurende zin zong, over een heel voorzichtige liefdespoging: ‘This is the one I will try... to be lonely with.’

Nu danst ze met de demonen

Maar nu The Classic er is, wil ik haar weer delen. Het dresseren van demonen is nu veranderd in dansen met demonen. In interviews vertelt ze dat ze nu openlijk gelukkig durft te zijn – en dat is te horen. Dat Joan die kant op zou gaan zat er al in, al op haar vorige album The Deep Field. In het montere ‘The Magic’ zong ze het refrein: ‘I’m looking for the magic, I’m feeling for the right way out of my mind, looking for the alchemy to release me, from my maze I’m making myself.

Nu heeft ze die gezochte uitweg uit de miserie gevonden, in de muziek. Het tempo ligt hoog op The Classic, het humeur is goed. Meteen al in het eerste nummer hoor je vrolijke drums en warme soultrompetten. Een rijk geluid. De nummers gaan ook soms minutenlang door, schijnbaar uit muzikantenplezier om lekker door te jammen.

De teksten zijn ook al zo onbekommerd euforisch: in ‘Holy City’ is een geliefde als ‘het vinden van de heilige stad’. In ‘The Classic’ is het geluk nog zoeter: ‘Could it be that you-ou, you are the one?’ Nu geen ‘one’ meer om eenzaam mee te zijn, maar om – ja! – gelukkig mee te zijn.

Dat werpt een interessante vraag op, want sommigen vinden dat kunst pas kunst is als het een beetje pijn doet. Hoeveel euforie kan goede muziek verdragen? Voelen we niet méér als kunst over ellende gaat?

The Classic is gelukskunst

Die theoretische vraag kun je misschien het beste met de praktijk beantwoorden. The Classic maakt gelukzalig, Joan brengt haar ontworsteling en vrijheid echt over. Het is gelukskunst, zéker als je weet dat geluk in het werk van Joan niet altijd zo gemakkelijk gevonden werd. Als je weet waar ze vandaan komt, zie en waardeer je de ontwikkeling.

Zelfs het duistere, gejaagde ‘What Would You Do?’ bedaart uiteindelijk en krijgt een zachtaardig einde. Dan zingt Joan, nog steeds als spookspreekbuis: ‘Listen to yourself, cause there will always be a way out.

Dat klinkt als een les aan haarzelf en het album klinkt als de opvolging van dat advies. Ze omarmt haar demonen en walst met ze door de kamer. Dat is, uit Joans mond, een les die aankomt. Daar heb je iets aan.