De houten tribune wordt gekoesterd als antiek

Jimmy Floyd Hasselbaink en Dennis van Wijk trainen beiden op het één na hoogste niveau in België. Makkelijk hebben de Nederlanders het niet. „Er gebeurt van alles achter de schermen.”

Jimmy Floyd Hasselbaink eerder dit seizoen in het Bosuilstadion van Royal Antwerp. Foto Hollandse Hoogte

Zijn platte Amsterdamse tongval raakt hij vermoedelijk nooit meer kwijt. Maar na afloop van het duel tussen Royal Antwerp en Westerlo is duidelijk te horen dat Dennis van Wijk al jaren in België werkt. In het krappe perszaaltje van het Bosuilstadion bezigt de coach van de gasten uitdrukkingen die alleen rond de Vlaamse voetbalvelden te horen zijn. „Op Antwerp weet je dat het lastig wordt”, zegt de voormalige coach van Willem II, „maar als je kampioen wilt spelen, moet je ook op verplaatsing winnen”. Vervolgens, in de richting van zijn winnende collega: „Proficiat met de overwinning, Jimmy.”

Deze collega is zijn landgenoot en voormalig Chelsea-spits Jimmy Floyd Hasselbaink. De topschutter van weleer heeft het betoog van Van Wijk met een grijns aangehoord en zegt na de winst op koploper Westerlo (2-0) dat hij een „zeer tevreden trainer” is.

Toch is de waarheid niet zo mooi als ze lijkt. De hagelwitte glimlach is de façade van een coach die zich met moeite overeind houdt bij een van de meest onrustige clubs van België. „Rumoerig? Dat is nog mild uitgedrukt”, fluistert Hasselbaink na de persconferentie. „Ik heb het zwaar. Achter de schermen gebeurt hier van alles, te veel mensen willen meebepalen. Maar ik wil er niet over praten. Laten we het over de wedstrijd hebben.”

Antwerp-Westerlo dus. Een doodgewoon duel in de Belgacom League, het tweede niveau van België. Zou je althans zeggen. Ondertussen is het wel het enige affiche tussen twee Nederlandse trainers in België, waar Mario Been en John van den Brom pas werden ontslagen en alleen Stanley Menzo nog werkt in de Jupiler Pro League, bij Lierse.

In tegenstelling tot die trainers mag Dennis van Wijk zich met recht een ‘halve Vlaming’ noemen. De 52-jarige Amsterdammer werkt al zo lang over de zuidelijke grens dat hij naar eigen zeggen hoort tot het ‘meubilair’ in het Belgische voetbal. Hij trainde vorig jaar Antwerp en werkt nu bij Westerlo, in het gelijknamige provinciestadje waar het leven voortkabbelt als een beekje in een bos. „Een aardbeving zou je hier niet merken”, weet Van Wijk.

Hoe anders is de werkomgeving van de coach in de andere dug-out, Jimmy Floyd – of Jerrel – Hasselbaink (41). Hij ging vorig jaar zonder ervaring aan de slag bij Antwerp, een club waarvan de grote achterban hunkert naar succes. Dat was er ooit wel, bijvoorbeeld in 1993, toen de Great Old de finale van de Europa Cup II haalde. Maar sinds de degradatie, in 2004, lukte het geen enkele trainer om te promoveren. Nu staat Antwerp achtste.

„Antwerp is een slapende reus”, zegt Stijn Druant, die de club volgt namens de Gazet van Antwerpen. „Een heel diepe winterslaap, die door bepaalde factoren plotseling wordt onderbroken. Zoals de komst van Hasselbaink. Ik geloof dat er 12.000 mensen afkwamen op zijn eerste thuiswedstrijd. De mensen hier zijn verwend en hun moeten af en toe wat snoepjes worden toegeworpen.”

Voormalig topspits Hasselbaink was zo’n snoepje. Maar wel één waarvan de smaak snel verloren ging. Zo zitten er inmiddels nog 4.500 fans in het stadion en velen van hen schreeuwden al om zijn vertrek.

Ook het bestuur van Antwerp wil van hem af, maar volgens verslaggever Druant wordt de coach in het zadel gehouden door Saif Rubie, een Brits-Irakese spelersmakelaar die Antwerp een half miljoen euro schonk in ruil voor zeggenschap. De in Dubai woonachtige Rubie is ook degene die Hasselbaink strikte voor het Antwerpse avontuur, tijdens diens vakantie in de oliestaat.

Waarmee ging hij akkoord? Met een job in een competitie die niet te vergelijken is met de Nederlandse eerste divisie, zo stellen zijn collega Van Wijk en journalist Druant.

Hun mening wordt gedeeld door Emrullah Güvenç. De middenvelder van Antwerp speelde in het verleden voor Fortuna Sittard, FC Oss en Helmond Sport en ziet amper overeenkomsten. „Het is een verschil als dag en nacht”, stelt hij. „In Nederland draait het om verzorgd voetbal. Hier willen ploegen vooral niet verliezen.”

Op het veld in de met 4.500 toeschouwers gevulde Bosuil wordt duidelijk waar hij op doelt. Het is het soort voetbal waar Bert Jacobs ooit de term ‘hotseknotsbegoniavoetbal’ voor bedacht. Met lange halen, stevige duels en matig positiespel. „En dan voetbalde Westerlo nog redelijk”, aldus Güvenç, die Antwerp met een fraai schot op voorsprong zette. „We spelen ook tegen ploegen zonder spits. Die hebben twee muurtjes van vijf man.”

Ook de entourage valt vaak tegen. Niet bij Antwerp, waar het voetbal volgens oud-coach Dennis van Wijk wordt beleden als een religie, maar wel bij het gros van de Waalse tweedeklassers. Sommige daarvan trekken maar zeshonderd toeschouwers per thuiswedstrijd.

Het gemiddeld in de tweede klasse ligt op 1.800, tegenover iets minder dan 3.400 in de Nederlandse eerste divisie. „Het komt ook door de oude stadions”, denkt Güvenç. „In Nederland ziet alles er gelikt uit vergeleken met de accommodaties in België.”

Het stadion van Antwerp is een goed voorbeeld. De negentig jaar oude hoofdtribune zou in Nederland alleen op eigen risico te betreden zijn, maar de houten inrichting wordt hier gekoesterd als antiek. Net als vroegere clubhelden, van wie de beeltenissen zijn geschilderd op betonnen muren rond het stadion.

Dennis van Wijk was daarom graag bij Antwerp gebleven, maar na de teleurstellende tiende plek dacht het bestuur er vorig voorjaar anders over. In tegenstelling tot supporters. „Ondanks de resultaten wilden de fans dat ik bleef. Ze hebben me een geweldig afscheid gegeven”, zegt hij trots.

Dat hij geliefd is bij de Antwerpse aanhang blijkt wel wanneer hij een uur na de wedstrijd het supporterscafé bezoekt. Buiten staat de bus van Westerlo al klaar, binnen neemt Van Wijk nog een keer afscheid van de fans. Sommigen omhelzen hem, waarna hij onder begeleiding van You’ll never walk alone weer naar buiten stapt. Daar geeft een vrouwelijke fan hem nog een knuffel. Haar vriendin huilt.