Column

Hoe leuk is de belasting?

Bezig met de belastingaangifte, of al keurig gedaan? De maand maart maakt de burger eens in het jaar bewust van zijn functie als financier van de samenleving. Daar kun je nukkig over doen, maar het is ook iets om trots op te zijn. Springen de lantaarnpalen aan als de schemering valt? Jouw geld. Gaan de kindertjes ’s ochtends over straat naar school? Betaal je aan mee. Je hoeft het niet met alle overheidsuitgaven eens te zijn om toch een gevoel van trots te hebben. En van betrokkenheid.

Geen belasting zonder vertegenwoordiging, was de leus van de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd tegen de Engelsen. Het omgekeerde is óók waar: het betalen van belasting geeft het gevoel deel uit te maken van de samenleving en er verantwoordelijk voor te zijn. Het is een minder onderzochte reden waarom ‘grondstoffenlanden’ vaak failed states worden. Het is niet alleen het graaien aan de top, de corruptie en het despotisme van een staat die het monopolie heeft op de verdeling van de olie-, gas- of nikkelopbrengsten. Het gaat hier ook om de desinteresse in de staat van onderaf door burgers die niet voor vol worden aangezien.

In dat opzicht is het vooraf invullen van het gehele formulier door de Belastingdienst eigenlijk een achteruitgang. Want hoe je ook wendt of keert: het maakt minder actief, minder betrokken. Het ritueel van de aangifte – een symbool van democratie – gaat er deels door verloren.

Toch: pakt de overheid niet te veel geld en is de belastingdruk niet veel te hoog? Er zijn allerlei ingewikkelde calculaties over te maken, waarbij alle belastingen, premies, accijnzen en heffingen bij elkaar worden opgeteld. Maar veel eenvoudiger is simpelweg te kijken hoeveel de totale staatsinkomsten zijn als percentage van het bruto binnenlands product. In Nederland is dat dit jaar 46,4 procent, volgens de OESO. Dat is veel. Meer dan Aziatische landen (typisch ergens halverwege de 30 en 40 procent). En meer dan de VS (31,5 procent). Maar de VS voeren dan ook geen beleid via heffing en herverdeling maar via aftrekposten. Er wordt daar eigenlijk dus al herverdeeld vóór er geheven wordt.

Het deel dat de Nederlandse staat pakt van het bbp is weliswaar gestegen onder Rutte I en Rutte II, maar nog steeds iets lager dan het gemiddelde van de eurozone (46,8 procent). Dat gemiddelde wordt omhooggetrokken door Frankrijk (53,1 procent) en België (51,2 procent). Duitsland zit, met 44,8 procent, veel lager.

We zijn dus gemiddeld én hebben ook nog het meest genivelleerde ambtenarenapparaat van de westerse wereld. Lage ambtenaren verdienen verhoudingsgewijs goed, maar hoge ambtenaren verhoudingsgewijs weinig. Dat blijkt uit het rapport Government at a Glance van 2013, ook weer van de OESO. Die organisatie maakt daarin een vergelijking van salarissen van ambtenaren in industrielanden, in dollars, gecorrigeerd voor koopkrachtverschillen, arbeidstijd, vakantiedagen en andere secundaire arbeidsvoorwaarden. Nederlandse leraren, zo blijkt, zijn na Luxemburgse en Duitse de best betaalde van de industriële wereld, en dus vermoedelijk van de gehele wereld. Voor senior beleidsmakers in de ambtenarij geldt dat ook, en zelfs voor secretarieel medewerkers. Nergens hebben ze het zo goed. En dat geldt te meer voor de ambtenaren die aan de absolute wereldtop staan in vergelijking met andere industrielanden: belastinginspecteurs. Ja, het staat er echt, op pagina 115 van Government at a Glance 2013. Nederlandse belastinginspecteurs steken in inkomen hoog boven de internationale concurrentie uit.

Dus denk aan uw aangifte als de lichtjes aan gaan en de kindertjes naar school. En denk ook aan al die gelukkige gezichtjes bij de Belastingdienst.