Hij vond dat ik middelmatig was

„De Cyber CDC 7600 was zo groot als vier klaslokalen. Het was in de jaren zeventig de eerste computer van de Universiteit Utrecht waar ik mee mocht werken. De Cyber had 12 miljoen gulden gekost. Vijf mannen werkten permanent aan onderhoud. Het apparaat had geen toetsenbord of muis. Opdrachten gaf ik met stapels dik papier waarin ik op precies de juiste plaatsen gaatjes had geponst. De Cyber betekende het begin van een revolutie, waaraan ik van opperpionier Doaitse Swierstra mocht bijdragen.

„Swierstra was mijn professor informatica bij wie ik mijn promotieonderzoek schreef. Het was een lange, dunne Fries met kort haar. Hij zocht altijd naar de absolute essentie van programmeerregels. Veel programmeurs maakten een chaos van hun programma, waardoor de computer crashte. Ik leerde dat voorkomen door de essentie in het oog te houden.

„Maar mijn promotieonderzoek schoot niet op. Toen de zittende systeembeheerder vertrok, zei Swierstra tegen me: „Of je wordt een middelmatig wetenschapper, of je kiest er nu voor een goede systeembeheerder te worden.” Een middelmatig wetenschapper, noemde hij me. Hij raakte absoluut de essentie, zeker in verhouding tot zijn torenhoge ambitie. Door hem ben ik dus systeembeheerder geworden. Dat doe ik nu, dertig jaar later, nog steeds met veel plezier.

„Laatst wilde ik weten hoe een smalbladige es eruitziet. Ik was ervan overtuigd dat die boom ergens in de buurt stond, maar wist niet waar. Zo kwam ik op het idee voor een nieuwe app, waarmee je kunt zien welke bomen er bij jou in de buurt staan. Vaak zit ik tot ’s avonds laat te programmeren. Af en toe ervaar ik dan waar het Swierstra altijd om te doen was: de ultieme schoonheid van de perfecte programmeerregel.”