De nieuwe kleren van Neil Young

Audiofielen zijn gevoelige types, net als hun oren. Nadat Neil Young zijn nieuwe muziekspeler Pono vorige week aankondigde op het festival SXSW, kreeg hij de hoon van hifi-fanaten over zich heen. Young verkoopt onzin, vinden ze.

De Pono (400 dollar, 287 euro) is een gadget die hoge resolutie liedjes afspeelt. Niet de samengeperste mp3-klanken die we gewend zijn van de iPod, maar het oorspronkelijke, veel grotere, bestand dat muzikanten in studio’s gebruiken.

Maar hoor je dat ook? In een reclamevideo van 11 minuten komt een stoet bekende artiesten aan het woord die allemaal laaiend enthousiast zijn over de Pono. Sting, Elton John, Tom Petty; allemaal prijzen ze het magnifieke geluid van de gele, driehoekige muziekspeler. „De beste muziek die ik ooit gehoord heb.” En: „Alsof ik door een bos loop, tussen de instrumenten”, gevolgd door een zijige blik.

Het lijkt wel het sprookje over de nieuwe kleren van de keizer. De volgelingen prijzen diens onzichtbare kleding, in de angst voor dom uitgemaakt te worden. De vrienden van Neil Young durven niet te zeggen geen verschil te horen met een cd of een mp3’tje van de hoogste kwaliteit.

Mp3 biedt gebruiksgemak. Handig als je duizend liedjes in je broekzak wilt proppen, zoals Steve Jobs in 2001 demonstreerde bij de presentatie van de eerste iPod. Maar details als ruimtelijke effecten (uitsterven van galm en echo, plaatsing van de instrumenten in het geluidsbeeld) verdwijnen deels als je muziekbestanden samenperst. Ook de dynamiek – het verschil tussen harde en zachte passages – vermindert. „Mp3 is alsof er ijsklontjes naar je hoofd geslingerd worden maar de Pono wast mijn lichaam als een koele mist van waterdruppels”, aldus poëet Neil Young – redder van de muziekindustrie en de goede smaak. Hij sleept er van alles bij: werkloos studiopersoneel, gebrek aan respect voor complete albums (mensen downloaden in het digitale tijdperk veel losse nummers – schande!) en echtgenotes die mekkeren over te grote luidsprekers in huiskamer.

Hifi is speelgoed voor fijnbesnaarde betweters en de commentaren op Pono zijn dan ook stevig. Een greep: alleen gouden oortjes horen verschil tussen de hoogst denkbare audiokwaliteit en een goed geripte mp3 (320 kbit per seconde). Popmuziek wordt toch platgewalst in de mix. Neil Young is doof door al die optredens. Er zijn al legio muziekspelers die ‘verliesvrije’ FLAC-bestanden afspelen – het formaat dat de Pono gebruikt. En onze trilhaartjes kunnen de nuances van een opname in de allerhoogste 192 KHz kwaliteit (een cd is gesampled op 44,1 KHz) toch niet waarnemen. Net zoals onze ogen geen ultraviolet licht kunnen zien. De kleren van de keizer, dus.

Maar er is niemand die in jouw hoofd kan meeluisteren hoe je muziek ervaart, hoeveel bits en frequenties er ook op je trommelvliezen worden afgevuurd. Als meneer Young en zijn muziekvrienden bezweren dat iets goed klinkt, zal het niet compleet gelogen zijn. Dus ook ik ben gevallen voor het verhaal van de keizer. Twee keer klikken en ik was early backer via Kickstarter. Voor 315 dollar (vroegboekkorting) valt er in oktober een knalgele Pono in de bus.

Ik koop ’m niet omdat ie beter klinkt dan een iPod. Ik hoop dat de Pono me beter leert luisteren. Streaming muziekdiensten als Spotify en Deezer verkopen muziek per kubieke meter. Zoveel all you can eat aanbod dat ik oververzadigd raak, dolend in een database van miljoenen liedjes.

De forse prijs van de hd-audio downloads, al snel twintig euro per album, dwingt me een bewuste keuze te maken. Verstild genieten van muziek, zoals je je verdiept in een goed boek of in een museum stil staat bij een schilderij.

Deze early backer is geen audiofiel, maar een audiosnob. Hunkerend naar muzikale boswandelingen, in een koele mist van klanken. En anders: kijk in oktober op Marktplaats, bij de P van Pono.

    • Marc Hijink