Het is oorlog in Turkije – op internet

Jonge boekhouder uit Istanbul voert in zijn vrije tijd online strijd tegen de regering van premier Erdogan.

Gevechten tussen boze burgers en politie vorige week in Istanbul, nadat bekend werd dat een 15-jarige was overleden aan zijn in 2013 opgelopen verwondingen. Foto AFP

Elke avond om een uur of half acht zet Oguzhan Akaydin (32) zijn schoenen bij de voordeur, warmt een snack op en klapt zijn laptop open. Vanaf de vierde verdieping in een appartementenblok in woonwijk Kücükyali voert hij dan oorlog op internet.

Overdag doet Akaydin de financiën van een scheepsbouwer. ’s Avonds is hij een van de leiders van een groep van zo’n 500 twitteraars: de Patriottische Unie. Hij zit op de bank in een T-shirt met afbeeldingen van het hoofd van Mustafa Kemal Atatürk. Laptop op schoot. Intense concentratie.

De hele avond – „en zo nodig de hele nacht” – voert hij online aanvallen op activisten van de AK Partij (AKP) van premier Recep Tayyip Erdogan uit. De werkloze leden van zijn groep doen dat ook overdag. Ze proberen ervoor te zorgen dat de twitteraccounts van AKP-activisten geblokkeerd worden en retweeten hun eigen onderwerpen zo vaak mogelijk, om die onder de aandacht te krijgen. Via whats-app spreken ze af wie ze aanvallen en hoe laat.

Hun tegenstanders zijn ruim 6.000 AKP-aanhangers, afgelopen jaar aangesteld als twitter- en facebookcorps van de partij. De partijtop vertelt ze welke hashtags ze moeten volgen, welke informatie ze delen en volgens Akaydin ook wie ze op welk tijdstip aanvallen. Volgens hem maken AKP-fanaten met robots tientallen twitteraccounts tegelijk aan; hij heeft er zelf tachtig.

Na grootschalige protesten afgelopen zomer tegen de regering Erdogan heeft de politieke strijd in Turkije, waar 30 maart lokale verkiezingen zijn, zich naar internet verplaatst. Net als bij voorgaande campagnes hangen in Istanbul vlaggetjes van de partijen en rijden busjes rond die loeihard liedjes over de kandidaten laten horen. Partijleiders en lokale kandidaten reizen het land door om hun aanhang toe te spreken. Op het oog is er niets veranderd.

Maar online woedt een loopgravenoorlog, tekenend voor de polarisatie. Het land is verdeeld in trouwe aanhang van de premier, die voorspoed bracht en de macht van het leger inperkte. En tegenstanders die zich ernstig zorgen maken over zijn autoritaire aanpak, islamitische agenda en de groeiende cultus rond zijn persoon.

Erdogan heeft nog steeds steun van een groot deel van de bevolking en koerst op een verkiezingszege af. Tegelijk groeit onder hoger opgeleiden de twijfel, gevoed door de berichten op sociale media.

Sinds december worden via Twitter en Youtube opnamen verspreid van afgeluisterde telefoongesprekken. Daarop is te horen hoe Erdogan met zijn zoon overlegt over het wegsluizen van sommen contant geld en over deals met zakenmensen en het bepalen van de inhoud van nieuwsmedia.

Aanvallen van AKP-twitteraars op de accounts die de opnamen verspreiden, hielpen die even uit de lucht te halen. Maar er zijn nu zoveel volgers, dat dit niet meer lukt. Als @Haramzadeler333 – verbodsbord met een dief erop als afbeelding – iets tweet, komt dat binnen bij bijna 400.000 volgers, die dat meteen verspreiden.

Dat de premier er gevoelig voor is, blijkt uit zijn harde reactie. In een tv-interview dreigde hij Youtube en Facebook na de verkiezingen te laten blokkeren. Het protest, ook binnen zijn eigen partij, was zo sterk dat hij op de uitspraken is teruggekomen.

Maar de dreiging van internetcensuur is niet uit de lucht. Een nieuwe wet geeft de telecomautoriteit ruimere bevoegdheden om websites te blokkeren en de gangen van internetgebruikers na te gaan. Tussen 2008 en 2010 was Youtube ook al afgesloten. De aanleiding was toen dat er filmpjes te zien waren waarin de stichter van de Turkse republiek, Atatürk, werd beledigd.

„Die Youtube-blokkade omzeilen was een eitje”, vertelt Evren Balta, twitteraar en politicoloog verbonden aan de Yildiz-universiteit in Istanbul. Zelfs als Erdogan zijn dreigement doorzet, gaat het gebruik van Twitter en Facebook volgens haar door. Er worden alvast folders verspreid waarin staat wat je moet doen om bij een Facebookverbod toch toegang te houden.

De uitgelekte opnamen bevestigen wat veel Turken vermoedden: de grote tv- en radiozenders en kranten berichten wat de regering hun opdraagt, of dienen de belangen van hun eigenaren: tycoons die veel verdienen aan overheidsopdrachten. Kritische journalisten belanden in de cel. De grote zenders heten spottend ‘Pinguïnmedia’ – een grote nieuwszender zond vorig jaar tijdens de massale anti-regeringsprotesten een natuurfilm over pinguïns uit.

„Dit lijkt een computerspelletje”, zegt Oguzhan Akaydin, die zijn ogen moet losrukken van zijn scherm. Hij wijst naar de kleine tv waar een comedyshow opstaat. „De tv en geschreven media worden door hem [Erdogan] beheerst. Daar kan hij beweren dat de 15-jarige jongen die dood ging door traangas een terrorist was.” Hij omschrijft zijn werk als „leugens bestrijden”, net als de leider sociale media van de AKP.