Gedoemde desperado’s in ingenieus uitgebeend liefdesdrama

Ze zijn minder sexy dan Bonnie en Clyde, maar ze leven hun leven evenzeer op het scherp van de snede. „We hebben gedaan wat we hebben gedaan, en dat is wie we zijn.”

Dat schrijft mislukte overvaller Bob vanuit een Texaanse gevangenis aan zijn geliefde Ruth. En ook dat ze die zin wel weer zullen doorhalen voordat ze zijn brief aan haar doorsturen, maar dat ze wel weet wat hij bedoelt.

Hun liefde is groot. Zoals alleen de liefde van desperado’s dat kan zijn. Bob zit in de gevangenis voor een schot dat Ruth eigenlijk loste. En zij zit thuis en zorgt voor het kind dat nu in vrijheid geboren kon worden en laat zich gelaten de avances welgevallen van de plaatselijke sheriff, die weet of vermoedt of helemaal niet in de gaten heeft dat het Ruth was die hem neerschoot. Dan ontsnapt Bob.

Ain’t Them Bodies Saints is een noodlotsdrama pur sang. Een geladen driehoeksdans tussen personages waarvan je nooit helemaal zeker weet wat ze denken en voelen, zo ingenieus heeft regisseur/scenarist David Lowery de plot uitgebeend tot er bijna alleen nog maar sfeer en doem over zijn gebleven.

Geen wonder dus dat zijn eerste volwaardige speelfilm zo doet denken aan het werk van Terrence Malick, wiens Badlands maandag nog op televisie te zien was: Ain’t Them Bodies Saints heeft dezelfde pastorale sfeer. De impressionistische cameravoering van Bradford Young (die vooral veel documentaires draaide, maar een ware cine-schilder is) en de minimalistische soundtrack van violist Daniel Hart vertellen meer dan woorden of psychologie ooit zouden kunnen. Hoe eenzaam deze geliefden bijvoorbeeld zijn: we zien ze meer alleen dan samen. En hoe eenzaamheid misschien wel een harde kern is van alle liefdes. En dat alles raakt natuurlijk. Trefzeker. Net naast het hart. Romantisch en gevaarlijk.

    • Dana Linssen